Directeur Gave: „Kijk vluchtelingen in de ogen en help hen”

Kerk en vluchteling
Beeld RD, Anton Dommerholt Anton Dommerholt

AMERSFOORT. „Kijk vluchtelingen in de ogen”, adviseert Jan Pieter Mostert. „Kijk in de pijn en help hen.” De directeur van de stichting Gave sprak zaterdagmorgen in het Hoornbeeck College in Amersfoort.

De landelijke trainingsdag van de interkerkelijke organisatie voor werk onder vluchtelingen en asielzoekers werd door ongeveer 250 mensen bezocht. Een prominent geplaatste oude schoen met tulpen symboliseerde de dag.

Mostert begrijpt de discussie over één of twee keer per zondag naar de kerk gaan. Het moet volgens hem echter een grotere zorg zijn „of ons hart open is voor broeders en zusters in nood. Wat je aan hen doet, doe je aan Jezus. Stap je naar een vreemdeling toe, dan kom je op audiëntie bij Jezus.”

De directeur van Gave begrijpt de neiging van velen om bang te worden en zich af te zetten tegen „de ander”, maar hij vindt dat toch een verkeerde houding. Het is beter om je vast te klemmen aan Gods Woord. „De opdracht van God is: Heb lief, wees niet bang, er is regie.”

Dat liefhebben geldt ook voor de mensen van Islamitische Staat (IS), die dood en verderf zaaien. Hij vroeg de aanwezigen om de vluchtelingen in de ogen te kijken en de pijn te zien van het verdriet om een vermoorde echtgenoot, een verwoest huis en de angst om het nietsontziende geweld van IS.

De stroom vluchtelingen biedt volgens de Gavedirecteur kansen. Gods Koninkrijk wordt ook gevestigd door de vluchtelingen. „Er gebeuren bijzondere dingen.” Hij verwees naar de vele moslims die vragen hebben over hun geloof en naar mensen uit Somalië die christen worden.

Nieuwe moed

Mostert kwam tijdens een onlangs gehouden conferentie in contact met diverse christenen die vluchtelingen helpen aan de zuidrand van Europa. Hij noemde Fernandez op Sicilië, die zijn huis beschikbaar stelt voor vluchtelingen en het Evangelie uitdeelt. Of Nikolaos in de Griekse hoofdstad Athene, die ervoor zorgt dat vluchtelingen kunnen douchen en het Evangelie horen.

Een ander voorbeeld is Martin, bij het hek tussen Spanje en Marokko, die bidt met Afrikanen die de grens niet over mogen, „hen in de ogen kijkt en bezielt met nieuwe moed.”

Sevan, een Syrische christin wier voorouders in Armenië woonden, vertelde over de angst en het verdriet in Syrië. Een tienjarig neefje van haar is zo bang voor IS dat hij zijn schooltas met Bijbel ’s nachts op een geheime plaats bewaart. Een ander kind wilde met Kerst een speelgoedgeweer kopen om zijn stad tegen IS te beschermen.

Zegen

Samer Younan, die eerder uit Syrië vluchtte en nu als evangelist bij de International Christian Fellowshipgemeente (ICF) in Amersfoort werkt, zei dat ellende in zegen kan veranderen. Hij noemde zijn broer, die weigert om Syrië te verlaten omdat er dan „niemand is om voor de armen te zorgen.”

Die broer vertelde dat er van de overgebleven christenen in Syrië meer mensen naar de kerk gaan dan vroeger. Ook is er nu de mogelijkheid voor christenen om te evangeliseren en komen er moslims tot geloof, aldus Samer Younan.

Hij vertelde ook over bekeringen van Syriërs in Nederland. Een vrouw en haar man die in het asielzoekerscentrum in Dronten tot geloof zijn gekomen, werken nu mee aan de eerste Arabischtalige dienst in Zeist.

Andere bekeerlingen hebben in Breda een gemeente gesticht en evangeliseren daar. Younan: „Er zijn zo veel voorbeelden van zegen die allemaal begonnen met een kruis.”

Relativeren

Tijdens diverse workshops konden mensen die met vluchtelingen werken hun kennis bijspijkeren, onder meer over de asielprocedure, de vluchtroute, het omgaan met moslims en orthodoxe christenen en met cultuurverschillen.

De workshop over cultuurverschillen werd geleid door Sara van der Toorn. Deze vrouw met Iraanse wortels is getrouwd met de Nederlandse theoloog Rien van der Toorn.

Het is volgens haar belangrijk om je eigen cultuur te relativeren als je vluchtelingen wilt helpen. „Als jouw waarheden absoluut zijn, doet de ander het in jouw ogen fout.”