De rabbijn trekt volle zalen

Opperrabbijn Jacobs. beeld RD, Anton Dommerholt
6

Ze leven al eeuwenlang samen in ons land. Joden en christenen. Was het protestantse Nederland eens een toevluchtsoord voor Joden, in de vorige eeuw werd het een voorportaal in het huis van dood en verderf. Hoe is de verhouding tussen Joden en christenen nu?

Beter dan ooit, beweert Binyomin Jacobs, opperrabbijn van het Interprovinciaal Opperrabbinaat (IPOR) en voorzitter van het Nederlands College voor Rabbinale Zaken (NCRZ). „De contacten die er nu over en weer zijn, met respect voor ieders eigenheid, waren twintig jaar geleden nog ondenkbaar.”

Niet iedereen in Joodse kring denkt er zo over. ”Zendingsdrang bestaat nog” kopte Ruben Vis, secretaris van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap, onlangs in het Nieuw Israëlietisch Weekblad. En dat „terwijl je zou denken dat het niet meer voorkomt en dat er genoeg historische redenen zijn om zich niet meer op Jodenzending te storten.” Vis noemt in zijn artikel vervolgens taalhistoricus Ewout Sanders, die onderzoek deed naar christelijke kinderverhalen over Joden. Hij constateerde dat daarin vaak een te negatief beeld van Joden als groep wordt geschetst.

Lody van de Kamp, tussen 1981 en 1994 rabbijn te Den Haag, Amsterdam en Rotterdam, liet zich vorige maand op de website nieuwwij.nl en in het Nederlands Dagblad kritisch uit over christenen. Aanleiding was de afscheidsdienst een dag voor de begrafenis van ds. G. H. Abma –emeritus predikant in de Protestantse Kerk in Nederland– in de Sint-Jan te Gouda. Hiervoor had hij ook een uitnodiging ontvangen, maar hij kon er niet bij zijn. In de dienst werd 1 Korinthe 16:22 gelezen, ontdekte Van de Kamp. Deze tekst luidt: „Als iemand de Heere Jezus Christus niet liefheeft, laat die vervloekt zijn. Maranatha!”

„Het verspreiden van de boodschap van het „vervloekt zijn van de Jood die Jezus niet liefheeft” in het jaar 2017 is voor de Jood niets anders dan het handhaven van het oude anti-judaïsme wat de viering van 500 jaar Reformatie gewoon overleefd heeft”, schreef Van de Kamp. En: „Met bloed aan de handen moeten deze Christenen zich realiseren dat ik als ‘vervloekte’ hun bemoeienis niet wens. Sterker nog, niet nodig heb. Ik niet. Maar ook de Jood in Israël niet of waar dan ook. De mooiste daad die zij zich nog kunnen veroorloven tegenover ons vervloekten is ons met rust te laten. Gewoon met rust laten.”

Ondanks deze harde taal verbrak Van de Kamp zijn banden met christenen niet. Vorige week maakte hij met docenten van het Driestar College bijvoorbeeld nog een reis naar Duitsland.

Goede banden

Opperrabbijn Jacobs wil niet tegen zijn „vriend en collega” Van de Kamp worden uitgespeeld, geeft hij direct aan als hem om zijn mening wordt gevraagd. Maar hij herkent zich „niet geheel” in diens woorden. „Natuurlijk zie ik ook zendingsdrang onder christenen, en dat stoort mij. Maar tegelijk zijn er goede banden.

Pas sprak ik in Krimpen aan den IJssel voor een zaal met zo’n 200 christenen. Het was een prettige avond. Toch krijg ik dan aan het eind van een enkeling de vraag of ik me niet zou willen bekeren. Je merkt dan dat de meerderheid zich ongemakkelijk voelt bij zo’n vraag. Ik probeer dat met humor te pareren en antwoordde zoiets als: „Dan ben ik mijn baantje kwijt!” Voor mij is daarmee de zaak afgedaan.”

Bekeringsdrang

Ook dr. Bart Wallet, als historicus verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en aan de Universiteit van Amsterdam, ziet de laatste decennia een toenadering tussen Joden en christenen. „Het feit dat een rabbijn wordt uitgenodigd door een kerkelijke gemeente laat zien dat de verhoudingen goed zijn. Zoiets kwam vroeger niet voor. Het gevolg daarvan is wel dat zaken, bijvoorbeeld een tekstkeuze, gaan opvallen.”

Bekeringsdrang richting Joden verdween „binnen de hoofdstroom van het protestantisme” na de Tweede Wereldoorlog, aldus de historicus. „De Gereformeerde Kerken in Nederland stopten met het verspreiden van hun Messiasbode bijvoorbeeld. En de Christelijke Gereformeerde Kerken hebben het niet langer over Evangelieverkondiging onder Joden, maar over luisteren, dienen en getuigen. Je ziet Joden en christenen meer samen zoeken naar wat de Schriften zeggen.”

