De kerk als venster naar de hemel

De dom in de Duitse stad Paderborn bestaat 950 jaar. beeld Novosights.com
9

Middeleeuwse christenen zullen in hun gotische kerk vaak naar boven hebben gekeken. De hoge ramen, spitse bogen en gewelfde plafonds wezen allemaal naar één punt: het hemelse Jeruzalem. Een tentoonstelling in de Duitse stad Paderborn ontrafelt de geheimen van deze gotiek.

Op het plein voor de dom van Paderborn bouwen een paar mannen de kerstmarkt op. In de kraampjes worden straks Duitse koek, warme sjaals en kerstdecoratie verkocht. In de houten blokhutten zal de glühwein vloeien. Duizenden lampjes moeten zorgen voor licht en vrolijkheid in de duisternis van december.

Bij het portaal van de kathedraal zit een zwerfster, een rood koffiebekertje in de hand, vragend om wat euro’s. De wind snijdt, de eerste natte sneeuw dwarrelt naar beneden.

Het was hier 950 jaar geleden, toen de fiere kerk feestelijk werd ingewijd, niet heel veel anders. Ook toen zaten er bedelaars voor de poort. Het waren immers roerige tijden rond 1068. De Normandiërs waren zojuist Engeland binnengevallen, de Duitse keizer en de paus ruzieden over de benoeming van geestelijken, het oostelijke en het westelijke deel van de christenheid was in 1054 definitief gescheurd. Oorlogen, hongersnoden, ziekten – de mensen leefden bij de dag.

Zonder die strijd tussen de geestelijke en wereldlijke heersers was de Paderborner dom waarschijnlijk altijd klein gebleven. In de loop der eeuwen kreeg het bedehuis langzaam een ander gezicht. Om haar macht te laten zien, breidde de familie Lippe –verre voorvaderen van prins Bernhard– de romaanse kathedraal in gotische stijl uit. Er kwamen hoge vensters, rijk bewerkte kapitelen, kunstig beeldhouwwerk. Een architectuur van licht.

Belijdenis

Over deze gotiek is in het naast de dom gelegen Diözesanmuseum een tentoonstelling te zien. De expositie, die tot 13 januari loopt, staat in het teken van het 950-jarig bestaan van de kerk. Relieken, manuscripten, beeldhouwwerk en tientallen andere voorwerpen laten zien hoe christenen in de dertiende eeuw leefden, dachten en geloofden.

Een zandstenen sarcofaag laat meteen zien dat in de middeleeuwen leven en dood erg dicht bij elkaar lagen. „Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden”, zo staat erboven te lezen. Een klein kruis aan de binnenkant van de stenen grafkist –het deksel is nooit teruggevonden– laat zich lezen als een belijdenis.

De Paderborner dom is gewijd aan Maria. In de dertiende eeuw stond er in de kathedraal nog een houten beeld van de maagd, met het kindeke Jezus op schoot. „Onder uw bescherming en beschutting vluchten wij, o heilige moeder Gods”, smeekten de kerkgangers. „Verlos ons heden van alle gevaren, o glorierijke en gezegende maagd. Amen.”

De kerk in Paderborn is maar voor een deel in gotische stijl gebouwd. Ze ademt ingetogenheid uit, zeker in vergelijking met de flamboyante Franse kathedralen. Het bisdom Paderborn nam vooral de kathedraal van het aartsbisdom Mainz tot voorbeeld. Toch zijn er hier en daar Franse invloeden te bespeuren. Op de tentoonstelling staat een standbeeld van een engel, flink aangetast door weer en brand. Ooit stond het op het dak van de Mainzer dom, dertig meter hoog. Het beeld was het eerste vrijstaande sculptuur in Duitsland, gemaakt naar het voorbeeld van de engelen die de kathedraal van Reims sierden.

De bouw van een kathedraal was een meerjarenproject. Wie eraan begon, wist bij voorbaat al dat hij de voltooiing van het godshuis waarschijnlijk niet zou meemaken. De expositie laat zien hoe de architecten te werk gingen, welke materialen de bouwlieden gebruiken, maar vooral wat al dat gezwoeg opleverde: een bedehuis dat de hemel dichter bij de aarde moest brengen.

Haast elke steen lijkt een theologische boodschap te bevatten. Middeleeuwers dachten waarschijnlijk meer aan het laatste oordeel en de wederkomst van Christus dan christenen nu doen. Boven veel kerkdeuren waren hemel en hel afgebeeld, in steen gebeiteld Evangelie: „Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis” (Johannes 5:24).

Ook de boodschap van het paradijsportaal van de Paderborner dom, waar de zwerfster haar toevlucht had genomen, was in de middeleeuwen voor iedereen duidelijk. De beelden van zes apostelen, Maria en de bisschoppen Kilian en Liborius maakten duidelijk dat wie de kerk betrad, niet alle hoop hoefde te laten varen. Degenen die de loopbaan van het geloof beëindigd hadden en in het hemels Jeruzalem woonden, waren in de beleving van de middeleeuwers aanwezig in hun kerkgebouw.

Gouden duif

De kerk was een venster naar de hemel. Daar klonk muziek, hield de priester een preek, stelde hij Christus tijdens de mis present. De eucharistie –het heilig avondmaal– maakte duidelijk dat Hij present wilde zijn. Het geconsacreerde (geheiligde) brood bewaarde de priester soms in een zogeheten eucharistische duif, een hol voorwerp met een opening en deksel. De gouden duif op de tentoonstelling (uitgeleend door het Rijksmuseum in Amsterdam) verwijst naar de Heilige Geest, Die brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus zou veranderen. Juist in de dertiende eeuw onderstreepte het Vierde Lateraans Concilie (1215) deze leer van de transsubstantiatie.

Misschien moesten de kerkgangers tijdens de eucharistie in de Paderborner dom wel even denken aan de vijf wijze en vijf dwaze maagden, die rechts van het paradijsportaal op de muur waren aangebracht. Het leven op aarde was een tijd van moeite én verwachting, had Bernardus van Clairvaux honderd jaar eerder geleerd. Het enige juiste antwoord was volgens hem bekering.