Chinese zendeling maakt handig gebruik van Nieuwe Zijderoute

De presidenten Poetin, Xi Jinping en Sisi (Egypte) op de Zijdetop in Peking vorig jaar april. beeld EPA

De Nieuwe Zijderoute van China brengt meer dan buitenlandse infrastructuur. Chinese zendelingen profiteren onbedoeld van het megaproject en verspreiden het Evangelie in moeilijk bereikbare gebieden.

Met de Nieuwe Zijderoute investeert China sinds 2013 in nieuwe handelsverbindingen met omringende landen, Europa en Afrika. Het honderden miljarden kostende project voorziet in nieuwe spoorlijnen, de aanleg van havens en het plaatsen van pijpleidingen.

Vaak bouwen Chinese bedrijven de nieuwe buitenlandse infrastructuur, met hun eigen Chinese personeel. Zendelingen, werkzaam bij deze bedrijven, gaan als ‘tentenmakers’ mee. Ze bereiken in de eerste plaats hun eigen landgenoten, zei de Hongaarse theoloog Tobias Brandner vorige week in de Neue Zürcher Zeitung. Volgens de hoogleraar gereformeerde theologie aan de Chinese Universiteit van Hongkong richten deze zendelingen zich vaak op Chinese expats. „Ze zijn ver van huis in een andere omgeving met nieuwe leefgewoonten en blijken daardoor meer open te staan voor het Evangelie.”

Maar Chinese christenen zien de Nieuwe Zijderoute ook als een middel om het Evangelie te verspreiden onder lokale bewoners. Al sinds 2015 spreken zij over de Nieuwe Zijderoute als Gods plan voor de zending door de Chinese kerk, stelt Peter Bryant, een pseudoniem voor een zakenman die evangeliseert in China.

De Chinese kerk blijkt ook steeds beter in staat om buiten de eigen landsgrenzen zending te bedrijven. Veel christenen hebben een goede opleiding genoten en beheersen het Engels. Ze weten steeds makkelijker om te gaan met voor hen vreemde culturen. Kerkleiders zenden daarom managers, ingenieurs en vertalers in hun gemeente uit als ‘tentenmakers’ om te evangeliseren langs de Nieuwe Zijderoute.

Gesloten landen

De Chinese zendingsdrang is groot. In 2015 stelde Mission China 2030, een netwerk van een kleine duizend huiskerken, zich ten doel om 20.000 zendelingen in 2030 toegerust te hebben voor zending in het buitenland. En de beweging ”Back to Jerusalem” ziet dat zij door de Nieuwe Zijderoute moslims, hindoes en boeddhisten in afgelegen gebieden in landen als Myanmar, Kazachstan en Laos makkelijker kan bereiken. Haar ideaal, het Evangelie brengen naar de volken tussen China en Jeruzalem, komt door de enorme economische investering in de Zijderoute een stap dichterbij.

Ook gesloten landen als Iran en Pakistan komen de evangelisten nu eenvoudig binnen. „Die laten hen rechtstreeks door. Het laatste wat die denken is dat een Chinees een evangelist is”, zegt Danny Lee, directeur van ”Back to Jerusalem” in Groot-Britannië, tegenover de BBC.

Ook Brandner valt de Chinese zendingsijver in het buitenland op: „Veel zendelingen beginnen een kerkje. Ik zie dit vaak in Noord-Thailand, ook in Cambodja. Deze kerken hebben misschien maar vijf, tien, twintig leden. Maar de lokale Chinezen steunen de voorganger met tienden van hun inkomen. Dan kan hij ook als zendeling actief zijn.”

Brandner schat het aantal Chinese zendingswerkers in het buitenland tussen de 1000 en 5000. „Precieze aantallen zijn moeilijk te geven. Gaat het alleen om uitgezonden predikanten of tellen ook tijdelijke werkers in het buitenland mee?” Daarbij leiden de huiskerken die zendingswerkers op pad sturen, vaak een ondergronds bestaan.

Bezorgd

De overheid weet niet goed raad met het fenomeen van zending door Chinezen, stelt Fenggang Yang, Chinadeskundige en verbonden aan de Amerikaanse Purdue Universiteit in Indiana. „De regering zag het christendom als een westerse, geïmporteerde religie. Nu blijken Chinezen zelf de exporteur van het Evangelie te zijn.” Het land is bezorgd dat zendingspogingen de bereidheid van islamitische landen voor Chinese investeringen doet afnemen. China zag zich in 2017 met de zendingsactiviteiten van zijn onderdanen geconfronteerd toen de Islamitische Staat in Pakistan twee Chinese zendelingen doodde. De uitzendende gemeente werd gesommeerd haar zendingsactiviteiten te staken. De Communistische Partij probeert de banden door te snijden met buitenlandse zendingsorganisaties die het buitenlandse zendingswerk met kennis en geld steunen. Ook huiskerken staan onder druk en worden bedreigd met sluiting. Zendingswerkers verliezen daardoor soms hun thuisbasis en financiële steun.

In hoeverre China erin zal slagen om deze zendingsactiviteiten een halt toe te roepen, is ongewis. Een ding is zeker: zending is niet alleen meer een beweging van West naar Oost, maar ook een van Oost naar West.