Joden koppelen zending vanuit christelijke hoek en antisemitisme aan elkaar, weet Wallet. „Zeker in de tijd dat christenen een grote meerderheid vormden in dit land en dus een bepaalde dominantie uitstraalden. „Christenen willen ons bekeren en dus ons Jood-zijn van ons afnemen”, was de gedachte. Die Messiasbode was daar een duidelijk voorbeeld van.”

Versplinterd

Over en weer bestaan er stereotypen en misvattingen onder Joden en christenen. Zo zijn beide groeperingen veel meer versplinterd dan zij van elkaar weten, aldus Jacobs en Wallet. Wallet: „Er wordt nog te weinig met elkaar gepraat en te veel over elkaar. Enkele jaren geleden werd in reactie op PVV-leider Wilders’ film ”Fitna” het Caïro-overleg opgericht om daar verandering in te brengen. Joden, moslims en christenen gingen met elkaar om de tafel om over hun identiteit te praten en te zien wat ze van elkaar konden leren. Zoiets gebeurt nog veel te weinig.”

Bij zichzelf ziet Jacobs ook een bepaalde ontwikkeling. Toen hij ruim veertig jaar geleden als lokaal rabbijn begon, vroegen zijn bestuurders hem om vooral contact met niet-Joodse geestelijken te zoeken. „Ik kwam net van de Talmoedhogeschool, dus daar stond mijn hoofd absoluut niet naar. Mijn ouders hadden gemengde ervaringen met niet-Joden. Mijn moeder is tijdens de Tweede Wereldoorlog gered door niet-Joden. Aan hen dank ik mijn bestaan. Mijn vader heeft geleden onder hoe rooms-katholieken hem behandelden. Ik denk dat alle Joden zulke gemengde ervaringen zullen hebben. Let wel: Joden hebben ook negatieve ervaringen met protestanten. Toch hebben de meesten van mijn generatie respect voor niet-Joden.”

Vriendjes

Vorige week ging de rabbijn met dr. R. de Reuver, scriba van de Protestantse Kerk in Nederland, naar de dodenherdenking op de Dam in Amsterdam. „Ik heb vrienden gekregen in de religieuze christelijke wereld.” Met dr. De Reuver sprak hij eerder ook over de ophef rond Kairos Sabeel Nederland, een organisatie die met hulp van de Protestantse Kerk Palestijnse christenen steunt. Onlangs kwam de voorzitter, Kees Blok, in opspraak. Volgens critici vergeleek hij Palestijnen met vrijheidsstrijders, omdat Israël volgens het internationaal recht „Palestijnse gebieden bezet.” Hij heeft er ook kritiek op dat de staat Israël „alleen voor het Joodse ras” bedoeld is.

Jacobs constateert een bepaalde „logheid” in de manier waarop de Protestantse Kerk omgaat met de kritiek op Blok en vindt dat de kerk wel duidelijker afstand moet nemen van diens uitlatingen. „Natuurlijk heb ik hier met De Reuver over gesproken. Wij zijn vriendjes.”

Ondanks alle toenadering ziet hij ook een bepaalde verharding plaatsvinden. Waar vroeger de nuance werd aangebracht, is het nu zwart-wit. „Mensen denken bijvoorbeeld dat alle Joden zionist of Israëliër zijn. Pas zei een vrouw tegen me: „Wat praat u goed Nederlands.” Natuurlijk doe ik dat. Ik ben Nederlander, net als mijn voorvaderen, al meer dan tien generaties. Dat besef hebben mensen tegenwoordig blijkbaar niet meer als zij een orthodoxe Jood zien.”

Toekomst

Komen Joden en christenen in de nabije toekomst nog dichter bij elkaar of stagneert deze ontwikkeling? Jacobs: „Ik verwacht dat we nog meer samen ten strijde zullen trekken tegen het secularisme. Tegen zoiets geks als Second Love bijvoorbeeld. We moeten elkaar vinden en samen optrekken in de zaken die we gemeen hebben en die ons dus aan elkaar verbinden.”

Wallet verwacht ook meer toenadering. „Nu christenen en Joden in onze samenleving twee minderheden zijn geworden, weten ze elkaar steeds beter te vinden. En ze hebben elkaar nodig. Het Arabisch-Israëlische conflict is voorlopig niet opgelost. ChristenUnie en SGP staan voor een oplossing waarin Joden zich goed kunnen vinden. Het feit dat velen van hen daarom nu CU of SGP stemmen, was twintig jaar geleden nog ondenkbaar.

