Calvijnkerk in Baarn na bijna halve eeuw weer als nieuw

Vernieuwde kerkzaal van de Calvijnkerk in Baarn. beeld RD, Henk Visscher
6

”Calvijnkerk” staat er met vergulde letters op de voorgevel. Een unieke naam: er is maar een Calvijnkerk in Nederland. Het bedehuis in Baarn, eigendom van vereniging Calvijn, is in de achterliggende maanden vanbinnen flink opgeknapt.

In de consistoriekamer laten Wim Hop, gemeentelid, en Rien van Brummelen, ouderling van de wijkgemeente van bijzondere aard binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), een portret van Johannes Calvijn zien. Eronder hangt een handgeschreven kaartje met de geboorte- en sterfdatum van de Geneefse reformator.

De kerkelijke vereniging in Baarn werd door ds. I. Kievit ”Calvijn” genoemd, zo blijkt uit de notulen van de oprichtingsvergadering in april 1924. Niet zo verwonderlijk. De predikant, die ruim 29 jaar in Baarn stond, was als 17-jarige jongen al gegrepen door het lezen van de ”Institutie” van de hervormer. „Als aankomend student heb ik de ”Institutie” van Calvijn gelezen, en dat heeft een stempel op mijn ziel gezet”, zo zei ds. Kievit zelf.

Voortvarend

Gebouw Calvijn, zoals het kerkgebouw tot 1973 heette, heeft een geschiedenis van bijna honderd jaar. In de jaren twintig van de vorige eeuw kwam er in Baarn, naast de ethische predikant ds. A. Adriani, een Gereformeerde Bondspredikant, ds. Kievit.

De predikant kreeg al snel veel aanhang, maar mocht slechts een dienst per zondag voorgaan in de hervormde kerk op De Brink. Ds. Kievit richtte, voortvarend als hij was, een vereniging op met de bedoeling een eigen onderkomen te hebben. Na wat rondzwervingen door Baarn kocht de vereniging grond aan de Tromplaan en maakte een bouwkundige uit de gemeente een bouwtekening.

„Je krijgt honderd gulden als ik in januari de kerk in gebruik kan nemen”, zei ds. Kievit bij de eerstesteenlegging op 27 oktober 1924 tegen de aannemer die gebouw Calvijn bouwde. De aannemer stond voor de onmogelijke taak om het gebouw in twee maanden af te krijgen. Het lukte dan ook niet. In de loop van 1925 werd het gebouw in gebruik genomen.

Gangpaden

Na de verbouwing van 1973 ten tijde van ds. Iz. Kok, is de kerkzaal in de achterliggende maanden ingrijpend aangepakt om aan de eisen van de tijd te voldoen. In de achtermuur zitten nieuwe, brede deuren zodat het gebouw ook rolstoelvriendelijk is. De achtermuur van schoon metselwerk is gestuct. De banken zijn enkele decimeters ingekort om bredere gangpaden te creëren. Het oude, donkere mahoniehouten interieur is in frisse, lichtgrijze tinten geschilderd.

Door de aanpassing van het interieur is goed te zien dat het gebouw scheef is in plaats van rechthoekig. In de jaren twintig van de vorige eeuw werd er bij de bouw niet zo precies gekeken. Feit is dat het gebouw aan de achterkant ruim een halve meter breder is dan aan de voorkant.

Jesaja

Buiten rijdt een auto ronkend voorbij. Binnen ligt, op een standaard in het liturgisch centrum, een oude, geïllustreerde Statenbijbel uit 1698 opengeslagen bij Jesaja 3. Op dezelfde tafel ligt ook een Bijbel van recenter datum, dundruk en zonder illustraties.

Omvormer

Van Brummelen laat de bankjes voor kinderen voorin de kerk zien –gemaakt van oude uitschuifbare delen van de kerkbanken– en het orgel. Oud en nieuw raken elkaar hier.

Naast het orgel, uit 1861, hangt de omvormer van de zonnepanelen. Van Brummelen, tevreden: „We hebben sinds de plaatsing van de zonnepanelen nog maar amper kosten voor de elektra.”

Een rooms orgel in de Calvijnkerk

Op de galerij van de Calvijnkerk prijkt het elf stemmen tellend orgel van orgelbouwer L. S. Ypma. Het instrument is veel ouder dan het kerkgebouw. In 1861 werd het orgel gebouwd voor de rooms-katholieke Onze-Lieve-Vrouw Visitatiekerk in Oosterblokker, bij Hoorn. De overplaatsing van het orgel naar Baarn werd in 1925 uitgevoerd door de firma Pels uit Alkmaar.

In 1966 is het instrument aangepast. Dit gebeurde door Fonteyn & Gaal. Deze verving de mechaniek en maakte een nieuwe windlade voor het instrument. Ook plaatste ze nieuwe klavieren en verdeelde het pijpwerk over de twee manualen.

In 1976 is het orgel opgeknapt door orgelbouwer J. J. Elbertse, die het nog steeds in onderhoud heeft.