CGK kijken naar nieuwe indeling classes

Synode CGK 2019
De generale synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) vergadert tot en met vrijdag in de Oenenburgkerk in Nunspeet. De kerken in Dordrecht hebben de synode bijeengeroepen. Daarom staat er in de vergaderzaal een plaat van de Synode van Dordrecht (links), die 400 jaar geleden werd afgesloten. beeld RD, Henk Visscher

De indeling van de classes in de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) gaat mogelijk op de schop. Maar zo ver is het nog niet. Eerst gaat de taakgroep herindeling kijken naar de mogelijkheden.

De generale synode van de CGK, deze week bijeen in Nunspeet, boog zich woensdag over de herindeling van de classes, de regionale vergaderingen van kerken. Ze deed dat op verzoek van de particuliere synode van het Oosten, die uit drie classes bestaat.

De grote omvang van bepaalde classes en de gespreide ligging van gemeenten maken de praktijk van vergaderen vaak lastig. Zo is de classis Utrecht –met achttien kerken– omvangrijk, maar ook uitgestrekt: tot Antwerpen toe. De classis Amsterdam omvat 2475 leden en de classis Zwolle 15.227 – wat meer is dan de hele particuliere synode van het Westen (9703).

De synode constateerde dat de omvang van sommige classes „als een belemmering wordt ervaren voor het onderlinge, geestelijke gesprek.”

Een kleine taakgroep gaat zich bezinnen op de „wenselijkheid en mogelijkheid” van een nieuwe classicale –en eventueel particulier-synodale– herindeling. Het onderwerp komt terug op de generale synode van 2022.

Afvaardiging

De generale synode sprak ook over de afvaardiging van niet-christelijke gereformeerde ambtsdragers naar de classis. De synode van de CGK stelde in 2016 dat ambtsdragers van samenwerkingsgemeenten die geen lid van het kerkverband zijn –maar bijvoorbeeld van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt of de Nederlands Gereformeerde Kerken– alleen een adviserende stem op de classis hebben. De CGK-classes Apeldoorn en Haarlem en de kerkenraad van Zwolle vroegen het synodebesluit uit 2016 te herzien.

Tijdens de bespreking zei ds. P. J. den Hertog (Amsterdam) het vreemd te vinden dat een stemgerechtigde afgevaardigde het „stempeltje CGK” moet hebben. Het synodebesluit gaat volgens hem „dwars” in tegen de kerkorde en tegen het principe van afvaardiging, zoals dat in de zestiende eeuw is geregeld. De predikant vindt de regel „naar sektarisme” neigen.

In Lelystad vormt de Ankergemeente al 47 jaar een samenwerkingsgemeente van christelijke gereformeerden en Nederlands gereformeerden, zei ouderling W. Hijmissen. „We delen alles met elkaar. En als dan op de classis een broer niet in volle rechten wordt erkend, dan doet dat pijn. Nog even en in de gemeente weet niemand meer wie christelijk gereformeerd of Nederlands gereformeerd is.”

Rapporteur ds. A. Versluis (Ede) zei de moeite van samenwerkingsgemeenten te begrijpen. Het gaat erom een afweging te maken tussen de belangen van de bredere kerkelijke vergaderingen van de CGK en de plaatselijke samenwerkingsgemeenten. Het blijkt lastig om iedereen recht te doen.

Ds. G. R. Procee (Middelharnis) denkt niet dat de afvaardiging van niet-christelijke gereformeerde ambtsdragers naar de classis echt „een hot item” is. Op de classis gebeurt het volgens hem zelden dat een stem doorslaggevend is. „Alle broeders mogen meevergaderen en meespreken. En in hun eigen kerkverband hebben ze wél stemrecht.”

Ds. Versluis gaf aan dat samenwerkingsgemeenten het onderwerp wél als een hot item ervaren.

Adviseur en kerkrechtdeskundige prof. dr. H. J. Selderhuis vindt de argumenten in de revisieverzoeken „steekhoudend.” In de discussie draait het in feite niet om samenwerkingsgemeenten maar om afgevaardigden, stelde hij. „Als een classis de geloofsbrieven van afgevaardigden aanvaardt, dan hebben die gewoon stemrecht. Je kunt niet een classificatie in afvaardiging aanbrengen. Deze broeders komen namens de kerkenraad, worden door de classis als afgevaardigden geaccepteerd, en daarom hebben ze stemrecht.”

Dat door een besluit de eenheid onder druk zou kunnen komen, is volgens prof. Selderhuis „ons probleem. Maar dat moet je niet bij deze afgevaardigden leggen.”

Adviseur prof. dr. A. Baars zette de discussie in historisch perspectief. De kwestie van de afvaardiging speelde niet pas in 2010, zei hij. „In 1978 of 1979, dat zouden we kunnen nakijken, sprak de classis Zwolle er al over.” Prof. Baars vroeg de synode „in eerlijkheid” mee te nemen dat de discussie al heel lang speelt.

Een meerderheid van de synodeleden schaarde zich achter het voorstel van de commissie: de verzoeken tot revisie worden „in principe” afgewezen. Na de bespreking en besluitvorming over kerkelijke eenheid komt het onderwerp opnieuw op synodetafel en dan kan er een „eindconclusie” worden getrokken.

Gezien de verscheidenheid in de kerken kan zo’n besluit nooit met vreugde worden genomen, zei preses ds. Schenau. „We zijn nu niet klaar. Het blijft een opdracht in ons kerkelijk leven.”