De preek van ds. J. B. ten Hove: Een preek maken is zweten en werken

De preek
Ds. J. B. ten Hove. beeld RD

De preekvoorbereiding van ds. J. B. ten Hove (PKN, Veenendaal) begint op maandagmorgen. Het liefst heeft hij dan de tekst waarover hij op zondag gaat preken, paraat.

Een fase van bidden, lezen en doordenken volgt. Nog diezelfde dag leest hij grondtekst, kanttekeningen en in elk geval de English Standard Version-studiebijbel. Ook neemt hij „behoorlijk wat commentaren” ter hand: een kritisch, modern commentaar, verklaringen van Calvijn en Matthew Henry en verder wat hij in zijn met boeken behangen studeerkamer kan vinden van de Vroege Kerk. Ds. Ten Hove besluit de „leesfase” met iets homiletisch van aard, een werk van een oudvader of juist een hedendaagse preek.

„En dan komt de lastigste fase”, namelijk die waarin hij probeert helder te krijgen wat hij moet doorgeven aan de gemeente. „Ik probeer dan echt alles los te laten, niet meer te lezen, alleen biddend na te denken over de vraag wat ik moet gaan zeggen.”

Hoe wordt dat duidelijk? „Er komt geen stem uit de hemel”, zegt de predikant nadenkend. „Soms ontstaat er duidelijkheid door dingen die gebeuren, maar doorgaans komt tijdens het lezen, overdenken en bidden vanuit het tekstgedeelte de kern naar boven. Wanneer je bidt, staat dat niet los van de gemeente. Je ziet de mensen voor je tot wie je ’s zondags preekt. En dus ook bepaalde zorgen, ziekten of zonden. Bij alles wat je doet, moet het Schriftgedeelte centraal staan. Je beent de tekst uit.”

De predikant maakt een korte schets zodat de lijnen voor de preek helder worden en werkt deze vervolgens tamelijk gedetailleerd uit, in lopende zinnen zodat ook de formuleringen doordacht zijn. Op deze tekst baseert hij zijn preek.

„Ik vind dit altijd een intensief traject dat behoorlijk wat tijd en energie kost”, zegt de predikant. „Een preek maken is voor mij niet alleen bidden en werken maar ook zweten en werken.” In totaal kost de voorbereiding van één preek hem twaalf tot vijftien uur.

Waar komt de spanning die hij voelt, vandaan? „Die heeft te maken met de verantwoordelijkheid die je voelt voor de zaligheid van de hoorders maar ook met het moeten presteren. Als ik een keer geen preek hoef voor te bereiden, als ik gewoon mag luisteren, ervaar ik dat soms als een verademing. Al bemerk je dan ook weer het verlangen om zelf te preken, ambivalent genoeg.”

Ambachtelijk

Ds. Ten Hove zoekt even naar woorden. „Een preek moet geen half werk zijn”, zegt hij dan. „Een preek maken is een voluit geestelijk iets, maar ook iets ambachtelijks. En je weet dat er kritisch naar geluisterd wordt. Je bent als predikant ook gewoon mens. Ik vind het eerlijk om dat te noemen. Als ik dat zou overschreeuwen, zou ik me overgeestelijk voordoen. Als kind dacht ik dat een preek zo uit de hemel kwam vallen. Maar zo gaat het niet.”

Ds. Ten Hove pakt Spurgeon erbij en leest: „Ik maak zo veel studie van een preek dat het lijkt alsof ik geheel afhankelijk ben van eigen inspanning, maar ik ga de preekstoel op in vertrouwen op de Geest van God omdat ik weet dat het niet van mij afhangt.”

Vaak komt de tekst voor de preek naar hem toe, een enkele keer moet hij er urenlang naar zoeken. Ook dan is gebed belangrijk, ervaart hij. Regelmatig kruipt hij voor een serie preken door een Bijbelboek heen. „Het voordeel daarvan is dat je jezelf behoedt voor selectief Schriftgebruik.”

Lees hier alle artikelen over het thema ”De preek”.