De preek van ds. B. Labee: Soms is het echt maar wat tasten

De preek
Ds. B. Labee. beeld André Dorst

Gemiddeld drie preken per week maakt ds. B. Labee (Gereformeerde Gemeenten), inclusief trouw- en rouwoverdenkingen en meditaties. Per preek heeft hij ten minste twee dagdelen nodig. Een sommetje is snel gemaakt. „Gewoonlijk probeer ik alle ochtenden, inclusief de zaterdagmorgen, met de preek bezig te zijn.”

De Veenendaalse predikant heeft de gewoonte om van de zomervakantie tot aan advent een prekenserie te houden over één en hetzelfde Bijbelboek. „Te beginnen bij hoofdstuk 1, één preek per zondag. Een beetje zoals Calvijn dat deed. Ik kan niet in de schaduw van die man staan, hoor. Maar ik heb wel het verlangen om het op deze manier te doen. Het is me meer dan eens opgevallen dat ik juist in die series op onderwerpen kom waarvan ik nooit had gedacht dat ik die zou bepreken.”

Eenvoudig vindt ds. Labee het niet, preken. „Soms zijn er vragen waarop je geen antwoord hebt. Dan zit je samen met de gemeente in de kerkbank, tastend en zoekend naar wat de Heere te zeggen heeft.”

Het gebed staat altijd voorop, zegt hij. „Vervolgens onderzoek je de Heilige Schrift. Wat staat er nu precies? Welke vragen zijn er aan de tekst te stellen? Predikanten hebben gereedschap genoeg. Zo veel zelfs dat er verwarring kan ontstaan. Eens liep ik zo vast dat ik aan een nieuwe preek ben begonnen. Gelukkig gebeurt het niet vaak dat je er niet uitkomt. Vaker maak je zelf een keuze. Dat is ook wat we op de Theologische School leerden. In een heel enkel geval leg ik de twijfel eerlijk in de gemeente neer. We hoeven de schijn niet op te houden dat we alles weten. Natuurlijk vraag je of de Heere licht geeft. Soms mag dat er heel helder zijn. Op andere momenten is het echt maar wat tasten.

Ik las eens over de vergelijking tussen een predikant en een rentmeester. Zoals je de Schrift in de gemeente neerlegt, zo zal Hij voortleven. Een enorme verantwoordelijkheid. Soms ontdek je dat er grond is om iets anders uit te leggen dan je altijd gehoord en aangenomen hebt. Dat kan een hele worsteling zijn. Het is mijn voortdurende gebed om maar oprecht te zijn. Een predikant moet op zaterdagavond weer zijn knieën kunnen buigen voor zijn Zender. Dat geeft ook veel rust. Gij weet wat van Uw maaksel zij te wachten. Dat geldt ook voor een dominee.”

Prentenboeken

Het moeilijkst, zegt de predikant, is dat die preek „de studeerkamer uit moet. Soms moet ik hem letterlijk naar de preekstoel tillen. Maar ja, als dan de zondag voorbij is en het is weer maandag, verlang ik er toch naar om opnieuw aan de slag te gaan. Ze zeggen weleens dat je als predikant de maandagmorgen vrij moet houden, maar die rust heb ik eigenlijk niet.”

In zijn eerste gemeente, Geldermalsen, maakte ds. Labee nogal eens een ochtendwandeling om te kunnen mediteren over de preek in wording. Tegenwoordig zoekt hij de stilte op zijn studeerkamer. Dan pakt hij de schriftlezing er nog eens bij, de kanttekeningen, de Bijbel met uitleg en –„al vind ik het wat gek om te zeggen”– soms Nico ter Linden. „Hoe lezen en denken moderne mensen, waar lezen we overheen? Of ik pak een van de oude boeken met prenten bij de Heilige Schrift. En dan zomaar zo’n plaatje bekijken. Er zijn veel dingen waarom je moet grinniken, maar de geschiedenis kan ook op een verrassende manier tot leven komen. Soms ontleen ik er een beeld aan. Preken is tenslotte schilderen met woorden.”

Lees hier alle artikelen over het thema ”De preek”.