Bijzondere redenen voor dankbaarheid

beeld ANP
5

Iedereen heeft op dankdag genoeg wat tot dankbaarheid zou moeten stemmen. Soms zijn er bijzondere redenen.

Bezoek op de intensive care

G. van Dam. beeld fam. Van Dam

G. van Dam (79) uit Hardinxveld-Giessendam heeft van 2016 tot maart dit jaar acht keer in het ziekenhuis gelegen.

„De kinderen hebben me vier keer als uit de dood teruggekregen”, zegt hij. „Mijn toestand ligt verklaard in Psalm 56:6: „Gij hebt mijn ziel beveiligd voor de dood...” Dankbaarheid is er als de Heere een dankoffer ontsteekt in het hart, want dat vernedert en verootmoedigt.”

Van Dam, die al zeventien jaar weduwnaar is, is hartpatiënt. „Mijn hartpomp functioneert niet meer zo. Ik kreeg het zo Spaans benauwd dat ik de Heere vroeg: Als dit niet over kan gaan, mag ik dan sterven? Maar het was de tijd nog niet.”

Acht keer in het ziekenhuis. „Maar ik wil niets van mijn weg afhebben, want in het ziekenhuis heb ik goede tijden gehad”, zegt Van Dam. „Een vriend zag dat ik op kamer 116 lag en moest aan Psalm 116 denken. Hij zei: „De Heere redt je keer op keer.”

Ik heb een nacht op de intensive care gelegen en daar kreeg ik bezoek van de Heere: „God zal ze Zelf bevestigen en schragen.” Dan word je bij dat geslacht van Sion gerekend. Zijn vriendelijk aangezicht geeft vrolijkheid en licht. God kan van ons niets gebruiken, maar al wat Hij wrocht, zal juichen tot Zijn eer.

Als je moet vertellen wat de Heere heeft gegeven, dan moet je zeggen: Zijn wonderen zijn niet af te meten. Ds. Kersten zei: „Wat we in dit leven van de Heere hebben gekregen, mogen we straks meenemen als we het hoofd neerleggen.” Dat zijn die verbondszegeningen.”

Van Dam stuurde er een briefje over naar de krant. „Omdat ik gewezen was op Psalm 97:6 („Beminnaars van den Heer’, verbreiders van Zijn eer”) en op Psalm 20:8 („wij zullen vermelden van den Naam des Heeren onzes Gods”).”

Van Dam zegt dat hij de artsen mocht vertellen waarom hij niet gespannen was: „Het was maar in mijn ziel: „Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken.” We kunnen ook te beschroomd zijn om daarover te spreken. Spurgeon zei: Strooi maar uit, een ander zou er nog eens winst mee kunnen doen.”

Verheugende boodschap

E. M. Hage-Baaij. beeld fam. Hage

„Alles is goed; u hoeft niet meer terug te komen”, kreeg E. M. Hage-Baaij (75) uit Kruiningen half oktober te horen op de ziekenhuisafdeling oncologie.

„Ja mevrouw, we moeten ook weleens een andere boodschap brengen”, zei de dokter.

Tijdens een bevolkingsonderzoek in 2017 werden twee kwaadaardige poliepen in de darmen ontdekt. Een operatie volgde. Een jaar later werden goedaardige poliepen weggehaald. Daarna was er om het halfjaar een controlescan. „Dat brengt altijd spanning met zich mee. We kregen een goede uitslag. Toen we terugliepen naar de auto, voelde ik zo dat de ware dankbaarheid bij ons niet meer te vinden is. Een verbroken hart en verslagen geest zijn de rechte dankdaggestalten. Het gaat om de eer des Heeren. De Heere mocht ons er brengen op deze dankdag.”

Veel mogen geven, veel ook mogen ontvangen in broers gezin

Jannie Butijn. beeld fam. Butijn

„Afgelopen 30 augustus is mijn broer hertrouwd na 16 jaar weduwnaar geweest te zijn”, meldt Jannie Butijn uit Bodegraven.

„Op 17 maart 2003 verongelukte zijn vrouw op 37-jarige leeftijd, terwijl ze samen liepen te wandelen.” Haar man bleef met vijf kinderen achter.

„In de afgelopen 16 jaar ben ik zeer nauw bij dit gezin betrokken geweest”, zegt Jannie. „De eerste 9 jaar was ik elke week twee aaneengesloten dagen in Dirksland. Mijn werkgever heeft mij daar de mogelijkheid voor gegeven. Later was ik er een dag in de week en de laatste jaren een dag in de twee weken. Ik was op die momenten helemaal in het gezin en heb de kinderen volwassen zien worden en het huis zien verlaten. Met de kerstdagen was ik er altijd en op feest- en verjaardagen zochten we elkaar op. Het was voor mij een warme plek, waar ik veel kon geven, maar ook heel veel heb ontvangen.

Er zijn moeilijke, maar ook heel waardevolle en mooie momenten met elkaar geweest. Mijn broer heeft al die jaren, met Gods hulp, voor zijn kinderen gezorgd en het is een heel hecht gezin geworden. Het stemt me dankbaar dat hij zover heeft kunnen komen én dat hij nu het nu met zijn tweede vrouw en haar twee kinderen heel fijn mag hebben.”

Voor Jannie is het ook een verandering. „Gelukkig is mijn broer niet van de ene op de andere dag getrouwd. In een vroeg stadium ben ik betrokken bij zijn relatie met Gerrinda en hebben we ons met z’n allen kunnen voorbereiden op de bruiloft. Het was een onvergetelijke dag waarin er ruimte was voor ieders emotie. Dankbaarheid overheerst. De frequente rit naar Dirksland is er niet meer, maar de warmte en het liefdevolle zijn gebleven.”

Blij met de nieuwe schoonzoon

A. Baaij-de Ruiter. beeld fam. Baaij

„Op 5 juli dit jaar was er na droefheid blijdschap”, zegt A. Baaij-de Ruiter (76) uit Hardinxveld-Giessendam. Haar schoondochter hertrouwde.

Zoon Jaap was 45 jaar toen hij op 14 september 2017 overleed. „Toen hij 14 jaar was, kreeg hij de diagnose spierdystrofie. Lange tijd heeft hij toch goed kunnen functioneren, maar de laatste anderhalf, twee jaar ging het echt achteruit. Een galblaasoperatie deed er ook geen goed aan. We zagen hem van maand tot maand minder worden.”

Haar 43-jarige schoondochter Aria Klop werd weduwe. Kinderen had het echtpaar niet gekregen. „Op 5 juli is ze met een aardige weduwnaar, ook zonder kinderen, getrouwd: Jan Verboom. Ze hebben elkaar in de reformatorische vereniging van weduwen en weduwnaars ontmoet. Vanaf het begin was de verhouding goed. Ik kan me redelijk makkelijk geven en mijn nieuwe schoonzoon ook. Bij de eerste ontmoeting zei ik dat ik het heel moeilijk vond, en dat begreep hij goed. Nu wonen ze recht tegenover me. Hij zegt „moeder” tegen me. Ik had nooit kunnen denken dat het zo zou gaan.

Ik mocht mee de trouwjurk uitzoeken –mijn schoondochter heeft zelf geen moeder meer– en tijdens de trouwdag was ik getuige. Na al het verdriet was dit een bijzonder mooie dag. Ds. W. J. Karels bevestigde het huwelijk. Als we op dankdag de Heere de eer zouden mogen geven, wat zou het dan een goede dankdag worden. Van nature doen we dat niet. We hebben een bedelaarsgestalte nodig.”