CGO „verwonderd” over overheidssteun

Synode GG 2019
De synode vergaderde donderdag onder meer over het rapport van de Cursus Godsdienstonderwijs. beeld RD, Anton Dommerholt

Het is „verwonderlijk en uniek” dat overheidsbekostiging in zicht is voor de opleiding tot godsdienstleraar van de Cursus Godsdienstonderwijs (CGO) van de Gereformeerde Gemeenten. Dat stelde ds. A. Schreuder, voorzitter van de stichting CGO, donderdag tijdens de vervolgzitting van de generale synode van het kerkverband.

De CGO kreeg begin oktober bericht dat de HBO-opleiding voor godsdienstleraar bekostigd kan worden dankzij samenwerking met Driestar educatief. Omdat dat nog een recente ontwikkeling is, kon de synode donderdag nog niet ingaan op details. In januari zal het CGO-bestuur een definitief voorstel voorleggen aan de synode over hoe deze samenwerking precies tot stand zal komen.

Volgens ds. Schreuder kan de opleiding tot godsdienstleraar in de samenwerking met de Driestar „zijn eigen identiteit zoveel mogelijk vasthouden. We hebben de Driestar nodig voor het verkrijgen van overheidsaccreditatie. Zij kunnen taken op het gebied van kwaliteitsbewaking overnemen, die de CGO zelfstandig niet kan dragen.”

In de samenwerking met de Driestar wordt onder andere vastgelegd dat de CGO verantwoordelijk is voor identitaire vakken, zoals dogmatiek. Didactische vakken worden door de Driestar verzorgd. Directievoorzitter L. N. Rottier van Driestar educatief legde desgevraagd uit dat er als gevolg van overheidsbeleid grote veranderingen hebben plaatsgehad bij lerarenopleidingen in het algemeen. Steeds vaker dragen scholen voor voortgezet onderwijs de verantwoordelijkheid voor het opleiden van docenten, onder andere via een werken-lerencombinatie. Dat is ook het geval bij de opleiding van godsdienstdocenten van reformatorische scholen voor voortgezet onderwijs.

Ds. G. J. van Aalst (Klaaswaal) benadrukte de noodzaak van de opleiding van leraren godsdienst. „In de regio Rotterdam slagen diverse scholen er onvoldoende in om geschikte docenten te vinden. Ik wil onderstrepen dat er nood is.”

De CGO had de laatste jaren te maken met een lagere instroom bij de A- en B-cursus. Het afgelopen jaar is het aantal instromers weer gestegen. Daarnaast blijken de leergangen populair. Dit zijn korte cursussen over specifieke onderwerpen, zoals de Dordtse synode of de puriteinen. In de achterliggende jaren hebben 748 cursisten deelgenomen aan een van deze cursussen.

Catechese

De synode stemde in met het verzoek van de commissie catechese om te blijven voortbestaan, ook nu de opdracht om een catechesemethode te ontwikkelen is afgerond. De commissie blijft actief om de bestaande methode bij de tijd te houden en didactische ondersteuning aan catecheten aan te reiken.

Verschillende afgevaardigden drongen aan op het gebruik van de ontwikkelde methode in alle gemeenten. Ds. G. Clements (Gouda): „Voor de eenheid in onze gemeenten zou het waardevol zijn als in alle gemeenten het onderwijs van Hellenbroek en de Heidelbergse Catechismus aan onze jonge mensen wordt voorgehouden.”

De synode besprak donderdag ook de rapporten van het deputaatschap kerkelijke dienstverlening, het deputaatschap hulpverlening kerkbouw, het deputaatschap kerkelijk grootboek en het deputaatschap emerituskas.

Onderdeel van de besprekingen van het deputaatschap kerkelijke dienstverlening was de stand van zaken rond de in 2014 ingestelde commissie van advies inzake seksueel misbruik in kerkelijke en/of pastorale gezagsrelaties. Commissievoorzitter ds. F. Mulder (Rhenen) gaf aan dat de commissie werkt aan een voorstel voor de januarivergadering van de synode. Doel daarbij is dat er voor slachtoffers van misbruik een laagdrempelige toegang komt tot hulp.

Volgens ds. F. Mulder komt het voor dat slachtoffers de commissie zien als een verlengstuk van een kerkenraad. Dat is een onwenselijke ontwikkeling, zo benadrukte ook preses ds. P. Mulder. „Laten kerken een voorbeeld zijn in zuiverheid”, zo stelde ds. Van Aalst. „Laat de commissie zorgdragen voor veiligheid en openheid richting het slachtoffer.” Daarnaast wees de synode op de kwetsbare positie van ambtsdragers in het geval van een onterechte beschuldiging van misbruik.