Augustinus, een geniale en gewone volksprediker

Drs. Hans van Reisen, leider van het vertaalteam aan het Augustijns Instituut in Utrecht. beeld RD. Henk Visscher
4

Kerkvader Augustinus preekte wat af. De dertiende en laatste afdeling van de zogenoemde ”preken voor het volk” is door het Augustijns Instituut vertaald. Maar het einde van dit befaamde instituut is in zicht.

Het Augustijns Instituut bevindt zich pal naast de Jacobikerk in Utrecht. In 2017 verhuisde het instituut van Eindhoven naar Utrecht, waar al een augustijns convent –een afdeling van de orde van de augustijnen– huisde. De verhuizing was nodig, stelt studieleider drs. Hans van Reisen, sinds 1989 verbonden aan het instituut. Vanwege het dalend aantal augustijnen werd het voormalige klooster Mariënhage verkocht.

Het instituut heeft zich de afgelopen decennia verdienstelijk gemaakt met het uitgeven van vele tientallen preken van de kerkvader. De keus van de orde van augustijnen is gevallen op de preken omdat die geschikt zijn voor een breed publiek: theologen, voorgangers en andere geïnteresseerden.

De oplages van de boeken zijn inmiddels wel gedaald, van gemiddeld 1500 naar zo’n 800 per uitgave. Maar een aantal bundels kreeg herdrukken, die van de Confessiones (Belijdenissen) zelfs zeven.

Fervent predikant

Augustinus preekte bijna elke zondag in zijn bisschopsstad Hippo Regius (Noord-Afrika). Verder was hij vaak als gastpredikant te vinden in Carthago en omringende plaatsen. Van Reisen: „Die preken in de Carthaagse metropool waren dikwijls wat deftiger omdat er hoger opgeleid publiek was vergeleken met zijn woonplaats. Toch was ook in Hippo een geletterd publiek en kon men de preken goed volgen, zelfs als ze soms een aantal uren duurden. Opvallend was de hoge luistervaardigheid vergeleken met onze tijd.”

De bezoekers moesten tijdens de preek staan, Augustinus zat dan op zijn katheder. „Dat mensen stonden, had als voordeel dat ze ook later konden aanschuiven of eerder weggaan. Soms vatte Augustinus zijn toespraak samen voor degenen die later binnenkwamen.”

Augustinus is in de rol van predikant gegroeid, aldus Van Reisen. „Aanvankelijk wilde hij geen predikant worden, maar zich als intellectueel na zijn bekering met gelijkgezinden in een leefgemeenschap terugtrekken. Hij is later tegen zijn zin tot priester gewijd en daarna tot bisschop.”

Nieuwe bundel

Voor de nieuwe bundel ”Bidden met je handen” werden tweeëntwintig preken vertaald van de ”sermones de diuersis”, preken over verschillende thema’s. Dit boek bevat de tweede reeks preken van deze serie, allemaal voor het eerst in het Nederlands vertaald. De Latijnse teksten van vier preken werden pas teruggevonden in de jaren tachtig van de vorige eeuw; die van één preek in het eerste decennium van de huidige eeuw.

De reeks vormt de laatste van de preken die in de loop van de tijd als Augustinus’ ”sermones ad populum”, preken voor het volk, bewaard zijn en geordend. Het boek bevat Augustinus’ 22 laatste sermones ad populum. Het gaat om de dertiende en laatste verzameling van deze preken voor het volk die zijn vertaald op initiatief van het Augustijns Instituut.

Armen

De titel ”Bidden met je handen” is ingegeven doordat Augustinus de geloofsgemeenschap stimuleerde zich in te zetten voor de armen. Migranten nemen in onze tijd de wijk naar Europa, maar in Augustinus’ tijd kwamen ze juist van de andere kant: vluchtelingen uit Rome trokken naar Noord-Afrika vanwege de verwoesting van de ”eeuwige stad” in het jaar 410.

Met het bidden met de handen onderstreepte Augustinus sociale bewogenheid. Van Reisen: „Hij smolt soms kerkschatten om ten behoeve van de diaconie.” Wie geeft voor de armen, ontvangt dubbel en dwars alles weer terug, meende Augustinus. Hij schrijft: „U geeft wat mettertijd verloren gaat, u ontvangt wat voor eeuwig blijft. U geeft wat u al gauw zou weggooien, u krijgt iets om eeuwig van te genieten.”

Augustinus zegt dat er geen betere en betrouwbaardere bankier is dan God. „Geef maar aan Mij, Ik zal met rente terugbetalen.” En Augustinus merkt op: „Wat u geeft zal veranderen (…). Het zal veranderen omdat u zelf verandert!”

