Bavincks ”Gereformeerde Ethiek” roept tegenstrijdige reacties op

De ”Gereformeerde Dogmatiek” van Herman Bavinck is onnavolgbaar, klassiek zelfs, volgens Kees van der Kooi, maar is dat ook het geval met de ”Gereformeerde Ethiek”? Bavincks ethiek roept soms kritische reacties op tijdens een internationaal Bavinck-congres, donderdag en vrijdag in Kampen. Vooral uit Nederland.

Zo’n veertig deelnemers zijn dezer dagen bijeen om de eerste uitgave van Bavincks ”Gereformeerde Ethiek” te vieren. Organisator is het Neo-Calvinism Research Institute (NRI) in Kampen.

Het „lange en geduldige” werk van bezorger dr. Dirk van Keulen wordt alom geprezen, maar is het boek wel zo gebalanceerd en vernieuwend als de ”Gereformeerde Dogmatiek”? Dat blijft de hamvraag, ook in de wandelgangen. Mooi dat het werk er is, zo luiden verschillende reacties, maar de ”Gereformeerde Ethiek” is natuurlijk niet voltooid en Bavinck heeft haar kennelijk niet willen uitgeven, om wat voor reden dan ook.

2019-09-20-katDO1-VanKeulen-5-FC_webHerman Bavinck, gereformeerd en gericht op deze tijd

Prof. dr. Kees van der Kooi (Amsterdam) zet uiteen hoe prominent Gods wet en de plicht in de ethiek van Bavinck functioneren. De christen is nog steeds gebonden aan de inhoud van de wet, die een absolute goddelijke norm bevat. Van der Kooi stelt dat hij weinig kan met Bavincks visie op het huwelijk (voor Bavinck is er een plicht om te trouwen) en de verschillen tussen man en vrouw. Hij ziet er een onderwaardering in van het natuurlijke en seksuele. „Wij moeten Bavinck niet imiteren of napraten. Hij bedreef theologie op zijn manier, wij doen dat op onze manier”, concludeert hij laconiek.

De Gereformeerde Ethiek is volgens hem van een ander niveau dan de Gereformeerde Dogmatiek. „Zij is soms haastig geschreven en vertoont niet de sporen van het voortdurend reflecteren en herschrijven zoals de ”Gereformeerde Dogmatiek”, die bedoeld was ter publicatie.”

Ook Hans Burger (Kampen) uit zich kritisch. Bavinck toont wel een diep Bijbels en geestelijk inzicht in de vernieuwing van de innerlijke mens, maar zijn leer van de menselijke vermogens van denken, voelen en willen –met het hart als centrum– zou te statisch zijn om de complexe interactie van de drie vermogens recht te doen.

Prof. dr. W. van Vlastuin (Amsterdam) is aanmerkelijk positiever. Hij refereert over de vraag of ”Bavinck onder de puriteinen” was. Zijn antwoord is: ja. De puriteinen waren geïnteresseerd in het werk van de Geest en de vruchten van de bekering en de aard van het geestelijk leven, exact de dingen waarover Bavinck in zijn ethiek schrijft. Hij deelde met hen het accent op de verbetering van het christelijk leven en de functie van de plichten hierin.

In overeenstemming met de puriteinen keerde Bavinck zich tegen het isoleren van de gelovige van de wereld. Maar het verschil met de puriteinen is dat Bavinck minder de verloochening van de wereld kent. „Er is meer sprake van wereldwijding dan van wereldmijding en een aandacht voor de nieuwe wereld die je bij de puriteinen weinig tegenkomt.”

Buitenland

Bavinck is populair in Amerika, Zuid-Korea en Indonesië, maar niet meer in Zuid-Afrika, zegt prof. Ernst Conradie (Kaapstad) desgevraagd. Enkele decennia geleden publiceerden de hoogleraren Willie Jonker en Johan Heyns over Bavinck, al trokken zij verschillende conclusies. Conradie zelf vindt de actualiteit van Bavinck vooral in de gedachte dat genade de natuur vervolmaakt en zo recht doet aan de schepping.

Prof. John Bolt (Grand Rapids, VS) is erg positief over Bavinck. Bolt is de grote man achter de Engelse vertaling van de Gereformeerde Dogmatiek en auteur van diverse boeken over Bavinck. Hij neemt het eerste deel van de Engelse editie in ontvangst. Bavinck is voor hem „de man van wetenschap”, een eerlijke wetenschapper die het geloof en moderne leven integreerde en positiever over andersdenkenden kon spreken dan Kuyper. „Hij tolereerde in anderen wat hij niet in zichzelf tolereerde”, zo zei ooit een biograaf. Bolt vindt zelfs dat de exegetische en taalkundige analyses in Bavincks ethiek veelvuldiger én beter zijn dan in zijn dogmatiek.

Prof. Gerard den Hertog (Apeldoorn) belicht het thema discipelschap in verbinding met de gemeenschap met Christus. „Als de kerk weigert om een rol van zuurdesem in de cultuur te zijn, is er sprake van ongehoorzaamheid. Sinds de wereld niet het eigendom van satan is maar Gods goede schepping, zijn we verplicht Hem te dienen, en als wedergeborenen kunnen we dit!”

Prachtig, reageert Van Keulen desgevraagd op al deze discussies. Natuurlijk is de ethiek van Bavinck gedateerd, erkent hij, omdat zij reageert op allerlei concrete omstandigheden in zijn tijd. „Dat is niet alleen een kwestie van casuïstiek, maar laat zien hoe je Gods wet verbindt met de actuele gebeurtenissen, en dat maakt Bavinck weer modern.”