Debat over ‘seculiere bokito’s en christelijke calimero’s’ in ND-Forumcafé

Prof. dr. Fokko Oldenhuis (l.) en dr. Gert Jan Geling. beeld Gerrit van Dijk
3

„D66, doe toch niet zo Van der Staaij-achtig!” Een van de oneliners dinsdag tijdens een debatavond in Zwolle over onder meer verongelijkte christenen en intolerante seculieren, georganiseerd door het ND-Forumcafé.

In dit café, waarin het Nederlands Dagblad (ND) en het christelijk platform ForumC samen­werken, ging prof. mr. dr. Fokko Oldenhuis, hoogleraar religie en recht aan de Rijksuniversiteit Groningen, in debat met D66-ideoloog dr. Gert Jan Geling, die een proefschrift schreef over ex-moslims en het verlaten van de islam. Aanleiding vormde het pas verschenen boek van dr. ir. Cors Visser, ”Seculiere bokito’s en christelijke calimero’s”. In dit essay, met als ondertitel ”De strijd om het grote gelijk”, voert de directeur van ForumC een pleidooi voor nuchterheid waar het gaat om zaken op het snijvlak van geloof en samenleving. Visser beschuldigt de seculiere meerderheid ervan dat die als een bokito over de christelijke minderheid wil heersen. Bokito verwijst naar de agressieve gorilla die in 2007 uit zijn verblijf in Blijdorp ontsnapte. Christenen op hun beurt gedragen zich volgens Visser als een zielige calimero –een altijd verongelijkt kuikentje uit een tekenfilmserie– als zij zich beklagen over oneerlijke behandeling.

2016-11-22-VP1-bijoldenhuis22-1-FC_webProf. Oldenhuis: Scheiding kerk en staat toe aan herijking

Prof. Oldenhuis vond Vissers boek op z’n bondigst samen te vatten met de typering: „De verzuiling voorbij.” De hoog­leraar gaf aan dat hij zelf uit de vrijgemaakt gereformeerde kring voortkomt, maar de verzuiling als gedateerd en verouderd is gaan beschouwen. Toen hij het vrijgemaakte lyceum verliet en ging studeren aan een uni­versiteit kwam hij met „onge­lovige mensen” in aanraking, en dat deed hem iets.

Tegelijk laakte de hoogleraar, die geen moeite heeft met de minderheidspositie van christenen, de antireligieuze opstelling van een partij als D66, „die de samenleving wil zuiveren van alle restanten van het christelijk verleden. Deze antireligieuze partij is dan net zo laakbaar bezig als wanneer de SGP op grond van artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis valse godsdiensten met overheidsmiddelen wil weren.”

Prof. Oldenhuis: „D66 is de kampioen als het gaat over de absolute scheiding van kerk en staat. Deze partij begrijpt echter niet vanwaaruit de scheiding van kerk en staat is voortgekomen. Deze was nodig in een tijd waarin de kerk nog een allesoverheersende positie had. Als D66 op grond van dit principe alle religie wil uitbannen, dan komt dat voort uit wanbegrip. Er is een verband tussen de scheiding van kerk en staat en godsdienstvrijheid. Juist de godsdienstvrijheid is de baker­mat van deze scheiding en nu gebruikt D66 dit principe op zo’n overtrokken manier dat de godsdienstvrijheid in gevaar komt.”

Ter illustratie verwees hij naar zichzelf. Vanwege zijn huwelijk met een Française uit een hugenotengeslacht draagt prof. Oldenhuis altijd een hugenotenkruisje. „Ook al doceer ik op een seculiere universiteit, dan mag ik toch zeker wel zo’n hugenotenkruisje zichtbaar dragen? Niemand kan mij dit toch verbieden?”

De van oorsprong rooms-katholieke dr. Gert Jan Geling ziet D66 niet als antichristelijk. „Ook binnen een partij als D66 zijn er mensen die de waarde van religie inzien. Vanwege het neutraliteitsprincipe mag de overheid een bepaalde religie niet bevoorrechten.”

Geling vindt bijvoorbeeld dat er een eind moet komen aan het gesubsidieerd christelijk onderwijs. „Religieuze vorming hoort niet thuis in met overheidsgeld betaalde scholen. Daarom ben ik voorstander van afschaffing van artikel 23 dat religieus gekleurd onderwijs garandeert. Het is niet waar dat D66 christenen geen plaats gunt in de samenleving. Christenen mogen echter nooit bijzondere privileges claimen.”

Tijdens de discussie werd Geling „bokitogedrag” verweten vanwege zijn ageren tegen het christelijk onderwijs. Oldenhuis zou graag zien dat de linkse partijen over hun eigen schaduw heen springen.​