De Theodericusklok is de oudste stem van de Veluwe

Grote kerk Epe. beeld RD, Henk Visscher
5

De oudste stem van het dorp Epe is die van Theo-dericus. Deze klok is zelfs de oudste kerkklok van de Veluwe, toont Jan van Zellem in een nieuwe studie aan.

De Grote of Sint-Maartenskerk in Epe, die in 2012 heringericht is na een ingrijpende restauratie, ziet er fantastisch uit. De oudste gedeelten van het bedehuis dateren uit de twaalfde eeuw. De oudste klok van de kerk, de Theodericusklok, is niet veel jonger.

Je moet er moeite voor doen om de klok te zien of te horen. Hij luidt maar één keer in het jaar, tijdens het bidden van het Onze Vader in de kerk op oudejaarsavond. De klok bevindt zich hoog in de toren. Je komt er via in totaal negentig treden van smalle houten trappen, langs de speeltafel van het carillon. Zij bevindt zich in een schemerige ruimte waar alleen de galmgaten wat licht doorlaten. De Theodericus, de kleinste van de vier kerkklokken, hangt achter de grootste klok aan een rechte luidbalk.

Het is een wonder dat de klok er nog is. „In 1943, tijdens de Tweede Wereldoorlog, werden alle klokken door de Duitsers uit de Grote Kerk gehaald”, zegt Van Zellem, gezeten aan een tafeltje in de kerk. „Drie klokken zijn afgevoerd en omgesmolten tot kanonnen. De Duitsers zagen gelukkig in dat de Theodericus bijzonder was. Ze lieten de historische klok door een deskundige keuren en die besliste dat zij behouden moest blijven.”

Zo kwam de klok direct na de oorlog weer terug in het Veluwse dorp. En nog was het bijna verkeerd afgelopen. De klank van de Theodericus (toon Cis) paste niet bij die van de drie nieuwe klokken, reden waarom de kerkvoogdij besloot tot verkoop. De klok ging in 1951 naar Duurswoude. De kerkvoogdij besefte de historische vergissing in 1998. Duurswoude was bereid de klok terug te geven, mits Epe een nieuwe klok leverde.

Jan van Zellem kwam tot de ontdekking dat de Theodericus de oudste kerkklok van de Veluwe is, ouder bijvoorbeeld dan de klokken te Ermelo, Hattem en Vaassen. Doorslaggevend voor de datering waren de vorm van de klok en de letters op de rand. „Het betreft een overgangsvorm tussen het punthoedmodel en het gotische model. Een deskundige die de letters heeft onderzocht, kwam tot de conclusie dat het om een tekst uit de tweede helft van de dertiende eeuw gaat.”

Toeristen

De Grote Kerk te Epe trekt sinds de restauratie een toenemend aantal toeristen. Jaarlijks nemen 5000 tot 7000 mensen een kijkje in het kerkgebouw. Op dit moment is daarbij geen rol weggelegd voor de Theodericus, maar dat zou kunnen veranderen. Plaatsing op het kerkplein vindt kerkrentmeester Ben Jonker geen goed idee: „Een klok hoort thuis in de toren.”

Wel kan hij zich voorstellen dat de klok vaker te horen zal zijn, bijvoorbeeld op vaste tijden in de zomermaanden. Hij gaat het erover hebben in het college van kerkrentmeesters. Van Zellem komt met een voorstel: „Laat de klok dan elke zaterdag luiden, samen met het carillon.”

Jonker heeft nog andere plannen om meer toeristen naar de Grote Kerk te trekken. In de gerfkamer liggen zilverwerk en dergelijke kostbaarheden van de kerk achter slot en grendel. Hij voelt ervoor om dat door middel van een glaswand zichtbaar te maken voor het publiek.

Ds. Vreekamp

In de gerfkamer hangen ook de predikantsborden. Die zouden naar de kerk kunnen. Een van de namen daarop is die van dr. H. Vreekamp, die van 1976-1984 predikant in Epe was, in het dorp bleef wonen en er in 2016 ten gevolge van een ongeval om het leven kwam. „Vreekamp zou zeker een voorstander zijn van het laten luiden van de Theodericus”, veronderstelt Van Zellem.

„Klokgelui is een teken van hoop”

Jan van Zellem, schrijver van het boek ”De oudste stem van het dorp” vindt het een historische sensatie om anno 2019 dezelfde klanken van de Theodericusklok te horen als de Epenaren die zevenhonderd jaar geleden hoorden.

Klokgelui is voor Van Zellem een teken van hoop. Hij vindt steun bij de Duitse Inge Scholl die tijdens haar gevangenschap in de Tweede Wereldoorlog troost vond in het klokkengelui van de Domkerk van Ulm.

In het boek schrijft hij: „Door de eeuwen heen waren de ideologen, van welke kleur ook, het met elkaar eens: de klok, die de identiteit bewerkstelligde, was een serieus te nemen gevaar. Hier verkondigde iemand een boodschap zonder dat men hem het woord kon ontnemen.”