Bevrijding vieren in de kerkbanken

75 jaar vrijheid
Het inhalen van de bevrijder op 8 mei 1945 op de Dam van Ameide. beeld Beeldbank Vijfherenlanden
13

De bevrijding, de overgave van de Duitse legers aan de geallieerden, werd zo mogelijk groots gevierd. Veel vlagvertoon, vreugde en feestelijk onthaal van de bevrijders. Veel kerken droegen op gepaste wijze bij aan de vreugde met diensten, dankstonden, feest- en tijdredes. Als er nog een kerkgebouw was tenminste.

De bevrijding en de kerken. Daarover schrijven begint natuurlijk met de vraag hoe de kerken tegen de Duitse bezetting aankeken. Het merendeel van hen zag de Duitse inval en overheersing als een oordeel. Maar was het een machthebber die ze moesten gehoorzamen, onder wiens juk Nederland moest buigen? Of was het een overheerser die bestreden kon en moest worden? Alleen al vanwege het feit dat nazi-Duitsland zich vijandig opstelde tegen Gods oogappel, het Joodse volk. En daarmee zijn pijlen richtte op de God van dat volk Zelf.

Tussen die twee standpunten zaten heel wat nuances. Of de Nederlander zich mocht verzetten, en hoe die de bezetter mocht bestrijden; lijdelijk of actief, door misleiding of met geweld. De oproep tot actief verzet kwam in de Gereformeerde Kerken synodaal en vrijgemaakt veel voor, elders over het algemeen minder. Hoewel die nergens helemaal ontbrak.

Het centrum van Arnhem met de verwoeste Eusebiuskerk. beeld Gelders Archief

Voor mensen in het verzet was het standpunt van kerk of dominee erg belangrijk. „Mijn vader was een verzetsman”, zegt Hilda Post, in de oorlog een schoolmeisje uit Nieuwlande. „Het geloof was zijn grote inspiratiebron. Als meisje van tien, elf bracht ik codeboodschappen en bonkaarten weg. Soms bracht ik onderduikers naar een duikadres. Bij verhoor heb ik nooit wat losgelaten. De steun van God gaf me de kracht en moed om te doen wat er van me gevraagd werd. Ons sterkste wapen tegen de sadistische, satanische invaller was het gebed.” Het getuigenis van deze dochter van de bekende verzetsstrijder Johannes Post is terug te vinden in het Verzetsmuseum in Amsterdam.

Hilda Post. beeld Youtube

Hilde Dekker, een koerierster uit Groningen, putte kracht uit de preken van haar predikant. „Het gaf mij moed als de dominee openlijk opriep tot verzet. Ik merkte het ook bij mijn verzetswerk. Als er ergens een dominee heel principieel was, kon je er veel meer onderduikers plaatsen. In het zuiden van Nederland, waar bijna iedereen rooms-katholiek was, speelde dat nog veel sterker. Als de pastoor zei dat de onderduikers geholpen moesten worden, hielp vrijwel iedereen.”

Hilde Dekker.  beeld Verzetsmuseum Amsterdam

De kerken hadden in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw grote invloed in het verzuilde Nederland. Al in een vroeg stadium, zelfs al vóór de oorlog, veroordeelden veel Nederlandse kerken het nationaalsocialisme. Officiële protesten tegen de Jodenvervolging en andere Duitse dwangmaatregelen gingen vanuit kerken naar Seyss-Inquart.

In kanselboodschappen en in de verklaring van Bijbelteksten riepen predikanten de kerkgangers op om vervolgden, vluchtelingen, onderduikers te helpen. Indirect probeerde de bezetter de kerkelijke invloed wel te verminderen door allerlei maatschappelijke instellingen onder nationaalsocialistische leiding te plaatsen. Voorbeeld daarvan waren de rooms-katholieke en protestantse vakbonden in juli 1941. Het antwoord van de kerken was duidelijk: zij riepen de vakbondsleden op om het lidmaatschap op te zeggen. Dat was effectief; slechts 5 procent bleef lid.

De kerken zaten in oorlogstijd nog vol. Zo schrijft de ondergedoken Joodse verzetsman Max Léons: „Op zondag ging ik twee keer naar de gereformeerde kerk. Er werd dan gebeden voor de koningin en de vervolgden. Dat gaf een ontzettende steun. Er waren momenten dat ik diep ontroerd was. Je snakte ernaar om iets positiefs te horen, iets van gezamenlijk opkomen voor de verdrukten. De kerken waren altijd overvol, je zat mannetje aan mannetje.”

