Waar christenen het meest lijden onder vervolging

Veel christenen lijden onder vervolging. In twaalf landen zijn ze er vooral slecht aan toe, concludeert hulporganisatie Kerk in Nood in een rapport. „In Noord-Korea worden christenen van bruggen gegooid.”

Kerk in Nood beschrijft in het woensdag verschenen rapport ”Vervolgd en vergeten?” de gevolgen van haat, discriminatie en vervolging voor christenen. Daarin gaat het om de ontwikkelingen vanaf juli 2017 tot en met juli 2019.

Noord-Korea is al jaren de ergste plaats ter wereld om christen te zijn. De situatie is er zo ernstig, dat het nauwelijks erger kán, schrijven de onderzoekers. Schattingen lopen uiteen, maar zeker 50.000 tot 70.000 christenen zitten opgesloten in strafkampen. Soms worden er christenen ophangen aan een kruis boven een vuur, verpletterd door een stoomwals of van een brug gegooid.

„Gevangene 42” wordt iedere dag gevraagd of ze christen is. „Als ik toegeef, zal ik worden gedood”, zegt ze. „Elke dag word ik geslagen. Ze dwingen me om op mijn knieën te zitten, met gesloten vuisten. En het wordt nooit toegestaan om ze te openen.”

In China verslechtert de situatie voor christenen. Zo is in het Aziatische land de Bijbel niet meer online te verkrijgen. Peter Shao Zhumin, voorganger van een ‘ondergrondse’ katholieke kerk in Wenzhou, werd in november 2018 voor de vijfde keer in twee jaar gearresteerd. In 2017 had hij ook al zeven maanden vastgezeten.

In delen van Afrika –van Nigeria in het westen tot Madagaskar in het oosten– proberen islamisten het christendom met dwang en geweld te elimineren. De meeste slachtoffers vallen in Nigeria, maar ook in Burkina Faso vinden steeds vaker aanvallen op christenen plaats.

De situatie in de Centraal-Afrikaanse Republiek, een van de armste landen ter wereld, is gespannen. Zowel moslims als christenen hebben te lijden onder vervolging. In november 2018 werden 101 christenen en 11 moslims gedood toen een groep met de naam ”Union for Peace” een kerk binnenviel in Alindao. Voorganger Cyr-Nestor Yapaupa vertelt: „De oude mensen en gehandicapten werden levend verbrand, als ze niet al doodgeschoten of onthoofd waren. De aanvallers vuurden lukraak op mensen.”

In Pakistan nemen geweldsincidenten tegen christenen toe. De vrijspraak van Asia Bibi, een christelijke vrouw die in de dodencel zat wegens vermeende godslastering, was een positieve ontwikkeling. Desondanks slaagt de regering er niet in het klimaat van groeiende onverdraagzaamheid tegenover religieuze minderheden aan te pakken.

Irak is de enige uitzondering in de lijst. De positie van christenen in het door oorlog verscheurde land verbetert langzaam. Christenen kunnen weer terugkeren naar hun steden en dorpen. Voorzichtigheid blijft geboden; in april van dit jaar werd in Bartella, zo’n twintig kilometer van Mosul, de jaarlijkse processie op Palmzondag bruut verstoord door een aanval met vuurwapens. Ook voorganger Behnam Benoka werd bedreigd en geïntimideerd.

Kerk in Nood waarschuwt dat de kerk in de regio zou kunnen verdwijnen als radicale islamisten de kwetsbare gemeenschappen opnieuw aanvallen. Zo waren er vóór 2003 bijna 1,5 miljoen christenen in Irak en in 2019 hooguit 150.000, een daling van 90 procent binnen één generatie. In Syrië is het aantal christenen met twee derde gedaald sinds het conflict in 2011 begon.

Tijdens de onderzochte periode was ook de reactie van de internationale gemeenschap op de vervolging van christenen een belangrijk thema, aldus Kerk in Nood. Na eerdere bezorgdheid dat het Westen de vervolging grotendeels negeerde, lijkt de betrokkenheid nu enigszins gegroeid. De initiatieven van de internationale gemeenschap zullen echter pas op termijn vrucht dragen. „De voortdurende aanvallen laten veel christenen echter geen andere keus dan een gedwongen uittocht. Of het nu Irak of Syrië betreft: toekomstige historici zeggen mogelijk dat er sprake was van „te weinig, te laat.””