„Assyrische christenen lijden onder Koerden”

De Koerdische leider Öcalan. beeld The Kurdish Project

Christenen in de Syrische regio Rojava hebben het zwaar. Ze krijgen te maken met juridische problemen, intimidatie en geweld, aldus een recent verschenen rapport. Er zou zelfs „etnische zuivering” worden beoogd.

De geleidelijke desintegratie van Syrië bood de Koerden de kans om in het noorden van Syrië een eigen autonome enclave uit te roepen. Die noemden ze Rojava. De Koerdische enclave werd in december omgedoopt tot het ”Democratische Federale Systeem van Noordelijk Syrië”. Het bestuur is in handen van de Koerdische Democratische Unie Partij (PYD). Qamishli, de hoofdstad van de Syrische provincie al-Hasakeh, fungeert in feite als de hoofdstad van Rojava. Assyrische christenen die de genocide in het Osmaanse Rijk waren ontvlucht, bouwden de stad in de vorige eeuw.

De Assyrische christenen kwamen plotseling terecht onder het gezag van de PYD. Rojava nam in 2014 een grondwet aan die de niet-Koerdische gemeenschappen onder meer bescherming en vrijheid van religie garandeerde. Ze kregen ook het recht om hun kinderen in hun eigen taal te onderwijzen.

Repressie

De Assyrische Confederatie van Europa bracht onlangs een kritisch rapport uit over de situatie van Assyrische christenen in Rojava. In de inleiding wordt reeds de toon gezet. Incidenten tegen Assyriërs blijven onderbelicht „omdat de media er de voorkeur aan geven om de hevigheid van de repressie en de gevolgen hiervan voor niet-Koerden te minimaliseren.”

Het rapport spreekt ook over „juridische problemen, intimidatie en gewelddadige incidenten” waaronder de christenen lijden, evenals over gedwongen inbeslagneming van Assyrische bezittingen en plunderingen.

De Assyriërs zitten allereerst in de ongemakkelijke situatie dat ze in een regio wonen waar zowel het Syrische regime als de Koerden gezag claimen. Een gevolg hiervan is dat beide groepen Assyrische jongeren benaderen om hun militaire dienstplicht te vervullen, wat hun emigratie versnelt.

De Koerdische PYD intervenieert ook in het onderwijssysteem. Het Arabisch werd veelal als onderwijstaal vervangen door het Koerdisch, een taal die veel Assyriërs niet machtig zijn. Ook de schoolcurricula zijn gewijzigd. Terwijl voorheen de Ba’ath-ideologie verplichte kost was, moeten leerlingen zich nu de marxistisch getinte ideeën van de Koerdische leider Öcalan eigen maken.

De strijd tussen de Koerdische beweging PKK en Turkije leidde tot de verwoesting van de stad Nusaybin. Om deze stad weer op te bouwen, dwong de PYD de Assyriërs tot het betalen van geldbedragen. Dat betekende een grote last voor de economisch verarmde christenen, die vaak worstelen om te overleven.

Vluchten

In het rapport volgt een lange lijst van incidenten, waarbij sprake is van intimidatie van christenen. Aan de orde komen onder meer de arrestatie van een priester en een verijdelde aanslag op het leven van een bisschop.

Assyrische christenen probeerden altijd een neutrale positie in te nemen, waardoor Islamitische Staat (IS) hen veelal met rust liet. Koerdische milities hebben echter in een aantal gevallen IS bewust geprovoceerd door vanuit Assyrische dorpen op IS-strijders te schieten. Met als gevolg dat de christenen moesten vluchten. Het rapport suggereert dat de belangen van de Koerden en IS elkaar soms overlappen. Beide groepen hebben belang bij het vertrek van de Assyrische christenen.