De handen ineen voor een betrouwbaar Nieuw Testament in het Hebreeuws

Aan het hoofd van de tafel rechts: ds. A. C. Rijken (GBS); met de klok mee: de TBS-vertaler die niet bij name genoemd wil worden, D. P. Rowland (TBS), L. van der Tang (Steunfonds Israël Isaac da Costa), L. J. van Belzen (GBS), ds. J. B. Zippro en J. J. de Jong (beiden deputaatschap Israël van de Gereformeerde Gemeenten) en G. Lodder (GBS). beeld RD, Anton Dommerholt
7

Een zo betrouwbaar en toegankelijk mogelijke uitgave van het Nieuwe Testament in het Hebreeuws – dat is het doel van het in 2009 gestarte project ”Revisie Delitzschvertaling”. Recent leek het er even op dat het initiatief om financiële redenen zou stranden. Vier organisaties sloegen daarop de handen ineen. „Vanwege de urgentie.”

Met z’n achten zitten ze deze vrijdagmiddag om de tafel, in een vergaderruimte van het kantoor van de Gereformeerde Bijbelstichting (GBS) in Leerdam: vertegenwoordigers van de GBS, de Britse Trinitarian Bible Society (TBS), het deputaatschap voor Israël van de Gereformeerde Gemeenten en het interkerkelijk Steunfonds Israël Isaac da Costa (voorheen Isaac da Costa Fonds). Zo-even hebben ze een overleg gehad over het project Revisie Delitzschvertaling, waarvoor ze vanaf vandaag fondsen willen gaan werven.

De kartrekker is wel D. P. Rowland, algemeen secretaris van de TBS. Naast hem zit de predikant die in Israël met een team van mensen bezig is met de herziening van de ”Delitzsch”, de negentiende-eeuwse Hebreeuwse vertaling van het Nieuwe Testament (zie ”Franz Delitzsch”). De voorganger wil niet met zijn naam en foto in de krant. „Dit werk ligt in Israël toch te gevoelig.”

Acht jaar geleden ging de omvangrijke klus van start. De in Londen gevestigde TBS trok hierbij op met een Finse Bijbelorganisatie. „Of beter: met het gezicht daarvan, Olavi Syvanto”, zegt Rowland. „Hij heeft zich enorm ingezet voor dit project, vanuit een grote liefde tot het Joodse volk.”

Om financiële redenen moest de Finse instelling echter afhaken. „Vanwege de urgentie” besloten de drie genoemde Nederlandse organisaties hierop het initiatief te gaan steunen.

Wat maakt dit project urgent?

Rowland: „Het is van groot belang dat er een zo betrouwbaar en toegankelijk mogelijke vertaling van het Nieuwe Testament in het Hebreeuws komt. Vaak wordt in Israël nu, ook door behoudende Messiasbelijdende voorgangers, gebruikgemaakt van de moderne vertaling die in 1976 werd gepubliceerd door het Israëlisch Bijbelgenootschap, onder auspiciën van de UBS, de United Bible Societies. Maar deze vertaling is gebaseerd op de zogeheten Kritische Tekst. Wij zijn van mening dat die onvoldoende betrouwbaar is.”

De vertaler die niet bij name genoemd wil worden: „Tussen de Kritische Tekst en de Textus Receptus, waarop de TBS en GBS hun Bijbeluitgaven baseren, zitten in totaal wel 6000 verschillen. Kleine, maar ook heel cruciale, waar het gaat om de Messias bijvoorbeeld.”

Rowland: „In de TBS-brochure ”A textual key to the New Testament” worden alle verschillen op een rijtje gezet. We gebruiken deze ook als voorlichtingsmateriaal, om mensen ervan bewust te maken dát er zulke grote verschillen zijn.”

J. J. de Jong, algemeen secretaris van het deputaatschap Israël van de Gereformeerde Gemeenten: „We vinden het daarom inderdaad urgent dat er een goede, betrouwbare vertaling komt.”

Rowland: „En de Delitzsch ís zo’n vertaling. Sommige Messiasbelijdende Joden in Israël gebruiken die ook. Maar waar je nogal eens tegen aanloopt, is dat het hier om een vertaling in het klassieke Hebreeuws gaat, terwijl Joden vandaag het Ivriet, modern Hebreeuws, spreken. Daar komt bij dat er in de Delitzsch best onvolkomenheden geslopen zijn.”

Dringend behoefte

De Messiasbelijdende voorganger Antony Simon, die in mei om het leven kwam bij een verkeersongeval, merkte drie jaar terug in een interview op dat er in Israël „dringend behoefte” is aan een goede vertaling van het Nieuwe Testament, in modern Hebreeuws. „Gelukkig is de TBS daar op dit moment mee bezig”, zei hij toen, „in samenwerking met ons als ”reformed pastors”.”

