Pakistaanse deskundige: Lang niet alle hulp bereikt Asia Bibi

Asia Bibi
Medewerkers van de HVC-partnerorganisatie in Pakistan schoten in 2013 te hulp toen huizen van christenen in Lahore in brand werden gestoken. beeld HVC

Er zijn wel zeventig buitenlandse organisaties die zeggen zich het lot aan te trekken van de Pakistaanse Asia Bibi, die al zeven jaar gevangengehouden wordt. Maar slechts enkele daarvan geven daadwerkelijk hulp aan de ter dood veroordeelde christin.

Dat stelt Yusaf –zijn echte naam moet om veiligheidsredenen geheim blijven–, een Pakistaanse christen die werkt voor een partnerorganisatie van de Nederlandse stichting Hulp Vervolgde Christenen (HVC) in Pakistan. Hij is deze week in Nederland om te vertellen over het werk dat hij namens HVC doet. Donderdagavond spreekt hij in Alblasserdam, vrijdag in IJsselmuiden, zaterdag in Hardinxveld-Giessendam en volgende week in Goes en Kesteren.

Via de organisatie waarvoor Yusaf werkt, worden het gezin van Asia Bibi onderhouden en een deel van de advocaatskosten betaald. Yusaf: „Veel organisaties in West-Europa zeggen op te komen voor Asia Bibi. Meestal beperkt de hulp zich tot het via stille diplomatie uitoefenen van druk op de Pakistaanse overheid. Slechts enkele organisaties hebben direct contact met Bibi of haar familie. Wij zijn daar een van. Het contact werd gelegd nadat de predikant van de kerk waarvan de familie lid is, ons benaderde voor financiële hulp.”

Kritische houding

Yusaf raadt Nederlanders die geld willen geven aan Pakistaanse christenen aan kritisch na te gaan wat er met hun bijdragen gedaan wordt. „Vraag om inzage in de inkomsten en uitgaven van een organisatie. Maar ook om foto’s van haar werkzaamheden ter plaatse. Wij kunnen aantonen dat we ter plekke zijn op de plaatsen waar christenen het meest onder vuur liggen.”

De Pakistaan pakt zijn laptop erbij en toont beelden van de steenfabriek in Kot Radha Kishan (provincie Punjab) waar drie jaar geleden een jong christelijk echtpaar levend werd verbrand. Hij was er een dag na het drama. Op een van de foto’s is hij te zien met in zijn hand botresten van de slachtoffers, die verzameld worden om ze te begraven. „We hebben de familie van deze mensen nadien geholpen om een nieuwe woonplaats te vinden.”

Christenen in Pakistan zijn over het algemeen arm, legt Yusaf uit. „De betere banen gaan naar moslims. Ik ben ambtenaar geweest, maar moest mijn biezen pakken nadat mijn collega’s me probeerden te beschuldigen van blasfemie. Dat is geen uitzondering. Van de vijftig ambtenaren zijn er misschien twee christen. Eén is schoonmaker en de ander doet bureauwerk. Reken erop dat deze mensen continu te maken krijgen met vernedering door hun moslimcollega’s.”

Sinds hij ambtenaar af is, zet Yusaf zich in voor vervolgde christenen in Pakistan. De positie van christenen is de afgelopen twintig jaar sterk verslechterd, zo legt hij uit. „Ons land kent vrijheid van godsdienst. En officieel hebben christenen gelijke rechten. Maar in de praktijk pakt dat anders uit. Stel dat ik een evangelisatiebijeenkomst wil organiseren, dan krijg ik een vergunning en zal de overheid zelfs voor beveiliging zorgen. Maar zodra radicale moslimorganisaties hiervan lucht krijgen, zullen ze richting de overheid dreigen met aanslagen. Meestal wordt de vergunning dan weer ingetrokken.”

Evangelisatie

Ondanks de moeilijkheden die christenen ondervinden, wordt er geëvangeliseerd in Pakistan. Yusaf: „We leiden vrouwenwerksters op, die vrouwen in hun huizen bezoeken. Een huis is particulier terrein, daar kijken anderen niet mee. Daardoor zijn er mogelijkheden om het Evangelie te verspreiden. Onze medewerkers vallen bovendien niet op. Ze dragen net als de moslimvrouwen een gezichtsbedekkende nikab.”

Een andere mogelijkheid om het Evangelie te verspreiden is via internet en sociale media. Yusaf is bezig met het opzetten van een organisatie die in het Urdu, de meest gesproken taal in Pakistan, Bijbellessen verspreidt. „In de grotere steden heeft bijna iedere Pakistaan een smartphone. Daar is overal internet beschikbaar. Dat biedt mogelijkheden om de Evangelieboodschap aan het hart van mensen te leggen.”