Boek vormt eerbetoon aan specialist en bibliofiel D. Deddens

Detmer Deddens was predikant, synodepreses en hoogleraar. In die volgorde. En: kerkrechtdeskundige, bibliofiel en telg uit een theologengeslacht. Hij genoot achting in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, maar had ook tragische kanten.

„Deddens kwam moeizaam tot publiceren”, zegt dr. Leon van den Broeke, universitair hoofddocent kerkrecht aan de Theologische Universiteit Kampen. Zorgvuldig legt hij een zwart-witfoto van de hoogleraar terzijde. De afbeelding van Deddens (1923-2009) dient woensdag als achtergrond bij de presentatie van het door dr. Van den Broeke samengestelde boek ”De collectioneur. De kerkrechtelijke nalatenschap van D. Deddens” (uitg. Summum Academic Publications, Kampen). De bundel bevat redes die Deddens hield, artikelen en een levensbeschrijving.

Er is een verhaal te vertellen over Detmer Deddens, legt dr. Van den Broeke uit. Hij wijst naar de boekenkasten in zijn werkkamer. „Dit is een groot deel van de boekencollectie van Deddens. Veel titels over kerkrecht, daarnaast boeken over de kerkgeschiedenis van de 17e-eeuwse kolonie New England en van de Engelse en Schotse protestanten.”

Dr. Van den Broeke is sinds zijn benoeming in 2016 in Kampen de hoofdgebruiker van het vertrek. Dat draagt sinds 2002 de naam Prof. D. Deddenskamer. Zeven jaar voor zijn overlijden droeg Deddens zijn collectie over aan de universiteit. „Hij werd slechtziend. De boeken waaraan hij zo verknocht was, kon hij niet meer gebruiken.”

Synodepreses

Hoewel Deddens weinig academisch werk publiceerde, verdiende de hoogleraar zijn sporen in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV). Als zoon van hoogleraar Pieter Deddens sr. (1891-1956) leek hij voorbestemd om in de voetsporen van zijn vader te treden. Tot zijn teleurstelling ging in 1958 diens leerstoel aan zijn neus voorbij. Wel was hij meermalen synodepreses in de roerige jaren zestig en zeventig, toen zich onder meer een kerkscheuring voltrok.

Deddens was een van degenen die destijds bijdroegen aan het in stand houden van „het klimaat van het absolute”, aldus dr. Van den Broeke. In 1979 werd hij als blijk van waardering alsnog benoemd tot hoogleraar kerkrecht en kerkgeschiedenis. Voordien was hij al een gezaghebbend kerkrechtdeskundige in eigen kring. Hij handelde daarbij in lijn met het gereformeerde kerkrecht zoals dat was afgestoft door de 19e-eeuwse hoogleraar F. L. Rutgers, over wie woensdag ook een bundel wordt gepresenteerd.

Voor dr. Van den Broeke begon het verhaal van Deddens na zijn benoeming in Kampen. „Ik kreeg toen de beschikking over de Deddenskamer, met de vraag: Zie je kans wat te maken van het Deddens Kerkrecht Centrum? De boekpresentatie vormt eigenlijk het eerste wapenfeit. We willen daarnaast een masterscriptieprijs in het leven geroepen, er komt een gasthoogleraarschap en het boek over Deddens vormt het eerste deel van de Deddens Kerkrecht Serie die we gaan uitgeven.”

Dat de redes van Deddens nooit gepubliceerd waren, was reden voor dr. Van den Broeke om in de archieven te duiken. In samenwerking met het Archief- en Documentatiecentrum van de GKV ordende hij het archief van Deddens. Bovendien sprak hij met mensen die –in tegenstelling tot hijzelf– Deddens gekend hebben. „Het bleek dat Deddens drukbezet was, maar ook uitstelgedrag vertoonde en moeite had met werkplanning. Een voorbeeld? Hij hield in 1948 een aantal interviews met prof. S. Greijdanus, maar de uitwerking daarvan publiceerde hij na veel aandringen pas in 1968.”

Deddens excuseerde zich door te zeggen dat hij perfectionistisch was, zegt dr. Van den Broeke. „Maar als je het archief bekijkt, blijkt dat niet bijzonder geordend te zijn. Was het perfectionisme een soort wolk van onaantastbaarheid die hij creëerde?”

Voetnoten

Een andere kant van Deddens vormden zijn specialistische interesses. Dr. Van den Broeke: „Dat blijkt uit zijn inaugurele rede, over het wegvallen van het ouderlingenambt in de 17e eeuw in wat nu de Amerikaanse staat Massachusetts is. Maar heel typisch: van de vier oraties die zijn opgenomen in de bundel ontbraken bij drie ervan de voetnoten. Ik heb vele citaten of lukrake verwijzingen moeten opzoeken en een nieuw voetnotenapparaat ontwikkeld. Daarbij bleek ook dat hij niet zomaar wat riep, maar terugging naar primaire bronnen.”

De bundel met werken van Deddens vormt een eerbetoon aan de hoogleraar, die het ook persoonlijk niet gemakkelijk had. Detmer en zijn vrouw Arien, overleden in 2010, woonden in een kast van een huis aan de Burgwal in Kampen, maar bleven kinderloos. De laatste jaren van zijn leven dementeerde zijn vrouw en vereenzaamde hijzelf, onder andere door zijn slechtziendheid. Zo kwam het er na zijn emeritaat in 1988 niet van om zijn wens om te promoveren alsnog te laten uitkomen.

Voor een biograaf is Deddens een interessante figuur, zegt dr. Van den Broeke. „Hij heeft z’n boeken nagelaten en zo’n 10 meter archiefmateriaal. Ik ben in de verleiding geweest om zijn academische redes te gaan analyseren, maar heb het niet gedaan. Dit is zijn boek, zo pogen we hem recht te doen. Eventueel kunnen anderen erop voortborduren.”