De preek van ds. J. W. Verweij: Ik kom altijd met schuld van kansel

De preek
Ds. J. W. Verweij. beeld Cees van der Wal

Hoewel hij al tien jaar met emeritaat is, preekt ds. Verweij (Gereformeerde Gemeenten, Zwijndrecht) nog elke zondag tweemaal. En soms doordeweeks nog een keer. In een vacante gemeente in de regio Rotterdam of af en toe op een kansel elders in het land. „Dan blijf ik met mijn vrouw een zondag over in een leegstaande pastorie of een vakantiehuisje.”

Honderden preken zitten er inmiddels in zijn archief. Toch maakt de emeritus predikant nog elke week twee nieuwe. „Dat vind ik heel belangrijk. Zo blijf je als predikant fris. Bovendien is het een Bijbelse opdracht om het Woord te onderzoeken. Ik gebruik weleens een oude preekschets waaraan ik nieuwe dingen toevoeg.”

Het maken van een preek doet ds. Verweij (79) doorgaans in de ochtend. Hij verdiept zich in een Bijbelgedeelte en vraagt de Heere om licht over een tekst. „Ik bid of de Heere mij door de bediening van Zijn Geest wil leiden. Soms weet ik niet waarom ik bepaald word bij een tekst. Dan blijkt achteraf dat een van Gods kinderen er bijzonder door is onderwezen.”

Vervolgens leest hij de kanttekeningen bij de Statenvertaling en een Bijbelverklaring, bijvoorbeeld van Dachsel, Matthew Henry, Calvijn of de Korte Verklaring. Dan maakt hij een preekschets waarin hij de punten van zijn preek vermeldt en enkele kernwoorden opschrijft. „Toen ik nog student aan de Theologische School was, schreef ik mijn preken helemaal uit. Ik heb ze nog bewaard. Maar als predikant leer je dat gauw af. Veel te tijdrovend. Het is voldoende om de hoofdlijn van een preek te kennen.”

Hij bereidt zijn preken nog op dezelfde manier voor als veertig jaar geleden. „In de loop der tijd heb ik veel gelezen en veel stof tot me genomen. Maar nog steeds ben ik bij elke preek afhankelijk van de bediening van de Heilige Geest. God zegt in Zijn Woord: „Zonder Mij kunt Gij niets doen.” Zet maar een streepje onder dat niets, zei ik tegen mijn catechisanten. Dat omvat alles.”

Ergernis

Wel is hij in de loop der tijd korter gaan preken. „Dat klinkt misschien een beetje raar. Predikanten zijn vaak lang van stof. Dat euvel overkwam mij ook. Ik herinner mij een ouderling in Rijssen die na anderhalf uur z’n Bijbel resoluut dichtsloeg. Dan wist ik wel hoe laat het was. Een predikant moet zijn tijd weten. Lang preken sticht niet en roept ergernis op. Het kan de duivel in de kaart spelen.”

Hoewel hij honderden keren heeft gepreekt, ziet ds. Verweij er nog altijd tegen op. „Een predikant heeft de verantwoordelijkheid voor zielen. Hij moet getrouw waarschuwen voor de dag des doods en verderfs, opwekken tot bekering en een ruime nodiging van het Evangelie aan het hart van de hoorders leggen. Wie is tot deze dingen bekwaam? Ik kom iedere keer met schuld van de kansel.”

Met kritiek op de prediking kreeg de emeritus predikant regelmatig te maken. „Ik leg die niet terug bij de betreffende persoon, maar keer ermee tot mezelf in. Wat is de boodschap voor mij? Ben ik tekortgeschoten? Dat leg ik voor Gods aangezicht neer. Daar kun je soms profijt van hebben.”

Ds. Verweij hoopt te kunnen blijven preken. „Hoelang het nog gaat, weet ik niet. Onlangs had ik een longontsteking en kon ik niet voorgaan. Ik ben nu nog gezond, maar morgen kan dat anders zijn.”

Lees hier alle artikelen over het thema ”De preek”.