„Antisemitisme beperkt vrijheid van meningsuiting”

Het OJEC belegde maandag in Utrecht een studiedag over ”Vrijheid van meningsuiting”. beeld RD

De vrijheid van meningsuiting is een grondrecht. Maar levert die geen conflicten op met andere grondrechten? Toenemend antisemitisme zet de discussie over vrijheid van meningsuiting op scherp.

Het Overlegorgaan Joden en Christenen (OJEC) hield maandag in het Joods Cultureel Centrum Merkaz te Utrecht een studiedag over vrijheid van meningsuiting. Nadat oud-rechter mr. Fred Salomon het onderwerp juridisch had belicht, betoogde Jan van Benthem, buitenlandcommentator bij het Nederlands Dagblad (ND), hoe hij de vrijheid van meningsuiting als krantenschrijver ervaart. Ondanks het feit dat de vrije meningsuiting in Nederland door de wet en de overheid wordt gegarandeerd, kan een Nederlandse journalist toch een zekere druk voelen vanuit de achterban of van fel reagerende lobbygroepen. Meningen over de VS of Israël leveren altijd honderden reacties op, aldus Van Benthem, die vertelde dat hij over sommige buitenlandcommentaren honderden e-mails binnenkrijgt.

Als voorbeeld noemde de ND-commentator reacties van lezers die willen dat de krant het gelijk erkent van blanke Amerikanen die voorstander zijn van ”white supremacy”, de overheersing van blanken omdat die superieur zouden zijn. Volgens Van Benthem halen de criticasters hun informatie van Amerikaanse nieuwsplatforms die bij nadere bestudering vaak racistisch blijken te zijn.

Volgens Van Benthem lijden Nederlandse media aan „ernstige bloedarmoede, vanwege managers en beleidsmakers die niet zo gecharmeerd zijn van diepgravende artikelen of serieuze programma’s over buitenlandse items.”

Vanwege gebrek aan onderbouwde informatie kan het rechts-extremisme in de westerse wereld openlijk –in de VS– of meer versluierd –in West-Europa– oproepen tot geweld tegen niet-blanken. Daardoor is het rechts-extremisme in het Westen inmiddels gevaarlijker geworden dan het islamitisch extremisme, zo zei de ND-journalist, die opriep te kiezen voor serieuze media.

Ontstellend

Opperrabbijn Binyomin Jacobs legde ’s middags uit wat er vanuit de Thora en de Talmoed valt te zeggen over vrijheid van meningsuiting. Een goddelijk geschrift als de Thora, alsmede de waarden en normen die gefundeerd zijn op geboden als ”u zult niet doden”, zijn daarom boven iedere discussie verheven. Menselijke meningen kunnen veranderen, zoals bijvoorbeeld over het gescheiden verplegen van mannen en vrouwen in de gezondheidszorg.

De opperrabbijn vindt het „ontstellend hoe makkelijk een menigte valt te beïnvloeden, zoals bleek in nazi-Duitsland. Bij antisemitisme komt het vooral aan op de vraag: wat moeten we eraan doen?” Omdat asielzoekers volgens hem „vaak” antisemitisch zijn, zocht hij persoonlijk contact in asielzoekerscentra.

OJEC-voorzitter ds. Piet van Midden besloot de studiedag met een lezing over het beroep op de Bijbel in verband met de vrijheid van meningsuiting. Volgens ds. Van Midden kan met de nodige behoedzaamheid worden opgemerkt dat Israël vóór het koningschap een multiculturele samenleving was. Enkele profeten, zoals Jesaja, Jeremia en Amos, spraken de koning tegen, wat meestal op een bestraffing uitliep.

Met een verwijzing naar het begin van de Tien Geboden betoogde de docent Hebreeuws aan Tilburg University dat vrijheid van meningsuiting bij de godsdienst van Israël behoorde. God bevrijdde het volk immers uit de slavernij opdat het Hem in vrijheid en uit vrijheid zou dienen. Dat impliceert volgens ds. Van Midden dat Gods volk niet wordt gedwongen, maar ook kan weigeren.