„Bezoek prinses Beatrix en majoor Bosshardt voorbeeld voor diaconaat”

Bezoekers van de landelijke diakenendag van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK), Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) en Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK). De bijeenkomst werd zaterdag gehouden in Veenendaal. beeld Niek Stam
8

„Geloven is doen en diakenen mogen ontdekken dat het doen ertoe doet. Omdat de kerk zelf van Gods rijke genade leeft, kan zij een helpende kerk zijn.” Dat zei ds. Erjan van der Linde zaterdag in Veenendaal.

De diaconaal consulent bij de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) sprak op de landelijke diakenendag van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK), Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) en de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK). De bijeenkomst had dit jaar als thema: ”Een kerk die hélpt!” Zo’n 200 diaconale werkers waren naar de Veenendaalse Bethelkerk gekomen om zich te laten inspireren, instrueren en elkaar onderling te bemoedigen.

Rudolf Setz, die sinds januari 2019 een parttime functie bekleedt als diaconaal consulent bij de CGK, en zich daarbij vooral richt op het binnenland, stond ter opening stil bij Johannes 1. In dat Bijbelgedeelte wordt over Jezus Christus als het vleesgeworden Woord gezegd: „En Hij heeft onder ons gewoond.” Setz, die ook voorganger is van de gemeente ”Assen zoekt”, toonde een foto van prinses Beatrix die als troonopvolgster incognito met Majoor Bosshardt van het Leger des Heils de Amsterdamse wallen bezocht om met prostituees in contact te komen. „Dit is een goed voorbeeld voorbeeld van de manier waarop de kerk als vertegenwoordiger van de hoge God bij aan lager wal geraakte mensen binnen kan komen.”

Setz trok de vergelijking met de bewoordingen van Johannes 1, waar staat dat God zo dichtbij kwam dat Hij onder de mensen wilde wonen of letterlijk ‘tabernakelen’. Volgens Setz valt van Johannes 1 en de praktische voorbeelden van kroonprinses Beatrix en Majoor Bosshardt te leren op welke wijze de kerk diaconaat kan bedrijven. „Door dicht bij de mensen komen en onder hen leven om de nood en zorg te delen. ”

Setz vertelde hoe hij in zijn gemeente in contact kwam met allerlei mensen, van wie sommigen worstelden met anorexia, schulden of de vluchtelingenproblematiek. „Het gevaar is dat de kerkelijke diaconale werker al te snel in een ‘doe-modus’ schiet. Die houding van: „Doen, doen, doen.” Zo’n houding is typisch kerkelijk, terwijl de Heere Zelf in alle kalmte een aanvliegroute kiest.”

Tijdens de centrale openingssessie sprak ook Hagar Prins, hoofd communicatie en fondsenwerving bij ”Verre Naasten”, de zending- en hulporganisatie van de GKV. Prins vertelde in een persoonlijk verhaal hoe haar huis in een nacht door een brand geheel in de as werd gelegd. De volgende dag zochten de diakenen het getroffen gezin op met de vraag: „Wat kunnen wij voor u betekenen?” Dankzij de diaconie kon het tijdelijk onderkomen binnen korte tijd worden gevuld met alle benodigde spullen. „Dat was echt een warme deken”, aldus Prins. „Van zo’n helpende kerk gaat een krachtig getuigenis uit, zo bleek uit de reactie van niet-gelovige vrienden.”

Puttend uit haar ervaring als hulpverlener noemde Prins ten slotte nog het voorbeeld de christelijke kerken uit India, „waar gelukkig geen waterscheiding tussen zending en diaconaal bestaat omdat de overheid niet aan liefdadigheid doet.”