Uitnodiging voor de dankdiensten in alle protestantse kerken van Amsterdam. beeld Delpher

Momentum

Het is trouwens moeilijk om te spreken over dé bevrijding; zeker niet over dé bevrijding op 5 mei 1945. De bevrijding was voor de Nederlandse bevolking geen datum maar een feit. Het moment dat de geallieerde legers met hun militaire voertuigen door de straten reden, dat was de bevrijding. De bevrijding, die voor de een gemarkeerd werd door Zweeds wittebrood, voor de ander door de chocolade en de sigaretten die geallieerde soldaten uitdeelden. Jongens zien terug op het moment dat ze op een tank klommen en zich ook lieten toejuichen door de mensen langs de kant van de straat. Meisjes die zich de belangstelling van de bevrijders lieten welgevallen. Het is het beeld zoals dat jaarlijks bij de herdenkingen tot ons komt. Toch is ook dit maar één kant van de bevrijding.

Velen hebben de bevrijding als onwezenlijk ervaren. Dit is dus bevrijding: alleen achterblijven met de schamele restanten van je bestaan. Je huis in puin, onzekerheid over geliefden die zijn geëvacueerd, of weggevoerd. Een leven dat tot op de fundamenten is afgebroken. De bevrijding heeft veel gezichten.

Of geen gezicht. De Apeldoornse emeritus predikant J. M. Kleppe (90) heeft als tienjarig jongetje de meidagen 1940 in Rotterdam beleefd. Hij kan beeldend vertellen hoe ds. G. H. Kersten in de tijd van de mobilisatie in militair uniform de preekstoel beklom. Hij herinnert zich het bombardement van Rotterdam; het staat hem in het geheugen gegrift. De vallende bommen, het vuur, de ontreddering, de paniek, de overnachting in een nabijgelegen park. De dood die zich over je heen dreigde te storten, de angst die mensen de keel dichtkneep. Hij kan zich herinneren hoe ds. Kersten de zondag na het bombardement preekt uit Klaagliederen 3: „Het zijn de goedertierenheden des Heeren, dat wij niet vernield zijn, dat zijn barmhartigheden geen einde hebben.” Hij weet nog van de schaarste in de oorlogsjaren en hoe het optreden van de Duitse soldaten bruter werd. Hoe een groep mannen –onder wie een jongen van zijn eigen leeftijd met een halfje brood onder de arm– werd gefusilleerd. Maar de bevrijding liet weinig sporen van herinnering bij hem na. Natuurlijk, de tanks reden door de straten, overal kwamen opeens vlaggetjes tevoorschijn. „Maar voor het besef van bevrijding was kennelijk nog weinig plaats.”

J. M. Kleppe. beeld RD, Anton Dommerholt

Een dankdienst in de kerk? Een tijdrede? Daar weet hij niet van. Dat lijkt ook wel te kloppen. In ”Zijn vuur- en haardstede” (uitgave 1998) beschrijft J. Mastenbroek de historie van de gereformeerde gemeente Rotterdam-Centrum. Van de bevrijding kan hij echter niets melden. De kerkenraadsnotulen zwijgen erover: „Zelfs de notulen van 5 mei 1945. Op 19 mei opent ds. Kersten de kerkenraadsvergadering en ook dan wordt niets over het einde van de oorlog vermeld”, schrijft Mastenbroek. „Of is het voldoende, dat aan het begin van de vergadering gelezen wordt uit Micha 5, waarvan vers 8 luidt: Uwe hand zal verhoogd zijn boven uw wederpartijders, en al uwe vijanden zullen uitgeroeid worden”?

Gezamenlijke dienst

De bevrijding is meer een feit dan een datum. Ten zuiden van de rivieren heeft de bevrijding al veel eerder plaats. Daar is de tijd van wederopbouw al begonnen. Maar de stad Arnhem, waar de Rijn de scheidslijn trekt tussen bevrijd en bezet gebied, is grotendeels uitgestorven. Op 23 september 1944 verschijnt daar een motorordonnans bij de Heilig Hartkerk. „Op bevel van de Duitsche Weermacht moet de geheele bevolking van Arnhem evacueren.” Slechts weinig mensen blijven in de stad. De omgeving van Apeldoorn en Ede wordt overspoeld met vluchtelingen. Wanneer de geëvacueerden na de capitulatie terugkeren naar hun woonplaats, treffen zij één grote puinhoop aan. Toch wordt op zondag 6 mei de eerste protestantse kerkdienst na de Duitse capitulatie gehouden. Het betreft een gezamenlijke dienst van hervormden en gereformeerden in de grote zaal van het parochiehuis aan de Rosendaalseweg in Arnhem.