Simon doelde hier op de gereviseerde Delitzsch?

De Jong: „Inderdaad. Tony Simon was zo’n voorganger voor wie de oude Delitzsch eigenlijk niet meer te gebruiken was, en die uitkeek naar de gereviseerde editie.”

Hoe gaat u te werk bij de revisie?

De vertaler: „Als team, waartoe ook native speakers behoren, bekijken we tekst voor tekst, woord voor woord. Steeds wordt de bestaande Delitzsch naast de oorspronkelijke Griekse tekst gelegd en waar nodig verbeterd. Ook bekijken we welke woorden niet meer gangbaar zijn of in het moderne Hebreeuws een andere betekenis hebben gekregen. Anderen kijken de gereviseerde tekst weer na.”

Rowland, terwijl hij een blauw boekje uit zijn tas opdiept: „Hier is een eerste exemplaar van het evangelie naar Johannes, afgedrukt in het Hebreeuws en het Engels.”

In het voorwoord ervan worden de gemaakte keuzes toegelicht. Om te concluderen: „Trouw blijven aan het Grieks, de stijl van Delitzsch handhaven en vasthouden aan het Bijbelse Hebreeuws enerzijds, en anderzijds het Evangelie toegankelijk maken voor een breder publiek, zijn doelen die niet altijd met elkaar in overeenstemming te brengen zijn. Toch brengen we deze editie uit in de wetenschap dat (...) dit een getrouwe en accurate uitgave is van het evangelie naar Johannes.”

Wordt de gereviseerde Delitzsch een vertaling van het Nieuwe Testament die ook voor, zeg, de man op straat toegankelijk is?

Rowland: „We streven naar een zo leesbaar mogelijke vertaling – een belangrijk principe van Luther. Maar betrouwbaarheid staat voorop. En er zullen altijd Bijbelse noties blijven die uitleg behoeven, die je niet zomaar begrijpt. Dat is niet nieuw. Toen de Heere Jezus met Nicodemus sprak over de wedergeboorte, Johannes 3, begreep Nicodemus Hem in het geheel niet. Jezus moest het hem uitleggen.”

Je kunt je voorstellen dat een revisie van de Delitzsch gevoelig ligt: het gaat toch om een herziening van een klassieke vertaling.

Ds. A. C. Rijken, voorzitter van de GBS: „Ik zie het eigenlijk niet zozeer als een herziening. Meer als een verbetering: met de vertaling van Delitzsch als uitgangspunt streven we ernaar tot een zo correct mogelijke uitgave te komen.”

De Jong: „Maar je kunt je wel voorstellen dat mensen zich dit afvragen bij het woord revisie, ja.”

Rowland: „Een groot verschil met bijvoorbeeld de Nederlandse Statenvertaling is dat de Statenvertaling door kerk en overheid werd geïnitieerd én geautoriseerd. De Delitzschvertaling is veel meer het werk van één man geweest, Delitzsch.”

L. van der Tang, bestuurslid van ”Da Costa”: „Daar ligt inderdaad het verschil. Bij de Statenvertaling lígt er een goede tekst. De Delitzschvertaling, hoewel veel beter dan de moderne vertaling, heeft gebreken. Daar komt bij dat het moderne Hebreeuws zich pas is gaan ontwikkelen nadat de Delitzsch verschenen was.”

Ds. Rijken: „Sommige woorden hebben in het moderne Hebreeuws een heel andere betekenis gekregen. Om een voorbeeld te noemen: het door Delitzsch gebruikte woord voor Middelaar heeft in het huidige Hebreeuws de betekenis van koppelaar, pooier.

Maar, als mensen hier vragen over hebben, laat ze ons rustig benaderen. Overigens kan ik me indenken dat ook Nederlandse studenten straks iets aan deze uitgave hebben, bijvoorbeeld als het gaat om de beheersing van het Hebreeuws.”

Wanneer verwacht u dat het project af is?

Rowland: „Zoals het er nu uitziet in 2021.”

Luther vertaalde het Nieuwe Testament in elf weken vanuit het Grieks in het Duits...

Rowland, lachend: „Bij Luther kunnen wij natuurlijk niet eens in de schaduw staan. Maar vergeet ook niet dat het reviseren van een bestaande vertaling iets anders is dan het compleet opnieuw vertalen vanuit de grondtekst. Het is uiterst secuur werk.”

De komende tijd zet u in op fondsenwerving, gaf u aan. Wat gaat het project kosten?

Rowland: „Naar schatting is er nog zo’n 680.000 euro nodig, ruim 110.000 euro per jaar. Een vergelijkbaar bedrag hebben we er tot nu toe in gestopt. Maar we willen bijvoorbeeld ook het aantal deskundigen dat bij het revisiewerk betrokken is nog wat uitbreiden, en dat kost geld.

