De les van poppenogen

Van Nifterik. beeld Cees van der Wal
2

„We moesten van de IS-strijders leren omgaan met geweren. Zelf had ik een kalashnikov en een pistool”, vertelt Aymen, veertien jaar oud.

De jezidi-jongen uit Sinjar kijkt wat verlegen voor zich uit. „Toen IS ons dorp innam, werden we gearresteerd. We moesten de islamitische regels, de sharia, bestuderen en die strikt opvolgen, elke dag. Na een tijdje brachten ze ons naar Syrië, waar we werden getraind om soldaat te worden. Ook werd ons geleerd hoe we onszelf met bommen konden laten opblazen. Ik denk niet dat ik mensen had kunnen doden, maar veel van mijn vrienden hebben dat wel gedaan. IS heeft veel verkeerde daden gedaan, maar eerlijk gezegd ben ik wel van hun geloof en van de sharia gaan houden. Ik geloof dat Allah god is. En ik geloof ook in Mohammed, de profeet.”

Aymen is een maand geleden door zijn vader vrijgekocht voor een losprijs van 23.000 dollar. Een smokkelaar heeft de jongen teruggebracht naar zijn familie in Noord-Irak. Daar ontmoetten we hem, in het Ba’adra vluchtelingenkamp, waar Stichting HVC een bakkerij runt en traumaverwerking aanbiedt aan vluchtelingen.

Aymen is blij dat hij weer terug is bij zijn familie. Maar hij heeft het zichtbaar moeilijk. Ik merk in het gesprek dat hij veel heeft meegemaakt en is gehersenspoeld door IS. Hij stroopt zijn mouwen op en laat wonden op zijn armen en benen zien. Die heeft hij opgelopen tijdens bombardementen. Medische zorg krijgt hij niet. Het lukt hem om de draad op school weer op te pakken. Maar hij heeft geen idee hoe het met zijn leven verder moet.

Overal waar we tijdens onze bezoeken in Noord-Irak komen, horen we dezelfde dingen. De strijders van IS mogen dan hun grondgebied zijn kwijtgeraakt, hun ideologie is springlevend. Aymen is niet de enige die door het jarenlange verblijf in de IS-trainingskampen in hun extremistische gedachtegoed is gaan geloven. In de vluchtelingenkampen zitten nog veel meer van zulke jongens en meisjes.

Een ander probleem zijn de soennieten die nog in de dorpen en steden wonen en tijdens de oorlog heulden met IS. Dat bevestigt ook ds. Araam uit Batnaya. „De leiders van IS, die tijdens de strijd ons dorpje overheersten, zitten er nog steeds. Binnen het Iraakse leger bekleden ze hoge posten. We horen ook dat groepjes IS-leiders nog steeds vergaderingen beleggen. De wereld moet echt niet denken dat IS helemaal verslagen is.”

In het dorpje van ds. Araam heerst de stilte. Nog niemand is teruggekeerd uit de vluchtelingenkampen. Zwijgend loop ik door de straten. Gebouwen liggen in puin of zijn zwaar beschadigd. Her en der woekert het onkruid. Het lijkt wel alsof de natuur het dorpje langzaam inneemt. Op straat ligt de kop van een kinderpop. Poppenogen staren me aan. Alsof ze willen waarschuwen voor het gevaar van de extremistische islam.

Jan Dirk van Nifterik (directeur Stichting HVC) is samen met Laurens van der Tang, namens samenwerkende deputaatschappen voor bijzondere noden van de Gereformeerde Gemeenten (in Nederland), en een groep vrijwilligers in Noord-Irak voor een projectbezoek en evangelisatiebijeenkomsten. Dit is de tweede van drie impressies.