Debat over koloniaal erfgoed raakt ook Duitse zendingsmusea

Boomstam met koeienhoornen uit Afrika, in het museum van de Vereinte Evangelische Mission (VEM) in de Duitse stad Wuppertal. beeld epd-bild, Uwe Moeller

De actuele debatten over de omgang met koloniaal erfgoed hebben in Duitsland ook kerkelijke musea bereikt. Wat te doen met voorwerpen die door sommigen beschouwd worden als ”trofeeën van het christendom”?

Speren, messen, trommels, beeldjes, maskers – veel zendelingen brachten in vroeger eeuwen voorwerpen uit verre landen mee naar huis. Die kwamen vervolgens terecht in een museum, of in het huis van hun (rooms-katholieke) orde. Zo komt het dat veel zendingsmusea een interessante volkenkundige collectie bezitten.

Maar de vraag die nu in Europa overal gesteld wordt, dringt ook door tot deze –vaak kleine– musea. Hoe zijn al die voorwerpen precies in de collectie terechtgekomen? De Duitse Raad voor Cultuur wil kerkelijke musea in het debat over die vraag betrekken. Sommige deskundigen pleiten zelfs voor teruggave van alle koloniaal erfgoed aan het land van herkomst.

Vandaar dat de Duitse Evangelischer Pressedienst vorige week verschillende conservatoren van kerkelijke musea over het onderwerp aan het woord liet. Claus Veltmann van de Frankesche Stiftungen in Halle bijvoorbeeld, die recent het verwijt kreeg dat zijn museum de koloniale geschiedenis zou uitwissen. Zijn reactie: „Het werk van de vroegere zendelingen heeft niets te maken met koloniale machten die cultuurgoederen roofden bij strafexpedities.” Hij wil juist actief inzetten op samenwerking met de vroegere zendingsgebieden.

Dat laatste benadrukt ook Christoph Schwab van het Museum auf der Hardt in Wuppertal. Gevoelige stukken bevat de verzameling van de Vereinte Evangelische Mission waarschijnlijk wel, erkent hij. Maar de kerken van de voormalige zendingsgebieden zijn inmiddels mede-eigenaar van de collectie, dat maakt verschil.

De grotere protestantse zendingsmusea hebben dus hun rol gevonden en de dialoog omhelsd. Maar voor veel van de ongeveer tachtig Duitse zendingsmusea ligt het moeilijker. Het gaat immers vaak om heel kleine instellingen die een bestaan in de schaduw leiden. Voor hen zal het moeilijk zijn om aan de toenemende vraag naar herkomstonderzoek en digitalisering te voldoen.

Zeker de rooms-katholieke verzamelingen zijn vaak in handen van krimpende orden die niet langer in staat zijn een museum te onderhouden. Zij hebben heel andere problemen aan hun hoofd, schrijft de Evangelischer Pressedienst. Soms brengen ze voorwerpen uit hun verzameling zelfs op de markt om financiële zorgen het hoofd te bieden.

Ook in Nederland speelt de discussie over ‘roofkunst’ al enige tijd. De musea met de grootste collecties koloniale voorwerpen –zoals het Tropenmuseum, het Museum Volkenkunde en het Afrika Museum– zijn inmiddels actief op zoek naar objecten met een dubieuze herkomst. Waar inderdaad sprake is van roof, kan vervolgens bekeken worden of de voorwerpen teruggegeven moeten worden aan het land waar ze vandaan komen.