Leraar

De kerkvader ontpopte zich in de preken vooral als leraar of onderwijzer. Van Reisen: „Augustinus zag Jezus Christus vooral als leraar en arts. De kerk was voor hem een leerschool, een leerhuis zou men tegenwoordig zeggen. Hij was pastoraal, maar ging ook de theologische diepte niet uit de weg door in te gaan op allerlei dwalingen die de kerk bedreigden.”

Dat gebeurde vooral in Carthago, waar hij soms eindeloos in discussie ging met pelagiaanse opvattingen. Van Reisen: „Augustinus leefde in de tijd van de oecumenische concilies. Hij heeft zich daarom intensief beziggehouden met de uitleg van enkele geloofsartikelen over Jezus Christus, zoals de leer over Zijn twee naturen.”

De stijl van de kerkvader in zijn preken was veelzijdig. Van Reisen: „Augustinus kon zijn verkondiging moeiteloos versieren met kleuren en klanken, rijmen en ritmes, prikkelende dialogen of oorstrelende paradoxen. Hij was echt een man van de taal. Augustinus had geen uitgewerkte preektekst. Hij was als redenaar gewend om een goed verhaal te houden en er was plaats voor interactie met de hoorder. Dat maakt de preken zo enorm levendig voor deze tijd.”

Nadagen van Augustijns Instituut

Het Augustijns Instituut organiseert op 14 februari voor de 19e keer een studie- en ontmoetingsdag met boekpresentatie in het auditorium van het Catharijneconvent te Utrecht. Maar het zal een van de laatste bijeenkomsten zijn. Het Augustijns Instituut wordt op 31 december 2022 opgeheven. „De leden van de orde zijn dan zo oud dat er geen mogelijkheid is dat het instituut buiten de orde wordt voortgezet”, zegt Van Reisen. Toen hij in 1989 aantrad, waren er zo’n 150 augustijnen; nu nog 22, van wie de gemiddelde leeftijd boven de 80 jaar is.

Dr. Martijn Schrama en dr. Joop Smit zijn de enige twee augustijnen die in Utrecht zijn overgebleven en daar in een communiteit leven. Via colleges in Amsterdam, later in Utrecht, heeft Schrama er moeite voor gedaan studenten te interesseren voor de orde. In de loop van tien jaar zijn er tien kandidaten geweest, van wie er uiteindelijk twee augustijn zijn geworden.

Schrama: „Het instituut is nauw verbonden met de orde van de augustijnen en is daardoor geïnspireerd. We hebben geprobeerd het aan een universiteit onder te brengen, maar we zijn een vertaalinstituut, geen wetenschappelijk instituut. Onze instelling wordt gedragen door paters en bewogen leken. Als de orde verdwijnt, zo stelde de universiteit terecht, dan verdwijnt ook het draagvlak. Dat leek ons een plausibel argument om niet zelfstandig verder te gaan.”

Nieuw project over psalmen

Dr. Martijn Schrama heeft samen met classicus dr. Joost van Neeren en neerlandica dr. Anke Tigchelaar –alle drie medewerkers van het Augustijns Instituut– net de vertaling van een gedeelte van Augustinus’ commentaar op de Psalmen, de ”Enarrationes in Psalmos”, afgerond. In het najaar wordt het resultaat gepubliceerd.

Augustinus was volgens Schrama verknocht aan het boek Psalmen, „naar de vorm een boek met gebeden, naar de inhoud een samenvatting van alle boeken van de Schrift”. „De psalmen vormden het hart van de Schrift en hadden een profetische status, belangrijk voor de rol van Christus. De spirituele boodschap van de psalmen raakte Augustinus diep. Hij hield ook om esthetische redenen van de psalmen. Hij kon genieten van de melodieën waarop de psalmen werden gezongen.”

Voor de uitgave is gekozen voor de halleluja-psalmen 110 tot 117. Schrama: „Het zijn korte, overzichtelijke psalmen die Augustinus gehouden heeft voor catechumenen die pas gedoopt werden vlak voor de paasweek. Het werk is nog steeds van belang voor de spiritualiteit. Zo stelt Augustinus bijvoorbeeld het bidden aan de orde, ook het bidden dat níét verhoord wordt. Dat kan soms echt een bemoediging zijn. Wees blij, zo komt de boodschap erop neer, want dan heeft de Heere nog wat meer in petto dan wanneer je alles direct ontvangt.”