De menselijke kant van het verhaal van de Dordtse synode

Synode van Dordrecht
Prof. dr. Fred van Lieburg. beeld RD, Anton Dommerholt

Als historicus en inwoner van Dordrecht droomde prof. dr. Fred van Lieburg al langer van het schrijven van een boek over de Dordtse synode (1618-1619). Het herdenkingsjaar 400 jaar Dordt was een uitgelezen kans om dat plan uit te voeren. „Ik hoop dat het boek de menselijke kant van de synode het volle pond geeft.”

Vroeger stonden de acta –handelingen– van de Synode van Dordrecht in de boekenkast van huize Van Lieburg. De jonge Fred, die toen nog in Rotterdam woonde, kreeg een „basaal beeld van de synode” door deze oude teksten. Later, als historicus, groeide zijn interesse voor deze ingrijpende gebeurtenis in de nationale- en kerkgeschiedenis. „Daar komt bij dat ik al ruim vijfentwintig jaar in Dordt woon. Dan gaat de synode op een andere manier voor je leven.”

Van Lieburg had al langer het idee om een boek over de Synode van Dordrecht te schrijven. „Toen de herdenking van 400 jaar Dordtse synode in zicht kwam, moest het er gewoon van komen.”

Zonder de herdenking was het boek er niet gekomen?

„Ik denk dat er twintig jaar geleden niet zoveel steun vanuit de stad zou zijn geweest. Dordrecht heeft zichzelf herontdekt. De gemeenteraad heeft aangedrongen op het positief neerzetten van de herdenking van de synode. De stad presenteert de synode heel breed; niet alleen als iets religieus, maar ook als iets van onze cultuur. Daar kun je van alles van vinden en er zitten zeker elementen in die echte Dordt-fanaten niet gepast vinden, maar ik denk dat het reformatorische bevolkingsdeel ook echt aan zijn trekken komt in de aandacht die de gemeente geeft.”

Er zijn in de loop der jaren heel wat boeken over de Dordtse synode gepubliceerd. Waarin onderscheidt dit nieuwe boek zich?

„In dit boek wordt heel concreet het verhaal van de Dordtse synode verteld. Het gaat over de gebeurtenis zelf. De organisatie van de bijeenkomst staat centraal en er worden concrete plekken aangewezen. De synode was een kwestie van landsbelang, maar er is ook een verbinding te leggen met de lokale situatie van Dordrecht.”

Welk beeld schetst u van de synode?

„Mijn boek zoekt het realisme tussen twee uitersten. Ik hoop dat het een verrijking is die het menselijke proces van de synode het volle pond geeft. Het is niet bedoeld als hagiografie, waarin de synode wordt geschetst als iets heiligs waarop je nauwelijks kritiek mag hebben. Dat beeld kom je vaak tegen in orthodox-calvinistische kring. Anderzijds is het evenmin bedoeld als ”debunking”, waarin de remonstanten in een slachtofferrol worden geplaatst en synodevoorzitter Johannes Bogerman als boze boeman wordt neergezet. Dat typeert de liberale beeldvorming.”

Bogerman zond wel de remonstranten weg. Dr. R. de Reuver, scriba van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), noemde dat vorige week „een pijnlijk moment.”

„De kerk moet in deze kwestie de politiek niet vergeten. Er wordt gedaan alsof het wegsturen van de remonstranten een ontsporing van Bogerman was. Dat is onterecht. Bogerman voerde domweg een besluit van de Staten-Generaal uit. Die hadden op oudejaarsdag met Maurits en Willem Lodewijk in een topoverleg –wij zouden nu zeggen: een torentjesoverleg– besloten dat de remonstranten weggestuurd moesten worden als het niet tot een vergelijk kwam. Ook toen de remonstranten op maandagmorgen 14 januari nog één kans kregen, bleven ze bij hun standpunt. De sfeer was zo verziekt, dat er geen normale discussie meer mogelijk was. Ze werden daarop weggestuurd. Daar waren de buitenlandse afgevaardigden –die ieder hun eigen belangen hadden– het mee eens.

Als je het besluit in die context zet, zeg je niet –om de remonstranten te plezieren– dat het verkeerd was. Pijnlijk was het zeker, maar het verhaal heeft twee kanten.”

Wat is de rode draad van dat verhaal?

„Dat zijn er eigenlijk twee. De eerste rode draad is dat er met veel moeite een besluit is genomen over de leer. Het duurde zo lang omdat elk college over ieder onderwerp iets mocht zeggen. Dat deed men dan ook, ondanks dat er inhoudelijk veel overlap was. De synode was erop gericht een eindoordeel te vellen dat kon rekenen op draagvlak onder het publiek. Vanaf de publieke tribune kon iedereen de totstandkoming van de besluiten volgen. De remonstranten werden in het openbaar opgeroepen om verantwoording af te leggen. Dat de overheid en de kerk in die tijd een openbare vergadering organiseerden, vind ik een moedig waagstuk.

