Bredase ouderling eindigt op de brandstapel

ReformatieNL
De Grote Kerk in Breda. beeld Sjaak Verboom

In de Grote Kerk van Breda ging Willem van Oranje halverwege de 16e eeuw geregeld naar de mis. In 1581 was er voor het eerst een gereformeerd geluid te horen. Nu staan de pallets met Breda Bier er hoog opgestapeld: de plaatselijke bierbrouwer is sponsor van de kerk, die tegenwoordig dienstdoet als cultuurcentrum.

Wat ging eraan vooraf?

De ongeveer 8000 parochianen in Breda werden geestelijk verzorgd door kanunniken en priesters. Bekend is dat in de Reformatietijd velen van hen het celibaat overtraden en een wereldlijk leven leidden. Inquisiteurs probeerden in 1527 en 1550 orde op zaken te stellen. Een zekere Frans Elens dreef in 1546 openlijk de spot met de aflaten. Claes van Dyepenbeeck had twee pamfletten op het priesterkoor gegooid. De onderpastoor Jacob van Zon werd in 1549 verweten niet te zijn opgetreden tegen ketterse boeken en hij zou de heiligen niet meer aangeroepen hebben. Een aantal van ketterij verdachte geestelijken werd in 1569 geschorst omdat ze hagenpreken hadden bijgewoond.

Er is echter geen sprake van een breuk met de kerk of van een overgang tot het protestantisme. De ketterplakkaten werden in Breda niet streng toegepast. Dat gold echter niet de dopersen. Een zekere Jan de Scheerder werd in 1550 wel gevonnist wegens ketterse ideeën. Tekenend voor de diffuse overgang tussen de verschillende protestante stromingen in deze tijd in Breda is, dat latere kerkhistorici op grond van de processtukken er niet eensluidend uitkwamen of Jan de Scheerder, een sacramantarier, een lutheraan, of een calvinist is geweest. Nu was Jan ook wel een zeer bijzondere ketter, want hij loochende ook de maagdelijke geboorte van Jezus.

Hoe kreeg de Reformatie in Breda gestalte?

Vanaf 1527 zijn er in Breda sporen van individuele en beperkte protestantse activiteiten. Vooral pamfletten over de ”nije leer” vonden via handelscontacten met Antwerpen een snelle verspreiding. De invloed op de bevolking bleef door de individuele inslag beperkt. De eerste duidelijke sporen van een calvinistische organisatie te Breda vinden we in 1565. In dat jaar werd aan een vertrekkend lid een attestatie uitgereikt die de handtekening van het consistorie (kerkenraad) droeg. De eerste officiële predikant van de gemeente was Lodewijk de Voghel, die overigens ook in Maastricht het predikambt aanvaard had.

Hoe groot was de gemeente in de beginjaren?

Rond 1566 telde de protestantse gemeente ongeveer 200 zielen. Vooral calvinistische migranten (lakenhandelaars, korenkopers en goudsmeden) uit Antwerpen ontwikkelden zich tot steunpilaar voor de calvinistische gemeente in Breda. Mede dankzij Willem van Oranje heerste er in Breda in de jaren zestig van de zestiende eeuw een relatief mild godsdienstig klimaat. Willem bleef tot zijn vlucht uit Breda in 1567 naar de Dillenburg loyaal aan de rooms-katholieke religie. Ook zijn huwelijk met de lutherse Anna van Saksen bracht daarin geen verandering. Zijn bedachtzame religieuze opvattingen voorkwamen maatregelen tegen godsdienstdwang. Met dopersen en ‘wilde calvinisten’ had hij echter niets op.

In 1566 hebben vooral de uit Antwerpen afkomstige calvinisten het verloop van de Beeldenstorm bepaald. De volksstemming was lauw, het stadbestuur eveneens. De nieuwe leer was toen in Breda al in alle sociale lagen van de bevolking doorgedrongen. De roomsen waren in de 16e en de eerste helft van de 17e eeuw in Breda veruit in de meerderheid, maar de afname van 6000 communicanten in de jaren vijftig en zestig naar 4000 in 1574 was een behoorlijke aderlating.

Wie was de eerste predikant?

Op het predikantenbord in de Grote Kerk staan vóór De Voghel de namen van Adriaen de Kuiper (1558), Gilles Jansz. en Frans den Helder. Zij hebben echter het predikambt nooit officieel vervuld, maar hielden bij gebrek aan een geordende predikant de godsdienstige gemeenschap bij elkaar. Over Lodewijk de Voghel, de eerste predikant, is erg weinig bekend. De bekende Franciscus Junius en Moded hebben in 1565-1566 Breda bezocht en er gepreekt.

De tweede officiële predikant van Breda, Franciscus Adriani, heeft in 1567/68 aangrijpende dingen meegemaakt. Zijn ouderling Peter Petersz. van Keulen werd na de Beeldenstorm op het plein voor het kasteel op de brandstapel verbrand, evenals Betteke, zijn dienstmaagd. Dat gebeurde op 29 mei 1568. Die dag gingen er ook vele ‘ketterse’ boeken in vlammen op. Peter was na de komst van Alva niet gevlucht en hervatte na het luwen van de storm zijn ambacht van goudsmid. De inquisiteurs hadden echter de attestatie van deze ouderling gevonden. Hierin stond dat hij als ouderling „gave had in de ware leer te onderwijzen en door zijn levenswandel te stichten.” Hij werd verdacht van medeplichtigheid aan de Beeldenstorm en zat voor zijn terechtstelling een jaar gevangen in de Bredase Gevangentoren.

Hoe ging het verder?

Afwisselend waren er in Breda tijdens de Opstand gereformeerden (prins- of staatsgezinden) en roomsen aan de macht. Wel vijf keer wisselden ze van machtspositie, totdat Frederik Hendrik in 1637 Breda definitief heroverde op de Spanjaarden. Evenzovele keren oefenden de gereformeerden en de roomsen hun godsdienst publiekelijk dan wel ‘ondergronds’ uit. Anno 2017 lijken ze allen uitgepraat in Breda.

Dit is deel 6 in de serie Reformatie in de Nederlanden. Op 24 januari deel 7: Opheusden. >>rd.nl/reformatieNL

----

wanneer: 1565 (begin), 1637 (definitief) eerste predikant: Lodewijk de Voghel