Balanceren in kerk, tussen somberheid en vaste hoop

Kerk in 2050
Ds. A. J. Mensink. beeld HOE
2

Moet je over de kerk nu somber of hoopvol zijn? Ds. A. J. Mensink voelt zich niet in staat een eenduidig antwoord op deze prangende vraag te geven. „Als ik deze vraag in mijn vingers probeer te krijgen, grijp ik altijd mis.”

De voorzitter van de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) wordt als het ware heen en weer geslingerd in de keus tussen twee uitersten. „Als ik zie op de afkalving van de kerk en de geloofsvervlakking, dan overvalt me somberheid. Maar dan schiet ik ineens overeind en ben ik weer hoopvol, want je doet de Heere tekort als je alleen op deze negatieve dingen wijst. Zijn Woord is nog steeds krachtig.”

Niet zwart-wit

Ds. Mensink is er veel aan gelegen om niet zwart-wit te denken over de kerk. Niets is volgens hem funester dan om voor jongeren het zoveelste verhaal over de leegloop van de kerk te houden en het heden voortdurend te vergelijken met het verleden. Ds. Mensink: „Als ik iets zeg over de teloorgang van de volkskerk met de grote getallen, dan zeggen jongeren tegen mij: Dat was uw tijd, daar hebben wij niets aan. En ze hebben gelijk. We moeten hun een weg vooruit wijzen. Jongeren zijn serieuzer bezig met het geloof dan twintig jaar geleden.”

De Elburgse predikant neemt als voorbeeld de catechismusprediking. „Als je in een gemeente bekendmaakt dat je weer de catechismus wilt behandelen, hoor je onder de generatie van vijftigers en zestigers de verzuchting: Alweer die catechismus! Maar in de praktijk blijkt dat je juist jongere generaties met een leerdienst in het hart kunt raken. Dat geeft moed voor de toekomst.”

Kerk in de marge

Dat alles neemt niet weg dat de kerk anno 2020 er heel anders uitziet dan pakweg dertig jaar geleden, aldus ds. Mensink. „En dat zal over dertig jaar niet anders zijn, zo is te verwachten. De kerk is in de marge gekomen, maar dat was ze al lange tijd. De situatie zal natuurlijk van plaats tot plaats verschillen. In Elburg, waar ik predikant ben, is er nog iets van de volkskerk aanwezig, met een kleine 5000 hervormde kerkleden, die een behoorlijke impact hebben. Toch zie je ook in deze plaats een kantelpunt, met de recente politieke discussie over openstelling van de winkels op zondag.”

Al is de kerk in de marge terechtgekomen, dat houdt niet in dat de kerk verdwenen is. Ds. Mensink: „Er is geen wereld zonder kerk. De kerk in deze wereld zal getuige van Gods aanwezigheid blijven. Dat de kerk klein is, betekent niet dat ze zwak of krachteloos is. En als een gemeente dicht bij de Heere leeft, is ze wezenlijk missionair.”

Waar liggen momenteel de belangrijkste vragen voor de kerk? Schriftgezag, ethiek, Bijbelvertaling en psalmberijming?

„Nou, dat laatste onderwerp vind ik niet het zwaarste thema. Ik zie vooral een verlegenheid bij mensen, jongeren én ouderen, met het Bijbellezen. Ze worstelen met de vraag: Wat wil God nu in deze tekst tot mij zeggen en hoe maakt Hij Zich door Zijn Woord bekend? Ik maak me daarom grote zorgen over het debat over Schrift en hermeneutiek. In ons verzet tegen het rationalisme hebben we ons in de armen geworpen van de romantiek. Dan is voortdurend de vraag: Wat voel je er zelf bij? Je leest weleens in Bijbelstudies: Als jij nu Paulus of Johannes was, wat zou je dan gedaan hebben? Dat is de geest van een nieuw doperdom, waar de Schrift aan onszelf is overgeleverd.”

Of we moeten de Schrift bevindelijk lezen, zoals dr. A. Huijgen voorstelt.

„Die insteek is goed, dat wil zeggen een gelovig lezen als antwoord op het rationalisme. Het gevaar is echter niet denkbeeldig dat je toch de context en de cultuur zo laat meespreken dat de betekenis van de tekst zélf verandert. De Bijbel spreekt van een eeuwige, onveranderlijke God. Hij is geen beweeglijke God, al is Hij wel bewogen. Een subjectieve uitleg heeft ingrijpende consequenties voor de ethiek en de dogmatiek, zoals de evolutie.”