Die openbaarheid was een enorm risico. Bogerman vreesde dat hoorders voortijdig discussies naar buiten zouden brengen. Op de tribune zaten trouwens ook rooms-katholieke theologen. Bij de jezuïeten en dominicanen speelden namelijk ook discussies over de uitverkiezingsleer.”

De deur ging op een gegeven moment dicht.

„Inderdaad. De andere kant van de rode draad is dat men ontdekte dat je de eenheid van de kerk niet afdwingt met leerregels waar synodeleden, predikanten en hoogleraren hun handtekening onder zetten. Toen de synode eenmaal die weg was ingeslagen, moesten die leerregels er komen. Maar de theologische discussie is niet te ordenen in een papieren eindresultaat. Dat blijkt wel uit het feit dat de discussie na de synode verderging met nieuwe filosofische uitgangspunten. Daarin werd de filosofie van Aristoteles uiteindelijk vervangen door die van René Descartes.”

Over Descartes gesproken: u ontdekte dat hij tijdens de synode in Dordt verbleef?

„Ja, hij was in april 1619 als jonge filosoof toevallig in Dordt. Daar discussieerde hij met de wiskundige Isaac Beeckman, die een wetenschappelijke revolutie met grote theologische gevolgen heeft bewerkstelligd. Ik vind het geinig dat zij als jonge intellectuelen in een herberg tijdens de synode al bezig waren met de volgende fase in de geschiedenis.”

Om tot zulke ontdekkingen te komen, moet er wel veel materiaal bewaard zijn gebleven.

„In het boek komt inderdaad duidelijk naar voren welke bronnen we nog hebben. Maar helaas kun je niets zeggen over wat er niet meer is. Zo hebben we nog een stuk of zeven synodejournalen van afgevaardigden. Maar iedere afgevaardigde had zo’n ding, wat betekent dat we er tientallen niet meer hebben. Dat van Voetius is bijvoorbeeld in de negentiende eeuw kwijtgeraakt. Daarnaast zijn er archieven van de synode zelf, de kerkenraad en de classis. Maar er zijn geen stadsbestuursnotulen meer. Van de Staten-Generaal zijn wel besluiten bewaard gebleven. Joke Roelevink, die afgelopen september is overleden, heeft daarvoor veel werk verricht. Het is spijtig dat zij het resultaat niet meer heeft kunnen zien.”

En de Acta staan nog in menig boekenkast.

„De Acta zijn waardevol, maar ook misleidend. Ze zijn achteraf uitgewerkt op basis van notulen die we niet meer in detail hebben. In de gedrukte Acta, die beeldbepalend zijn geweest voor veel mensen, zijn stukken weggelaten of toegevoegd om de overwinning van de contraremonstranten te benadrukken. Gelukkig hebben de remonstranten ook een gedetailleerd verslag uitgegeven.”

Wat merkten de toenmalige inwoners van Dordt van de synode?

„Het was druk op straat. De horeca had goede maanden. Hier gebeurde het; er werd een stukje Europese geschiedenis geschreven. De publieke opinie was wel tegen de remonstranten gekeerd, de remonstranten klaagden dat ze werden nagejauwd.”

Uw boek bevat beeldmateriaal van Dordrecht ten tijde van de synode. Kan iemand met het boek in de hand anno 2019 in de stad veel terugvinden?

„Ik heb een plattegrond gemaakt met behulp van een huizenregister uit 1619. Zo kun je zien waar de regenten, de predikanten en de uitgevers hebben gewoond. Een aantal logeeradressen aan de Wijnstraat bestaat nog, al zijn de gevels niet meer origineel. De Grote Kerk en de Augustijnenkerk zijn nog intact. De Kloveniersdoelen, de vergaderlocatie, bestaan niet meer. Een bordje en een plaat op de muur herinneren nog aan wat daar heeft plaatsgevonden. De Berckepoort en de Groothoofdpoort zijn er nog. Die laatste kreeg in 1618 een nieuwe gevel. Een van de synodeleden heeft een vredespreek gehouden over de tekst op de gevel van die poort. Alleen zijn helaas in later tijd precies die regels weggehakt waarover hij sprak.”

Hebt u al nieuwe projecten in het kader van de synode op de rol staan?

„Ik ben van plan een kritische editie van de Dordtse Kerkorde (DKO) uit te geven. Eigenlijk hebben we de oerversie daarvan nog niet; we baseren ons tot nog toe op de gedrukte versie van Gelderland uit 1620. Ik zeg niet dat die veel afwijkt van de oorspronkelijke, maar ik wil de meest zuivere versie uitbrengen, met de juiste annotatie. Maar het duurt nog wel even voordat die publicatie er ligt. Dat gaat dit jaar niet meer lukken.”

Synodestad, Fred van Lieburg; uitg. Prometheus, 368 blz.; € 24,99.