Aisha uit Nigeria: God heeft me geleerd hoe ik moet vergeven

Een Nigeriaanse man leest uit de Bijbel. beeld RD, Henk Visscher

De Nigeriaanse Aisha woont in Kano, een staat in het noorden van Nigeria. In dit gebied wordt de sharia –streng-islamitische wetgeving– nageleefd en zijn regelmatig gewelddadige aanvallen van Fulaniherders. Op een dag vielen de herders ook hun huis binnen. Toen ze een Bijbel zagen liggen, namen ze Aisha’s man mee. Zij zelf werd door verschillende mannen verkracht.

Aisha dacht dat haar man was vermoord, maar een paar uur nadat hij was meegenomen, kwam hij terug. Ze weigerde te vertellen wat haar was overkomen, maar na herhaaldelijk aandringen gaf ze toe. „Ik had niet gedacht ooit in mijn leven met een andere man te slapen. Hij zei me gelukkig dat er geen probleem was tussen ons. „Ik zal je niet verlaten en naast je blijven staan”, zei hij.”

Aisha is getraumatiseerd door de heftige gebeurtenissen. Eten en slapen kosten haar veel moeite. Telkens als ze alleen is, beleeft ze de verkrachting opnieuw. „Ik voelde zoveel haat tegenover hen. Er is een man in onze gemeenschap die erg lijkt op een van de mannen die me verkrachtten. Als ik hem zag, kwam de haat weer boven.”

Mede door traumazorg van Open Doors krabbelt ze uit het dal. „Ik ervaarde rust in mijn gedachten. Zelfs als ik nu iemand zie die lijkt op een van mijn verkrachters of als ik denk aan wat er toen gebeurde, komt er geen gevoel van haat meer boven.”

Ze heeft slechts één verklaring voor de genezing van haar gevoelens. „God heeft me geleerd te vergeven. God heeft beloofd dat er een dag komt waarop Hij alle tranen van onze ogen wist: alle pijn en zorgen die we hebben moeten doorstaan. Ik wil dat iedereen die hetzelfde heeft meegemaakt als ik, weet dat God ervan weet en dat Hij zegt dat Hij deze situatie ten goede zal gebruiken.”

Aisha vindt het belangrijk dat er aandacht komt voor seksueel misbruik onder vrouwen. „Ik ben niet de enige in mijn gemeenschap die dit is overkomen, veel vrouwen maken dit mee. We zijn zwak en hebben niet de kracht ons te verzetten, de aanvallers zijn veel sterker.”