Barendrechtse gemeente verhuisde tweemaal

Karakteristiek bedehuis, met herinneringen aan ”op Zuid.” beeld RD, Anton Dommerholt​
13

„Bij ons op Zuid.” Een bekende uitdrukking onder (vroegere) kerkgangers van het Mijnsherenplein. De gereformeerde gemeente van Rotterdam-Zuid verhuisde in 2004 naar Barendrecht. „In meerdere opzichten spannend.”

Spannend was allereerst de vraag of iedereen mee wilde. „Er waren veel herinneringen en emoties”, zeggen de preses en de scriba van de kerkenraad, ouderling E. Kempeneers en diaken G. K. Visser. „Families kerkten er generaties lang. In geestelijk opzicht is er een rijke tijd geweest. Was het in Gods gunst om daar weg te gaan? We waren echter een slinkende gemeente met een kerkgebouw dat veel te groot en ook duur in het onderhoud was. En steeds meer leden woonden buiten de stad.” Uiteindelijk stemde een grote meerderheid in met verhuizing naar Barendrecht. „Er viel geen onvertogen woord.”

Het verkrijgen van grond ging niet zonder slag of stoot. „Een deel van de Barendrechtse gemeenteraad vond het niet nodig een streekgemeente onderdak te bieden. We kregen drie verblijdende berichten in één week: we konden grond kopen, de oude kerk was verkocht en kandidaat L. Terlouw nam het beroep aan. Hij kwam naar een gemeente zonder kerk en zonder pastorie.”

Gift uit Amerika

Tweeënhalf jaar werden de diensten in de christelijke gereformeerde kerk gehouden. Op landbouwgrond aan de zuidrand van het dorp kwam een kerk tot stand, die van ver –ook vanaf de snelweg– zichtbaar is. Het bedehuis werd op 17 april 2007 in gebruik genomen.

Er was veel vrijwilligerswerk tijdens de bouw. „Dat was samenbindend, ook voor de mensen die zich bij onze gemeente voegden. Voor onze oudere leden hebben we bewust herinneringen aan de oude kerk in het gebouw verwerkt: de bouwstijl, het torentje, de groene kleur in het interieur, de klassieke banken, en de naam: Zuiderhaven. We ervaren het als een fijne kerk: licht en overzichtelijk.”

Het orgel en de schaal van de doopvont komen uit de kerk aan het Mijnsherenplein. Het liturgisch centrum werd betaald vanuit het Ds. Lamainfonds in Amerika.

Cultuur

Spannend was vervolgens de vraag hoe de gemeente zich zou ontwikkelen. Op het hoogtepunt in de jaren vijftig waren er zo’n 3500 leden. Daarvan waren er in 2004 nog 350 over. „We wisten niet precies voor hoeveel mensen we moesten gaan bouwen. Na de verhuizing bleken zo’n 200 mensen over te komen uit naburige gemeenten. En zouden we onze eigenheid behouden? Dat is gebeurd. Onze gemeente behield haar karakter: no-nonsense, openhartig. Er is grote saamhorigheid, maar mensen gaan niet elke dag bij elkaar op de koffie.”

Het ledental steeg tot boven de 700. „De gemiddelde leeftijd is sterk gedaald. Barendrecht is voor jonge gezinnen aantrekkelijk doordat we alle schoolsoorten dichtbij hebben.” In 2004 woonde 40 procent van de leden in het dorp, inmiddels ruim 80 procent. „Daardoor wortel je meer in het dorp en het is ook goed voor de eenheid tussen kerk en school.” Enkele gezinnen wonen nog in de oude stadswijken, andere in de Hoeksche Waard.

Tweemaal verhuisd

De gemeente bestond op 3 januari 125 jaar. De verhuizing naar Barendrecht was niet de eerste in die periode. Het dorpje Charlois was de bakermat van wat destijds een kruisgemeente was. In 1928 volgde de verhuizing naar Rotterdam-Zuid.

„We kijken met verwondering terug”, zeggen Visser en Kempeneers. „Hij zond Zijn knechten, Hij bekeerde zondaren en onderwees Zijn volk. In materieel opzicht heeft Hij ervoor zorggedragen dat ons kerkgebouw al schuldvrij is.”

Veel strijd, ook veel ontferming

C. Demper, diaken in de jaren 1960-2010, schreef in 1994 een herdenkingsboek en breidde dat tien jaar later uit. Vervolgens verscheen een brochure over de kerkbouw. Dit jaar wordt de herdenkingspreek van ds. C. J. Meeuse, oud-predikant van de gemeente, gebundeld met een gedicht dat hij bij het jubileum maakte en voordroeg, en met een aantal foto’s.

De gemeente –nu vierenhalf jaar vacant– ontving tienmaal een predikant. Toen ds. W. C. Lamain in 1943 afscheid nam, zei hij: „Er ligt hier in Rotterdam een stuk van ons leven. Er liggen hier ontfermingen en bemoeienissen Gods, ook voor ons persoonlijk leven. Soms veel strijd en verzuchtingen, maar toch ook veel betoningen van Gods genade en Gods ontferming.”