Het volk van de Grote Leider lijdt

De situatie voor Noord-Koreaanse christenen zou sinds vorig jaar verslechterd zijn. beeld Primavera Pers

Veel is onduidelijk over de situatie van Noord-Koreaanse christenen. Maar de weinige berichten die wel naar buiten komen, tonen aan waarom het land al jaren ‘koploper’ is in christenvervolging. Ook de topoverleggen tussen Trump en Kim lijken daar niets in te veranderen.

„De eerste executie die ik zag als kind, was die van een christelijke man. Er werd gezegd dat hij christelijk materiaal het land had binnengesmokkeld. Het hele dorp moest komen kijken naar de executie. De kinderen mochten vooraan zitten om goed zicht te hebben. Het versterkte onze overtuiging dat christenen gevaarlijk waren.”

Aan het woord is John Choi op de website van Open Doors. Choi is het pseudoniem van een Noord-Koreaanse christen die vastzat in een strafkamp en gemarteld werd. Enkele jaren geleden vluchtte hij naar het Westen.

Het verhaal van Choi is zeldzaam en een van de weinige manieren om kennis te nemen van de situatie van christenen in Noord-Korea. Het communistische land is zeer gesloten. Ook mensenrechtenorganisaties zijn terughoudend in het delen van informatie: berichtgeving zou de positie van verdrukte groepen kunnen schaden. Het weinige nieuws dat de buitenwereld bereikt, toont echter een inktzwart beeld voor minderheidsgroepen en dissidenten (zie kader).

Onbesproken

„Een enorme olifant in de kamer”, zo beschreef Benedict Rogers het thema van de mensenrechtenschendingen in Noord-Korea, voorafgaand aan de top tussen Trump en Kim vorige week. De Brit, verbonden aan Christian Solidarity Worldwide, schreef een betoog in The Huffington Post waarin hij de Amerikaanse president opriep om mensenrechten aan de orde te stellen tijdens de topontmoeting. Volgens Rogers zou het „immoreel” zijn om het onderwerp in Hanoi te negeren. Tijdens de eerste top vorig jaar zou het thema slechts zijdelings zijn besproken.

De Brit stond in zijn oproep niet alleen. Ook de USCIRF, een Amerikaanse overheidscommissie voor godsdienstvrijheid, drong er bij Trump op aan het onderwerp op de agenda te zetten.

Toch ziet het ernaar uit dat de oproepen weinig effect hadden. Niet alleen eindigden de besprekingen zonder akkoord, het lijkt erop dat de „olifant” onbesproken is gebleven. Toen een verslaggever voor de top aan Kim Jong-un vroeg of ook de mensenrechten ter sprake zouden komen, kapte Trump het gesprek af voordat Kim zelf gelegenheid had om te reageren: „We bespreken alles.”

Mensenrechtenorganisaties verwijten Trump eenzijdig de nadruk te leggen op de belofte van economische vooruitgang aan Noord-Korea. Illustratief was in dit opzicht de plaats van de top vorige week: Vietnam. Kim liet eerder blijken dat hij het communistische land als voorbeeld ziet voor de ontwikkelingen in Noord-Korea. Na de top vorig jaar sloot de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Pompeo zich aan bij dit beeld: „De leiders van Vietnam hebben zich gerealiseerd dat hun land zich kan openstellen (…) zonder dat dit een bedreiging vormt voor zijn soevereiniteit, onafhankelijkheid en regeringsvorm. Ik heb een boodschap voor voorzitter Kim Jong-un: president Trump gelooft dat jouw land dit pad kan kopiëren.”

Vietnam als voorbeeld nemen is echter problematisch, stelde Erin James van Open Doors tegen de Engelse radiozender Premier Christian. „Vietnam staat op de twintigste plaats in onze ranglijst christenvervolging; het is geen vrij land. In het groeimodel van Vietnam is wel aandacht voor de economie, maar niet voor godsdienstvrijheid. Het is problematisch dat Trump dit negeert.”

Intussen lijdt de Noord-Koreaanse bevolking. Net voor de top kwamen berichten naar buiten over een ernstig voedseltekort in het land. Daarnaast meldt Open Doors dat, sinds de eerste top tussen Trump en Kim vorig jaar, de situatie voor christenen in het land nog verder verslechterd is; onder andere vanwege strengere straffen.

Executies en strafkampen

Noord-Korea is sinds 2002 onafgebroken ‘koploper’ op de jaarlijkse ranglijst christenvervolging van Open Doors. Het land, met ruim 25 miljoen inwoners, telt naar schatting zo’n 300.000 christenen. Hun aantal is ongewis omdat er geen enkele vorm is van een georganiseerde kerk – geloven moet ondergronds. De enkele kerkgebouwen in de hoofdstad Pyongyang lijken vooral voor de bühne te bestaan.

Wie betrapt wordt als christen, wordt gestraft – vaak met de hele familie. Onmiddellijke executie dreigt of verbanning naar een strafkamp. Minstens 50.000 christenen zouden momenteel in zulke kampen vastzitten.