Het kan zijn dat deze subjectieve uitleg van de Schrift weer een voorbijgaande reactie is.

„Ik hoop het. Het gebeurt natuurlijk vaak dat de wal het schip keert. Neem het voorbeeld van de uitverkiezing. Er is in het verleden tegenover een eenzijdig verkiezingsdenken het verbond geplaatst, en dat is helemaal terecht. De uitverkiezing is een tijd uit beeld geweest, maar in onze tijd begint de schitterende betekenis van de verkiezing weer ontdekt te worden. Daarin zie je dat de Heilige Geest de gemeente de eeuwen door bij de waarheid bewaart.”

De toekomst van de kerk kunnen we natuurlijk ook heel concreet invullen: de Protestantse Kerk in Nederland.

„Ik waag een stelling: De PKN is orthodox. Zij zegt van zichzelf dat zij de gestalte van de ene, katholieke kerk is, door de gemeenschap met de belijdenis van de Vroege Kerk en de Reformatie. Tegelijkertijd geldt dat in het leven van de PKN het er niet altijd orthodox aan toegaat. Denk aan de invoering van de transgenderliturgie. Daar lopen wij als Gereformeerde Bond tegenaan.”

Ds. Mensink maakt zich zorgen over de opleiding tot de dienst des Woords. „Toen we ons vorig jaar met studenten bezonnen op de doop, merkten we dat ze bij de doop Bijbels-theologisch en dogmatisch veel vragen hebben. Die waarneming hebben we als een punt van zorg bij de Protestantse Theologische Universiteit neergelegd. Als we de doop niet verstaan, verstaan wij het hele Nieuwe Testament niet en zijn we ook niet orthodox meer. Kohlbrugge zegt dat heel onze theologie is samengevat in een paar druppels water.”

Voor de serie ”Kerk in 2050” vormde fotograaf Sjaak Verboom mozaïeken van oude christelijke symbolen, gemaakt van de rode steen van de in 2015 afgebroken kerk van Garsthuizen. Een deel van de stenen van de Groningse kerk is bewaard gebleven, in de hoop dat het bedehuis ooit kon worden herbouwd. De mozaïeken zijn gefotografeerd op de fundamenten van de kerk die nog altijd zichtbaar in het landschap liggen. Zo ontstaat er perspectief vanuit een gebroken kerk: in verbondenheid met het verleden is er verwachting voor de toekomst. beeld Sjaak Verboom

Pluriformiteit

Ds. Mensink constateert dat de pluriformiteitsgedachte in de kerk leidend is geworden. „Het inhoudelijk gesprek over het geloof en God is verdwenen of vrijblijvend geworden. We zijn in de kerk nog meer uit elkaar gegroeid. Er is steeds minder inhoudelijk geding, zoals vroeger op de klassieke classis het geval was. Het gesprek is nu meer verzakelijkt.”

Is de PKN nog een eenheid?

„In de beleving kan ze los zand zijn, maar aan dat gevoel wil ik niet toegeven. De Protestantse Kerk is echt míjn kerk. Ik voel verbondenheid én vervreemding, in die volgorde. Als ik van mensen hoor: „Ik heb niets met de PKN”, dan vind ik dat grof. Het boek van dr. Eric Bouter over de kerk heeft me erg aangesproken: het accent op de moederlijke gestalte van de kerk en het feit dat de kerk geen club van gelijkgezinden is.”

Bouter denkt wel heel hoogkerkelijk.

„Ja, maar dat is ook voluit Bijbels en nieuwtestamentisch. De geschiedenis heeft uitgewezen dat scheuring de kerk nooit ten goede komt. Met Bouter onderstreep ik ook de waarde van het ambt. Het ambt is de gave van Christus aan Zijn gemeente om die bij het heil te bewaren. Het ambt kan niet anders dan dienend zijn. Ik heb de indruk dat mensen helemaal niet negatief over het ambt spreken als er echt geestelijk leidinggegeven wordt aan de gemeente. Dan is de kerkenraad, als het goed is, de gemeente altijd een halve stap voor: niet eenzijdig vernieuwend, ook niet volgend, maar vastberaden leidinggevend.”

Hoe staat het met het zoeken naar kerkelijke eenheid?

