Buurtpastor: Benader als diaken mensen in armoede met respect

Shakila Paltan leeft van een bijstandsuitkering. „Het heeft geen zin om met een bordje ”zielig” op je voorhoofd te gaan lopen. Je leert overleven.” beeld Erik Kottier

Leven in armoede, hoe is dat? Shakila Paltan vertelt er zaterdag over tijdens een conferentie over armoede en schulden. „Ik ben al tien jaar niet op vakantie geweest.”

Ooit woonde Shakila Paltan (56) in een ruim koophuis in een Vinexwijk. Na haar scheiding kwam ze met haar beide zonen in een sociale huurwoning in Utrecht terecht. Ze woont er inmiddels elf jaar. In de keuken ligt nog steeds geen vloer. „We wachten op een aanbieding”, zegt Paltan.

Ze vertelt haar verhaal in een zaaltje van de protestantse Johanneskerk in de Utrechtse wijk Overvecht. Aan tafel zit ook Erna Treurniet, buurtpastor van de protestantse diaconie. Ze werkt sinds zeven jaar in deze wijk, waar ze veel armoede tegenkomt. Samen met Paltan levert ze zaterdag op de Christelijke Hogeschool Ede een bijdrage aan de werkconferentie ”Geloven in mensen” voor onder anderen diakenen en kerkelijke vrijwilligers.

Paltan werd geboren in Suriname. Op 13-jarige leeftijd verhuisde ze met haar ouders naar Nederland. Na haar opleiding vond ze een baan als secretaresse en trouwde ze. „Toen de kinderen kwamen, stopte ik met werken. Nadat mijn man in 2005 besloot alleen verder te gaan, kwam ik in de bijstand. Ik kon nog een paar jaar in ons huis blijven wonen, maar uiteindelijk moest het van de rechter worden verkocht.”

Moederdag

Het leven van een bijstandsuitkering had niet alleen gevolgen voor haar woonplek. Vakanties waren bijvoorbeeld verleden tijd. „Eerder gingen we drie keer per jaar weg, onder meer op wintersport. Maar de laatste tien jaar zijn we niet meer op vakantie geweest.”

Voor haar kinderen kan ze geen merkschoenen kopen. „En als ze weleens vroegen om een computerspel zei ik dat we dit niet konden betalen. Vorig jaar hebben ze voor Moederdag met onderdelen van oude computers een nieuwe voor mij opgebouwd.”

Paltan is er de persoon niet naar om dramatisch te doen over rondkomen van een krappe beurs. „Vooral de eerste jaren waren zwaar, maar we zijn nooit met honger naar bed gegaan.” Haar beperkte budget dwingt haar slim inkopen te doen. „Ik sla bijvoorbeeld 10 kilo kip in voor 12 euro. Het heeft geen zin om met een bordje ”zielig” op je voorhoofd te gaan lopen. Je leert overleven.”

Inmiddels zit haar jongste zoon in het examenjaar van de havo, terwijl de oudste aan de universiteit studeert. Dankzij de zogeheten U-pas, een initiatief van de gemeente Utrecht voor minima, kwam er een laptop in huis toen de kinderen naar het voortgezet onderwijs gingen. En met steun van de organisatie Leergeld kon de oudste, toen hij op het tweetalig vwo zat, mee met studiereizen naar Engeland. Maar geld voor bijvoorbeeld rijlessen is er niet.

Op een houtje bijten

Het moeilijkste vindt Paltan „het omgaan met instanties.” Ze noemt onder meer de jeugdhulpverlening, vanuit haar ervaring met psychologische begeleiding voor een van de kinderen. „Je hebt het gevoel dat je als alleenstaande moeder niet serieus wordt genomen”, vult buurtpastor Erna Treurniet aan. „Hulpverleners hebben soms een houding van: „Jij luistert naar ons. Als je dat niet doet, heb je een probleem.””

Het is een van de zaken die Treurniet zaterdag aan de orde wil stellen op de werkconferentie over armoede. In de ruim dertig jaar dat ze als buurtpastor actief is, eerder in Rotterdam en Leiden, heeft ze meer begrip gekregen voor gezinnen in armoede. „Mensen geven hun vaak het idee: het ligt aan jezelf dat je arm bent. Dat is niet waar. Je zult maar de pech hebben dat je relatie stukloopt of dat je je baan verliest terwijl je moeilijk ander werk kunt vinden.”

Treurniet merkt dat het vaak lastig is voor mensen om een uitkeringssituatie achter zich te laten. „Je moet minstens vier dagen werken om boven bijstandsniveau uit te komen, vanwege ons ingewikkelde systeem met allerlei toeslagen. Niet iedereen kan dat fysiek aan. Als je ouder dan vijftig jaar en ook nog eens getint bent, is het extra moeilijk om een baan te vinden.”

Ook onder zzp’ers komt de buurtpastor armoede tegen. Ze ontmoet hen geregeld bij de Utrechtse voedselbank. „Om bijstand te krijgen, moeten ze hun bedrijf opheffen. Ik ken mensen die liever op een houtje bijten dan dat ze dit doen. Ze hopen op betere tijden.”

Treurniet biedt mensen in armoede allereerst een luisterend oor. „Armoede komt nooit alleen. En het gaat over meer dan geld. Mensen raken in een isolement. Als je lang in armoede zit en je was al niet depressief, dan word je het wel.”

Haar oproep aan diakenen en kerkelijke vrijwilligers is om mensen in armoede met respect te bejegenen. „Als we goed doen aan de ander kunnen we heel paternalistisch zijn. Realiseer je dat het voor mensen niet fijn is om altijd te moeten ontvangen. Verplaats je in hun situatie. Ik heb er zelf bijvoorbeeld geen moeite mee om spullen in een tweedehandswinkel te kopen, maar dit vragen van iemand die in feite geen keus heeft, is iets anders.”

Shakila Paltan kijkt na een zware periode hoopvol vooruit. Lange tijd kon ze mede door gezondheidsproblemen niet werken. De laatste twee jaar gaat het beter. Momenteel zit ze in het tweede en laatste jaar van de mbo4-opleiding ervaringsdeskundige in armoede en sociale uitsluiting. Ze geniet van haar stage bij de dagopvang van het Leger des Heils in Utrecht. Na de afronding van haar studie hoopt ze werk te vinden. „Het zou mooi zijn als ik vanuit mijn ervaring anderen kan helpen. Ik wil graag iets betekenen voor de samenleving en hoop daar mijn broodwinning van te kunnen maken.”

>>geloveninmensen.nu