Bouw ontvangstruimte onder Nieuwe Kerk Delft mag doorgaan

beeld RD, Anton Dommerholt

Het college van burgemeester en wethouders van Delft mocht vergunning verlenen voor de bouw van een ontvangstruimte onder de Nieuwe Kerk in Delft.

Dat blijkt uit een uitspraak van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van woensdagmorgen. Tegen de uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Het gemeentebestuur van Delft verleende in maart 2015 een omgevingsvergunning aan de protestantse gemeente Delft voor de bouw van twee kelders onder de Nieuwe Kerk. De eerste kelder komt gedeeltelijk buiten de Nieuwe Kerk te liggen en zal worden gebruikt als multifunctionele ontvangstruimte met een keuken, bergruimte, sanitaire voorzieningen en enkele zalen. De tweede kelder is een uitbreiding van de koninklijke grafkelder en ligt binnen de Nieuwe Kerk.

De Oudheidkundige Werkgemeenschap Delft en AWN, vereniging van vrijwilligers in de archeologie, verzetten zich tegen de vergunning voor de ontvangstruimte. Zij hebben geen bezwaar tegen de uitbreiding van de grafkelder.

De organisaties voerden aan dat door de bouwwerkzaamheden ruim 2000 menselijke overblijfselen zonder archeologisch onderzoek en documentatie worden geruimd. Het archeologische onderzoek dat wel wordt gedaan is volgens hen te beperkt.

Er zou alleen gekeken zijn naar het belang van de protestantse gemeente en er zou om die reden bezuinigd zijn op het benodigde archeologische onderzoek. Verder zijn de organisaties bang dat de bouwwerkzaamheden de middeleeuwse fundering van de kerk zullen aantasten. De rechtbank Den Haag verklaarde in februari 2016 hun bezwaren ongegrond.

Naar het oordeel van de afdeling bestuursrechtspraak heeft het gemeentebestuur van Delft juist en zorgvuldig gehandeld rond de omgevingsvergunning. Het gemeentebestuur heeft de archeologische waarden voorafgaand aan de vergunningverlening onderkend. In de kelder zal onderzoek worden gedaan naar de sporen en structuren van het kerkgebouw en de bewoning. Ook zullen de niet-onderzochte stoffelijke resten worden herbegraven.

Daarnaast heeft het gemeentebestuur in zijn afweging volgens de afdeling bestuursrechtspraak „een zwaarwegend belang kunnen hechten aan het belang en het behoud van de Nieuwe kerk als nationale en internationale toeristische trekpleister voor de gemeente Delft.”

De Nieuwe Kerk in Delft is ondermeer in gebruik bij de hervormde gemeente van Delft. In de kerk bevindt zich de grafkelder van de koninklijke familie en het praalgraf van Willem van Oranje. De kerk is een grote publiekstrekker.

De woordvoerder van de Nieuwe Kerk te Delft wilde vanmorgen niet reageren op de uitspraak. Hij verwees naar de reactie van de gemeente Delft die later woensdag komt.

Beroepsarcheoloog Gerrit Dusseldorp noemde de uitspraak vanmorgen schokkend. Hij is een van de archeologen die moeite heeft met de bouw van de ondergrondse ruimte. „Alles wat je nu vernietigt, komt nooit meer terug. Ik begrijp niet dat de burgerlijke gemeente, die hoge eisen stelt aan bodemingrepen in dit gebied, nu haar eigen regels opzijschuift.”

De menselijke resten worden volgens Dusseldorp „heel ruw en steekproefsgewijs” onderzocht. „Een groot deel van de waarde van dit gebouw zit in de rijke historie. Ik begrijp niet dat de kerk deze opoffert voor een garderobe voor festivalbezoekers. Voor mij is dit hetzelfde als dat de dominee de glas-in-loodramen ingooit.”