„Ik heb de moed opgegeven. Er is gelukkig veel geestelijke eenheid over de kerkmuren heen en die moet je koesteren. Ik heb er wel bezwaar tegen dat je het zoeken naar kerkelijke eenheid met zo veel voorwaarden bekleedt dat de ander erbuiten valt. Daarin zit mij veel te veel zelfhandhaving en zelfrechtvaardiging. En dan kom ik weer bij Bouter, die in dit opzicht op de zelfverloochening wijst, het sterven aan jezelf, ook aan je kerkelijke zelfgenoegzaamheid. Het is niet aan ons om uit te maken of de ander wel of niet een kind van God is. Eenheid is niet een zaak van documenten en synodebesluiten, maar het verbonden worden in de prediking als de vertolking van het levende Woord van God, de prediking van Jezus Christus. Dat brengt ons wezenlijk samen.”

Berichten in de media suggereren dat kerken in het Westen steeds meer onder druk komen.

„Ik maak me zorgen over de plaats van de kerk in de samenleving wanneer ik lees dat minister Hugo de Jonge het Humanistisch Verbond vraagt pastorale richtlijnen op te stellen voor het omgaan met homoseksuelen. Je merkt een tendens bij politici om zich te bemoeien met het interne leven van de kerk. Gelukkig doet de overheid dat niet, die de eigen positie van de kerk wél honoreert. Diezelfde zorgen heb ik over de vrijheid en inrichting van onderwijs. Maar misschien zit ik er wel helemaal naast. We moeten ons niet richten op wat komen kan, maar op Hem Die komen zal. Dan richten we ons goed.”

Het jaar 2050: verwacht u dat Christus dan teruggekomen is?

„Christus is wijzer dan wij. Hij zal op een moment terugkomen dat alle verwachtingen zal overtreffen en alle berekeningen te schande zet. Met de huidige coronacrisis zijn opeens alle teksten over pestilentiën in de Openbaring actueel, maar vergeet niet dat men zo ook in de middeleeuwen dacht over de pest en Smijtegelt zo ook schreef over de veepest. De Heere komt terug met spoed, maar Hij heeft geen haast.”

Een punt voor de Elburgse predikant is wel dat christenen erg op het hier en nu zijn gericht en er te weinig aan lijden dat God in deze wereld niet volkomen aan Zijn eer komt. „In wat er nu gebeurt, klinkt dan ook Zijn oordeel, Zijn ongenoegen. We mogen om Gods wil verlangen naar een nieuwe schepping, een kosmos die werkelijk een sieraad is voor Hem omdat ze volstrekt beantwoordt aan Zijn heerlijkheid en volmaaktheid.

Wat de toekomst van de kerk in 2050 ook zal zijn, ik sta en werk met moed in haar midden. De Heere is de levende God, Zijn Woord is krachtig, Zijn Geest is overmachtig. Wij brengen de kerk niet bij 2050. Dat is, gelukkig, aan Hem.”

Ds. A. J. Mensink

Ds. A. J. Mensink werd op 10 december 1969 geboren in Zwolle. Hij studeerde van 1988 tot 1996 theologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Daarna was hij hervormd predikant in Hei- en Boeicop (1996), Emst (2000), Driesum (2006), Krimpen aan den IJssel (2010) en Elburg (sinds 2017).

Sinds 2012 is ds. Mensink voorzitter van de Gereformeerde Bond, waar hij volgend jaar mee stopt. Hij publiceerde onder andere ”Genade als erfgoed” (over de kinderdoop), een deel van ”Cantemus Voetiani” over 100 jaar GTSV Voetius (1999) en diverse bijdragen aan boeken en artikelen voor De Waarheidsvriend. Van 1997 tot 2001 was ds. Mensink bestuurslid van de HGJB (Hervormd-Gereformeerde Jeugdbond).

Ds. Mensink is gehuwd, heeft twee kinderen en een kleinkind.

Mozaïeken Sjaak Verboom

Fotograaf Sjaak Verboom laat zien hoe de mozaïeken voor de serie tot stand zijn gekomen.
Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen en ververs dan de pagina.

serie Kerk in 2050

In deze zomerserie denken predikanten uit de gereformeerde gezindte na over de kerk van de toekomst. Welke uitdagingen liggen er? Waarover maken zij zich zorgen? En welke hoop hebben zij?