Nadat in maart en april het noorden en oosten van Nederland bevrijd zijn, schuiven de geallieerde legers steeds verder in westelijke richting. „In het Westen, waar het grootste deel der bevolking woonde en de ‘honger-winter’ ontelbaren had doen bezwijken, kwam de bevrijding eerst na de capitulatie in de eerste dagen van Mei 1945”, staat te lezen in ”Het verzet der Herv. Kerk” van ds. H. C. Touw. „Overal in ons land werden dankstonden gehouden en bevrijdingsfeesten gevierd, in het westen door een doodelijk-vermoeide en uitgehongerde bevolking.”

Omslag van de dankdiensten in de hervormde hoofdkerken van Leiden. beeld RD

Machtsoverdracht

Die dankdiensten verliepen niet altijd vredig. Op 5 mei is de capitulatie een feit, maar de algehele machtsoverdracht van de Duitsers aan de geallieerde militairen en de Nederlandse autoriteiten duurt nog enkele dagen. Er bevinden zich dus nog veel Duitsers in ons land. Dat leidt tot schermutselingen waarbij diverse slachtoffers vallen. Zelfs bij een dankdienst, zo beschrijft Marjolein Bax in ”Een wrang feest”, een boekje over doden die na de 5 mei vielen (uitg. 2020). „Op zondag (6 mei) vond in de rooms-katholieke kerk in Egmond aan den Hoef een bijeenkomst plaats om te vieren dat Nederland was bevrijd.” Na afloop van de dienst staan de kerkgangers buiten op het plein. Twee Duitsers naderen op de fiets de Hoever kerk. Uit frustratie openen zij het vuur op de aanwezigen. Agatha Peetoom-Warmerdam wordt geraakt en overlijdt diezelfde avond. Op het plein voor de kerk in Egmond aan den Hoef staat de naam van Agatha op een oorlogsmonument, op nog geen 10 meter afstand van de plek waar ze neergeschoten is.

De bevrijding van Middelburg heeft plaats in november 1944. RD-columnist D. Koole schrijft in 2009 over een bevrijdingsbijeenkomst in die stad, waar prof. Wisse eerst niet, toen weer wel mocht spreken. „Enkele dagen na de bevrijding werd op de markt van de Zeeuwse hoofdstad een bevrijdingsbijeenkomst gehouden. Diverse sprekers van seculiere en kerkelijke signatuur zouden daar het woord voeren, evenals de plaatselijke predikanten. Professor Wisse had daartoe geen uitnodiging ontvangen. Hij was van de lijst van kerkelijke sprekers geweerd op aanraden van dr. N. J. Hommes, toentertijd gereformeerd predikant in Middelburg.”

Hommes kon Wisse geen daden van collaboratie met de bezetter verwijten.

Prof. G. Wisse. beeld RD

Toch was hij in de bezettingsjaren ontstemd en verbaasd geweest over het feit dat Wisse in zijn persoonlijke opstelling en in zijn preken niet duidelijker stelling jegens de nazi-ideologie had gekozen. C. J. van Burg, toen het hoofd van de POD (Politieke Opsporingsdienst) en ouderling in de christelijke gereformeerde gemeente, bemiddelde; Wisse mocht uiteindelijk toch spreken. „Dat Wisse zijn toespraak –met een rollende r, een kenmerkend bestanddeel van zijn redekunst– een profetisch karakter gaf, zal niemand verbazen.”

Wisse zelf meldt later dat hij niet alleen in november 1944 maar ook na de nationale bevrijding in mei 1945, een dankdienst hield in zijn gemeente te Middelburg „voor een overweldigende opkomst, over Psalm 46:10a.”

Driemaal preken uit een tekst

De bevrijding van Barneveld heeft plaats rond 17 april 1945. De zondag daarop preekt de plaatselijke predikant van de gereformeerde gemeente, ds. J. Fraanje, driemaal uit dezelfde tekst: Psalm 124:6, 7 en 8: „De Heere zij geloofd, Die ons in hun tanden niet heeft overgegeven tot een roof. Onze ziel is ontkomen als een vogel uit de strik des vogelvangers; de strik is gebroken, en wij zijn ontkomen. Onze hulp is in de Naam des Heeren, Die hemel en aarde gemaakt heeft.” Die tekst zal ook later veel gebruikt worden in dankdiensten.

