Christelijke boekwinkel in Londen richt zich op Bengaalse moslim

„In Bangladesh wordt schrijven en dichten hoog aangeslagen”, zo motiveert Rob Scott (r.) het idee om in een Londense wijk een boekwinkel voor Bengalen op te zetten. beeld RD
5

„Ben je van de geheime dienst of van de pers?” Dat kreeg de Londense evangelist Rob Scott te horen van de Bengaalse imam toen hij vroeg of hij een vrijdagmiddagpreek mocht bijwonen.

Voor de deur van de Bengaalse moskee Jamme Mashid in Londens East End ligt een pallet met kranten. ”Weekly Desh” staat erop, een gratis Bengaalse krant die eens per week uitkomt. In de hal van het gebedshuis ligt een paar schoenen buiten het rek. Een man op leeftijd die juist uit de gebedsruimte komt, ontsteekt in woede zodra hij de schoenen ziet. „Kaffir” (ongelovige), stoot hij uit. Een magere vinger priemt richting de Nederlandse bezoeker die hij onterecht als verdachte aanmerkt. „Haram” (verboden), hijgt hij met fonkelende ogen. Het valt niet mee om de aantijging te weerleggen, want de man spreekt nauwelijks Engels. Niettemin komt hij tot bedaren.

Boekhandel

Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen.

Het zijn vooral moslims van deze moskee die evangelist Rob Scott (40) probeert te bereiken met de Bijbelse boodschap. In deze wijk, waar de straatnamen in het Engels en Bengaals zijn aangegeven, streek hij vijf jaar geleden neer. Tussen de vele restaurantjes en kunstenaars zette hij er boekhandel Shantir Boi –dat „Boek van vrede” betekent– op. De Brit verdiepte zich in zijn studententijd onder meer in ontwikkelingshulp en woonde negen maanden in Bangladesh.

Islamkritische krant

Toen Scott na zijn terugkomst in Londen ging wonen, ontmoette hij op straat de vele Bengalen. Langzaam rijpte het verlangen om hen te bereiken met het Evangelie. Na „veel bidden en werken” lukte het de anglicaan om via zijn kerkelijke gemeente een boekhandel te beginnen. „In Bangladesh worden schrijven en dichten hoog aangeslagen”, licht hij toe. „Tussen de boeken discussiëren Bengalen met elkaar over van alles en nog wat. Het leek ons een goede manier om zoiets in deze wijk op te starten.”

Vrijdagmiddag, als moslims naar de moskee gaan, zet Scott een boekentafel neer op een kruising waar veel moskeegangers langskomen. In de benedenruimte van de boekwinkel organiseert hij met enige regelmaat een discussieavond. „Een moslim vertelt dan twintig minuten iets over Allah en een christen twintig minuten iets over de God van de Bijbel. Daarna gaan we er dieper op in. Verder komen er studiegroepen samen. Ook houden we hier maaltijden, filmavonden en boekbesprekingen.”

Al zeker dertig keer woonde Scott in moskee Jamme Mashid preken bij. „De eerste keer vroeg ik toestemming aan de imam om achterin te mogen zitten. „Ben je van de geheime dienst MI5?” wilde hij weten. En toen ik dat ontkende, vroeg hij of ik van de Daily Mail was, een zeer islamkritische krant. Ik legde hem uit wie ik was en ik mocht gaan zitten. Na afloop ging ik met hem in gesprek over zijn preek.”

Tegenwerking

De laatste keer spraken beiden over het gebed. „De imam beweerde in de preek dat de deuren van het paradijs voor je opengaan als je perfect bidt. Dat is niet in lijn met wat de profeten voor Mohammed hebben geleerd, zei ik tegen hem. Die leerden duidelijk dat God de zonde moet straffen en dat we onszelf niet kunnen verlossen. God redt mensen uit genade, hield ik hem voor. Niet om hun goede werken.”

De boodschap was aan dovemansoren gericht, vertelt Scott. Bij hem en ook wel bij andere moslims bespeurt hij een bepaald soort hoogmoed: wij hebben het bij het rechte eind en hoeven niets van jouw geloof te weten. Toch zijn er ook moslims die wel geïnteresseerd zijn in de Bijbelse boodschap, hoewel hij van echte bekeringen niet durft te spreken. Een barrière daarbij is de Bengaalse gemeenschap. Hoewel hun islam niet fundamentalistisch is, kan een moslim die christen wordt op tegenwerking rekenen.

Een Nigeriaanse vrijwilliger in de winkel zegt dat het niet van hen afhangt of er vrucht is. „Daar zorgt God voor. Wel is het onze plicht om met woorden, maar zeker ook met daden van Hem te getuigen. Wij moeten ons leven met de moslims hier delen en onze liefde en bewogenheid tonen. Wie weet waartoe dat leidt.”

Een andere vrijwilliger, van Pakistaanse afkomst, merkt op dat gastvrijheid van christenen de aanzet vormde tot zijn bekering. „De eerste kerkelijke persoon die ik ontmoette, nam me mee naar zijn huis, hoewel hij me nauwelijks kende. Ik lunchte met hem en zijn familie en we voerden mooie gesprekken. Toen voelde ik het: deze mensen horen bij God.”

Moskee was eerst kerk en synagoge

Het Londense gebouw dat nu fungeert als moskee Jamme Mashid heeft een rijk verleden. In 1743 namen Franse hugenoten die hun geboorteland waren ontvlucht het in gebruik als gebedshuis. Nadat nog een tijd andere christenen er hun domicilie hadden, ging het gebouw eind negentiende eeuw over in Joodse handen. In 1976 kreeg het zijn huidige bestemming: een bedehuis voor Bengaalse moslims. Het verhaal van het gebouw aan de Brick Lane dat een uitvalsbasis werd voor aanhangers van drie wereldreligies, vertelt in een notendop de immigratiegeschiedenis van Londens East End. Nu bevolken zo’n 250.000 mensen de wijk, van wie naar schatting een derde van Bengaalse afkomst is. Binnen in de moskee herinnert niets meer aan het christelijke en joodse verleden. Een aantal mannen bidt, iemand leest uit de Koran en een ander ligt te bellen. De zonnewijzer die vanaf de buitenzijde is te zien, verraadt nog wel iets van vervlogen tijden. Umbra Sumus, staat erop: Wij zijn de schaduw.