Steeds vaker praten christenen met Joden, in plaats van over hen. En rabbijnen trekken in kerken meestal volle zalen. Dat zegt genoeg.”

„Diepe verbondenheid”

Roger van Oordt, directeur van Christenen voor Israël, vindt dat de relatie tussen Joden en christenen in Nederland sinds de jaren negentig „ontzettend is verbeterd. Zowel de contacten met orthodoxe als met liberale Joden zijn goed.”

Tegelijk valt er nog „veel op te ruimen”, meent Van Oordt. „Ik merkte dat toen ik een vriend van Israël hoorde zeggen: „Ik ben echt Joods: voor wat, hoort wat.” Hoe kun je, denk ik dan? Zo iemand spreek ik daarop aan.”

Ook Van Oordt ziet dat de „bekeringsdrang” onder christenen richting Joden soms spanningen veroorzaakt. „Christenen voor Israël heeft juist als missie om de kerken te ‘bekeren’ om achter Israël te gaan staan, omdat God trouw is aan Zijn verbond met het Joodse volk. Na 2000 jaar vervangingstheologie is de kerk als het ware ons zendingsgebied.”

Blijft er niet altijd een bepaalde afstand bestaan tussen christenen en Joden? „Nee”, beweert Van Oordt stellig. „Ik ervaar juist een diepe verbondenheid met Joden, een verbondenheid die ik met veel christenen niet ervaar. Vergelijk het maar met een familieband. Je gaat ieder je eigen weg, maar je blijft familie en houdt van elkaar.”

Van Oordt is blij dat opperrabbijn Jacobs binnenkort een column gaat schrijven in familieblad Terdege. „Jacobs sprak in 2013 tijdens de begrafenisdienst van mijn vader, de oprichter van Christenen voor Israël. De hartelijke contacten die nu bestaan, zijn uniek in de geschiedenis.”

„Er is onder Joden veel wantrouwen”

„Een goede Jood, is een bekeerde Jood.” Volgens Piet van Midden, voorzitter van het Overlegorgaan Joden en Christenen (OJEC), menen veel Joden in Nederland dat christenen zo denken. De uitlatingen van Lody van de Kamp (zie ”De rabbijn trekt volle zalen”) staan wat hem betreft dus niet op zichzelf. „Er is onder Joden veel wantrouwen.”

Het OJEC wil „het onderlinge vertrouwen tussen Joden en christenen verder uitbouwen.” Van Midden vindt het dan ook belangrijk dat de Joodse gemeenschap zich veilig voelt bij de kerk. „Zo’n tekstkeuze tijdens een afscheidsdienst is gewoon dom, dat kun je achteraf niet goedpraten. Maar de reactie van Van de Kamp vind ik ook niet gevoelig.”

Tijdens een studiedag in Arnhem dinsdag gaat het OJEC in op de uitlatingen van Kees Blok, voorzitter van de steungroep van Kairos Sabeel (zie ”De rabbijn trekt volle zalen”). Zonder voorwaarden vooraf wil het orgaan Blok en vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap de kans geven om in gesprek te gaan met elkaar, aldus Van Midden. „Maar wel met een doel: gevoeligheden respecteren.”

De voorzitter beschrijft de verhouding tussen Joden en christenen „wel als een met bobbels en zere plekken, zeker in de gedenkmaand mei, maar vooral ook een van respect en liefde.” Hij ziet namelijk ook dat beide groepen steeds openhartiger met elkaar in gesprek gaan over wat zij wel en niet gemeenschappelijk hebben.

Van bekeringsdrang richting Joden is OJEC wars. Kerken en organisaties die zich bij haar aansluiten, moeten beloven daar niet aan te doen. „Toen God een verbond sloot met Abraham, ging alleen Hij tussen de offerdelen door. Normaal gesproken in een verbondsrite gingen beide partijen erdoorheen, daarbij uitsprekend dat het hun net zo mocht vergaan als zij het verbond zouden breken. Wie ben ik dan om te zeggen dat dit verbond niet meer telt?

De weg van christenen naar God gaat via Jezus. Hoe Hij het met Israël regelt, is Zijn zaak.”

Boekpresentatie ”Geschiedenis van de joden in Nederland”

In de Portugese synagoge in Amsterdam wordt op 22 mei de ”Geschiedenis van de joden in Nederland” gepresenteerd. Dit naslagwerk vertelt het verhaal van de Joden in Nederland van de middeleeuwen tot nu. Het boek staat onder redactie van Hans Blom, David Wertheim, Hetty Berg en Bart Wallet en telt bijdragen van Ben Speet, Daniel Swetschinski, Jonathan Israel, Yosef Kaplan, Irene Zwiep, Bart Wallet, Hans Blom en Joel Cahen.

www.mbii.nl