Ds. J. Franje.  beeld RD

Werkendam moet wachten op de officiële capitulatiedatum. Dr. T. Brienen (90) en zijn vrouw zijn afkomstig uit deze plaats en zijn ooggetuigen van de bevrijding. Hij schrijft deze weken in het christelijke gereformeerde Kerkblad voor het Noorden over de aanloop naar de feestelijkheden, waarna „het feest van de bevrijding recht kon beginnen. De mensen kwamen uit hun huizen, de onderduikers uit hun schuilplaats en jong en oud verzamelden zich op de Hoofdstraat. Er werd gedanst en veel vaderlandse liederen werden gezongen. De vlaggen versierden ons dorp.”

Na enkele dagen werd er een interkerkelijke samenkomst belegd in een grote boerenschuur. De hervormde ds. Van Wieringen, de gereformeerde predikant Jonker en de christelijke gereformeerde ds. M. Overduin voerden er het woord. Deze drie predikanten hadden zich kort tevoren als gijzelaars gemeld bij de Duitsers, toen deze om het doden van een aantal Duitsers in de Biesbosch door leden van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS), een tiental Werkendammers zouden oppakken en fusilleren. De predikanten werden echter na enkele dagen wondervol vrijgelaten.

Dr. T. Brienen. beeld Sjaak Verboom

„Van Wieringen was een heel vlotte spreker, Jonker een geleerde theoloog, maar Overduin won het toch van de drie. Hij was eertijds slager geweest, maar voelde zich innerlijk geroepen tot de dienst van het Woord. (...) Het was niet zo’n sterke prediker, maar op de bevrijdingsdag won hij het van de drie: hier bleek hij als een echte ‘Overduin’ bijzondere gaven te bezitten. (...) Hij had het hart van de Werkendammers deze dag veroverd.”

Late bezegeling

Heel bekend wordt de dankdienst in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, waar dr. K. H. Miskotte op woensdag 9 mei spreekt uit Psalm 92: „Want zie, Uw vijanden, o Heere, want zie, Uw vijanden zullen vergaan.” Onbeschroomd wijst Miskotte de vijand aan als Góds vijand, want „in dit geval wás het zoo!” „Zie! Zie dan toch op dezen dag, hoe dit alles is vergaan, aan zijn innerlijke onmogelijkheid bezweken. Ja dit alles móést vergaan! Het militaire einde is maar een achterstallige conclusie, een late bezegeling.”

Prof. K. H. Miskotte. Collectie Mans Miskotte

Het nationaalsocialisme kón eenvoudig niet winnen, zegt Miskotte, omdat deze macht „Israël –het teeken van Zijn openbaring– heeft willen uitmoorden.” Had de oorlog nog langer geduurd, zo stelde hij, „dan was ook de kerk eraan gegaan. Misschien vraagt ge nog: Is de vijand van het volk van Israël ook en als zoodanig de vijand der kerk? Ja! Want het gaat om denzélfden God, tegen Wien de jodenhaat zich in wezen richtte en als we nog langer onder dit regiem hadden moeten verkeeren, dan waren we er zeker nog getuige van geworden hoe ook de kerk eens aan de beurt zou gekomen zijn, op dezelfde wijze als Israël.”

Uitgestelde diensten

De hervormde predikanten van Leiden besluiten op maandag 4 september 1944 al om in elk van de hoofdkerken (Pieterskerk, Hooglandse Kerk, Marekerk en Oosterkerk) dankdiensten te houden, ongetwijfeld gevoed door een blijde verwachting, die de volgende dag overigens ook tot dolle dinsdag zal leiden. In elke dienst zullen twee predikanten voorgaan. Het plan blijft hetzelfde, de datum verschuift echter; het wordt de 6e mei 1945.

In de Pieterskerk spreekt ds. W. H. Kelder, die verwijst naar het jaar 1574: „Wat kan ik het nú goed begrijpen, wat eens plaats vond na de bevrijding van onze stad, hoe de eerste gebeurtenis in de herkregen vrijheid was de gang naar deze kathedraal om de knieën te buigen voor God. (...)

Lof zij dien Heer,

Die ons ook weer

Geeft, na veel smart en druk:

Veel zegen en geluk.

Onze feestvreugde kan niet alleen luidruchtig zijn. Daar zijn te erge dingen voor gebeurd. (...) God heeft ons als drenkelingen gered. Aan die drenkelingen was niets verdienstelijks. Het is alleen Gods verdienste, dat Hij het deed. En dát spreken wij uit als éénig houvast voor de toekomst!”