Op dit moment is 29 procent van de herziening compleet – ik liet het Johannesevangelie al zien. Waarbij het zo is dat de eerste tijd altijd de lastigste is: je zoekt naar de juiste woorden, probeert zo consistent mogelijk te zijn. Op een gegeven moment kun je daarop voortborduren.”

De Jong: „We hopen op de steun van onze achterban. Gezien de ervaringen bij eerdere projecten in Israël hebben we daar wel moed op.”

Een Bijbel uitgeven is één ding; zorgen dat hij wordt afgenomen is een tweede. Hoe zijn de reacties onder Messiasbelijdende Joden?

Rowland: „Het vergt zonder meer de nodige voorzichtigheid van onze kant om de gereviseerde Delitzsch onder hun aandacht te brengen. Maar de reacties tot nu toe zijn positief.

Als we geloven dat wat Paulus schrijft in Romeinen 11 waar is, is er toekomst voor het Joodse volk. Maar precies daarom is het ook zo belangrijk dat zij over een betrouwbaar Nieuw Testament kunnen beschikken.”

De vertaler: „We zien in Israël nogal wat groepjes ontstaan waar de Bijbel bestudeerd wordt. Daaronder bevinden zich ook Joden uit vooraanstaande families.”

De Jong: „Ook het Israel College of the Bible, in Netanya, is bij dit initiatief betrokken. Dat is een breed instituut. Dat deze instelling het project de moeite waard vindt, zegt best iets.”

Franz Delitzsch

De christelijke Talmoedist werd hij wel genoemd, vanwege zijn enorme kennis van de Hebreeuwse Bijbel en de rabbinale uitleg daarvan. De befaamde lutherse oudtestamenticus Franz (Julius) Delitzsch werd op 23 februari 1813 in het Duitse Leipzig geboren, de stad waar hij op 4 maart 1890 ook overleed. Breed hadden zijn ouders het niet. Dat hij toch naar school en later zelfs de universiteit kon, had hij te danken aan een Joodse antiekhandelaar die in hetzelfde huis woonde, Lewy Hirsch. Delitzsch noemde hem zijn „weldoener.”

”Judenmission”

Delitzsch specialiseerde zich in de Semitische studies. Hij werd benoemd als universitair docent in Leipzig (1844), vervolgens als hoogleraar in Rostock (1846), Erlangen (1850) en opnieuw Leipzig (1867). Samen met de exegeet Carl Friedrich Keil publiceerde hij een commentarenreeks op het Oude Testament (1861). De ”Keil en Delitzsch” geniet nog altijd bekendheid.

Delitzsch voelde zich zeer betrokken op Israël en het Joodse volk, waarvoor hij ook voortdurend opkwam. Vaak is het vermoeden uitgesproken dat hij zelf Joodse wortels had. Hij ontkende dit echter.

Onlosmakelijk is Delitzsch’ naam ook verbonden aan de ”Judenmission”, de christelijke zending onder de Joden. De Evangelisch-lutherischer Zentralverein für Begegnung von Christen und Juden bijvoorbeeld, gevestigd in Hannover, werd in 1871, onder een iets andere naam, door hem opgericht.

In 1877 verscheen van zijn hand een nieuwe vertaling van het Nieuwe Testament in het Hebreeuws – de uit 1817 daterende uitgave van de London Society for Promoting Christianity among the Jews vond hij veel te onzorgvuldig. Delitzsch ging hierbij uit van de zogeheten Textus Receptus, de Griekse tekst waarop ook de Statenvertaling gebaseerd is. In dat opzicht is zijn vertaling vergelijkbaar met de Statenvertaling.

De ”Delitzsch”, ook latere edities ervan, hanteert nog het klassieke Hebreeuws, dat dateert uit de tijd voor de herleving van de Hebreeuwse taal, het huidige Ivriet. De verschillen tussen klassiek en modern Hebreeuws zijn groot. Mede om die reden is een vertaalteam bezig met een revisie van de Delitzschbijbel.

De bekende ”rabbi” John Duncan (1796-1870), predikant van de Free Church of Scotland en werkzaam in de zending onder het Joodse volk, schreef eens dat Delitzsch „stevig vasthield aan het goddelijk gezag en de inspiratie van het hele Oude Testament” in een tijd dat velen dat leken los te laten.

Website

Waarom een revisie, herziening, van de Delitzschvertaling? Op een donderdag gelanceerde website lichten de vier organisaties die bij het project betrokken zijn de achtergronden ervan toe. Het project heeft ook een eigen logo.

Klik hier voor de website www.nieuwetestamentinhethebreeuws.nl