Veiligheidsmaatregelen beknotten christenen Egypte

Egyptische moslims bidden op straat, voor de al-Sedik moskee in Sheraton, een voorstad van Caïro. beeld AFP, Khaled Desouki

Terwijl de Egyptische overheid in de Sinaï de strijd aanbindt met moslimradicalen, slaagt ze er ondanks beloften van president Sisi niet in om de bewegingsvrijheid van christenen elders in Egypte te garanderen.

Nadat de Egyptische president de eerste jaren na zijn aantreden in 2014 talmde met het aanpakken van radicale moslims in de Sinaï, treedt de overheid het laatste halfjaar stevig op. Via sociale media toont het leger trots beelden van successen die geboekt zijn in de gevechten tegen IS-strijders op het schiereiland. Helaas komt de legerinzet te laat voor christenen die in het gebied woonden. Zij moesten eerder dit jaar halsoverkop vluchten voor IS.

De harde lijn die Egypte kiest in de Sinaï staat in schril contrast met de situatie in de Nijldelta. Met name in het zuiden van het land kunnen moslims het al decennialang moeilijk accepteren dat er in hun omgeving ook christenen wonen, werken en kerken. Er is weinig voor nodig om een menigte op te hitsen, met als gevolg dat een kerkgebouw of huizen van christenen in vlammen opgaan.

Verschillende geluiden

De geluiden over de positie van christenen in Egypte zijn heel verschillend. Over het algemeen is de teneur dat het onder de huidige president, Sisi, veel beter gaat dan ten tijd van de afgezette president Morsi van de moslimbroeders. Zo spreekt de president openlijk steun uit aan christenen en zijn er enkele kerken hersteld die tijdens onlusten verwoest waren. Toch worden er nog steeds aanslagen op christenen gepleegd, zoals op 26 mei, toen IS-strijders een bus aanvielen, en in december, toen er een bom ontplofte in de koptische kathedraal in Caïro.

De website Voice of the Copts, opgericht door de in Italië woonachtige Egyptische bouwkundige Ashraf Ramelah, stelt dat juist de strijd tegen terreur in het land resulteert in beperking van de vrijheid van kerken en christenen.

Ramelah schetst in een artikel hoe het er op 20 augustus aan toeging bij een wegblokkade in al-Furn, een stad in Opper-Egypte. De blokkade was opgeworpen om het verkeer te kunnen controleren op mogelijke aanslagplegers. Maar ook onschuldige voorbijgangers werden tegengehouden. Ze konden daardoor de nabijgelegen kerk niet bereiken. „De argumenten waren dezelfde als altijd: Je hebt geen toestemming om te gaan bidden en je moet ophouden met de moslims te irriteren, met wie je immers samenwoont in deze plaats.”

Toch is er in Egypte geen enkele wet die het verbiedt om in de kerk te gaan bidden, zegt Ramelah. „Integendeel, christenen in de al-Furn, waar 400 koptisch-orthodoxe gezinnen wonen, zijn gewend aan de wekelijkse beelden van hun moslimburen die op straat bidden, terwijl ze het openbaar vervoer blokkeren en iedere doorgang verhinderen.”

Zelfs al zou het tegenhouden van christenen bedoeld zijn om onrust onder moslims te voorkomen, dan nog werkt dat averechts, betoogt Ramelah. Als de politie illegale acties onderneemt en christenen lastigvalt, kan dit juist voor moslims een legitimatie vormen om een oproer tegen christenen te organiseren.

Volgens de politie was er geen sprake van een gerichte actie tegen christenen toen mensen werden verhinderd om de kerk te bezoeken. Maar twee dagen later, toen de kerkelijke gemeente geen andere keus had dan om op straat bijeen te komen, trokken de ordetroepen zich terug. Als er op dat moment moslimradicalen waren opgedoken, was er niemand geweest om hen te beschermen.

Petitie

Bureaucratie, gecombineerd met een falende politiemacht, beperkt christenen, ook al zegt de overheid dat de maatregelen die ze neemt bedoeld zijn om christenen te beschermen, concludeert Ramelah. In al-Furn hebben christenen inmiddels een petitie opgesteld voor president Sisi. Ze vragen hem om rechtvaardige behandeling van christenen door de overheid. Kopten hebben volgens Ramelah wat dat betreft nog steeds vertrouwen in president Sisi.

„Religieuze discriminatie”

Half augustus kaartte de koptisch-orthodoxe bisschop van al-Minya, Makarius, de „religieuze discriminatie” in zijn gebied aan. Hij stelde dat er vijftien kerken zijn dichtgetimmerd en dat er in zeventig dorpen niet eens een kerkgebouw mag zijn, terwijl er wel christenen wonen. In heel Egypte zijn volgens Makarius 58 kerken gedwongen om de deuren te sluiten. Volgens de overheid is dat om veiligheidsredenen. Sinds de aanslag op de bus met christenen in mei –de groep was op weg naar een klooster– heeft de overheid besloten de toegang tot kloosters te beperken. Ook het organiseren van christelijke conferenties is aan beperkingen onderhevig.