In hetzelfde jaar verschijnen de gehouden preken in de Leidse kerken én de kanselboodschap in druk.

2020-05-04-BIN2-Een_theorieklas_van_de_Reichsschule-4-FC_webOnderwijs ondanks de oorlog

Sierspeldjes

Op zaterdag 5 mei 1945 wordt onder gelui van het stadsklokje de driekleur op de toren van Ameide gehesen, aldus een verslag van de bevrijding van dit stadje. „In minder dan een uur was heel het dorp getooid met vlaggen, vol rood, wit en blauw met een zwier van oranje erboven. In de winkel van Van Toor waren speldjes te koop. Van Toor had met zoons, dochters en vrienden de laatste weken van oranjelint, dat ze jaren bewaard hadden, sierspeldjes gemaakt. (...) ’s Middags is er een dankdienst gehouden in de Hervormde Kerk, waarin voorgingen de beide plaatselijke predikanten Poot en Vlijm. Die avond heeft een ieder die dat maar kon, om acht uur de rede van onze vorstin Wilhelmina beluisterd. Daarna gaf de muziek nog een concert op de Dam” van Ameide.

Emeritus predikant dr. L. G. Zwanenburg (87) uit Ede woont in de oorlogsjaren op een boerderij in Waarder. Op de vraag naar zijn herinneringen aan de bevrijding vertelt hij: „Waarder heeft van de oorlog op zich weinig te lijden gehad; er was ‘slechts’ één slachtoffer. Het was een jonge soldaat die door Duitse parachutisten werd doodgeschoten. Het was al direct aan het begin van de vijandelijkheden; hij heeft zelfs nooit geweten dat het oorlog was. Anderzijds ging de oorlog ons in Waarder niet voorbij, we kregen Duitsers ingekwartierd en er kwamen veel mensen op hongertocht op onze werf. Ik mocht ze melk verkopen, maar nadrukkelijk had vader bepaald dat ik niet meer dan een kwartje voor een liter mocht vragen. In de omgeving van Woerden vroegen boeren soms vijf gulden voor een kannetje.”

Dr. L.G. Zwanenburg. beeld RD

Van de Bevrijdingsdag op 5 mei herinner ik mij vooral dat de hele avond de kerkklok luidde. Dat de Waarderse klok niet in beslag genomen en omgesmolten was, kwam door de M van Monument die op de klok was aangebracht, heb ik mij laten vertellen. Verder veranderde er niet zo veel. De Duitse soldaten bleven zitten waar ze zaten. Pas op 10 mei zijn ze weggehaald door Canadese soldaten.”

Wraakoefening

De kerken hebben in de dagen van bevrijding van zich laten horen. Maar op een eigen wijze: door het Woord te laten spreken. Op te roepen tot verootmoediging en dankbaarheid.

Na de bevrijding wacht de kerken een moeilijke taak. Allereerst staan zij voor de pijnlijke maar onvermijdelijke opdracht om tucht uit te oefenen over de nationaalsocialistische predikanten en andere foute gemeenteleden. Al in de kanselboodschap van 5 mei wordt nadrukkelijk gewaarschuwd „tegen daden van individuele wraakoefening op bijvoorbeeld NSB’ers. In een kanselboodschap van 15 juli 1945 werd”, zo schrijft ds. H. C. Touw in ”Het verzet der Herv. Kerk”, „met nadruk opgeroepen tot gehoorzaamheid aan de overheid, terugkeer tot een christelijke levenshouding, ook ten opzichte van recht en wraak.”

Daarbij hoort vanzelfsprekend ook pastorale begeleiding. Die geestelijke verzorging moet ook gegeven worden aan mensen die gevangen hebben gezeten, de tewerkgestelden die terugkomen uit Duitsland, degenen die ondergedoken hebben gezeten en zij die als lid van de ondergrondse afschuwelijke dingen hebben gezien, soms zelf moesten doen.

De wederopbouw van kerkgebouwen moet ter hand worden genomen, de kerkelijke organisatie weer structuur krijgen en de bedding voor een gezond gemeenteleven vraagt aandacht. Want al snel na de vreugde, verootmoediging en dankbaarheid vanwege de bevrijding is er grote bezorgdheid over de brooddronkenheid van velen. De volle kerken tijdens de oorlog vertonen al snel lekkages, waarbij –niet het minst door nieuwe theologische inzichten– veel kerkgangers wegsijpelen.