Alleen verandering als CGK een U-bocht nemen

Synode CGK 2019
beeld André Dorst

De Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) wijzen vrouwelijke ambtsdragers af, maar zondag werd in IJmuiden toch een vrouw tot ouderling bevestigd. Wat moet er gebeuren met gemeenten die voor de muziek uitlopen?

Het gesprek over de vrouw in het ambt werd binnen de CGK ineens weer actueel toen de samenwerkingsgemeente van christelijke gereformeerden en Nederlands gereformeerden in Arnhem in oktober de classis Apeldoorn vroeg om vrouwen in het ambt toe te laten. Deze regionale vergadering stemde daarmee in, maar ze moest in december het besluit weer intrekken. De classis had haar huiswerk niet goed genoeg gedaan.

De kwestie Arnhem stond niet op zichzelf. De wens om vrouwen in het ambt te bevestigen, leeft breder binnen de CGK. Zo hebben de kerken in Nieuwegein en Hilversum al aangegeven om net als de samenwerkingsgemeente in IJmuiden vrouwelijke ambtsdragers te willen bevestigen.

Deze samenwerkingsgemeenten lopen er tegenaan dat het binnen de CGK niet mogelijk is om vrouwen in het ambt te bevestigen. Dat kan bijvoorbeeld wel binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de Nederlands Gereformeerde Kerken, waarmee ze nauw samenwerken.

Opbouw

Het is duidelijk dat gemeenten die vrouwen in het ambt bevestigen, zich niet houden aan de kerkelijke regels van de CGK. De generale synode sprak in 1998 uit dat volgens de Bijbel „het gezaghebbend leidinggeven aan de gemeente aan de man en niet aan de vrouw toekomt.” Voorstanders van de vrouw in het ambt zeggen de „opbouw” van de eigen gemeente belangrijker te vinden dan uitspraken van het landelijk kerkverband.

De vraag is dan ook of gemeenten die overgaan tot het bevestigen van vrouwelijke ouderlingen of diakenen –over predikanten wordt nog niet gesproken– zich veel zullen aantrekken van de vele bezwaarschriften die tegen hun besluit zijn ingediend. Officieel hebben die een zogenoemde opschortende werking. Kerken moeten wachten totdat alle appelzaken zijn behandeld. In ieder geval tot die tijd gelden de bestaande regels, die geen ruimte bieden aan de vrouw in het ambt.

Dit alles raakt de vraag naar de verhouding tussen de plaatselijke kerk en het landelijk kerkverband. De Apeldoornse emeritus hoogleraar prof. dr. A. Baars was er maandag in het Reformatorisch Dagblad duidelijk over: christelijke gereformeerde kerken die vrouwen in het ambt bevestigen, gaan in tegen Schriftuurlijk onderbouwde besluiten van de synode en hebben in feite gebroken met het kerkverband. Als ze eerlijk zijn, sluiten ze zich aan bij de GKV of de NGK.

Ds. C. P. de Boer stelde vorige week in het RD dat de classes Apeldoorn en Utrecht niets anders kunnen doen dan de geloofsbrieven van afgevaardigden van Arnhem en Nieuwegein niet te aanvaarden, omdat hun kerkenraden de band met het kerkverband verbroken hebben.

Gesprek

Dr. B. Loonstra, predikant van de christelijke gereformeerde kerk in Gouda, kiest voor een andere lijn. In een blog betoogde hij vorige week dat als regels op plaatselijk niveau averechts gaan werken, er keuzes gemaakt moeten worden. Mag je deze regels dan zomaar terzijde schuiven? „Nee, het is een zaak van broederlijke (en zusterlijke) gemeenschap daar onderling over te praten en elkaar geen oneigenlijk juk op te leggen. Als voorbeeld denk ik aan het jarenlange verbod op het zingen van gezangen in de eredienst. Sommige gemeenten deden dat toch. Zij hebben zich daarmee niet de facto buiten het kerkverband gesteld.”

Hermeneutiek

Ook ds. W. de Bruin denkt in die richting. De classes moeten het inhoudelijke gesprek met gemeenten aangaan over de gronden van hun keuze voor vrouwelijke ambtsdragers, zo stelde de predikant uit Zutphen donderdag op zijn website. „Daarbij zullen zij zich er van moeten vergewissen of die gemeenten zich daadwerkelijk aan het gezag van de Schrift onttrekken. Mocht dat niet het geval zijn, dan blijft over dat zij zich niet aan kerkelijke afspraken houden. Dat kan reden zijn voor zorg, voor nog meer gesprek, maar niet om hun geloofsbrieven niet langer te aanvaarden.”

Een tweede punt van gesprek –naast de verhouding tussen de plaatselijke kerk en het landelijk kerkverband– betreft de hermeneutiek, de uitleg en toepassing van de Bijbel in deze tijd. In zijn vorig jaar verschenen boek ”Meedenken met Paulus” betoogt dr. Loonstra dat „de Schrift zelf leert dat in andere tijden de rol van de vrouw anders kan worden dan die welke Paulus in zijn eigen situatie verdedigt.”

De generale synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken, die vorige week begon en in november weer bijeenkomt, zal zich in de discussie over vrouw en ambt vooral over deze hermeneutiek moeten buigen. Welke vorm van „contextueel Bijbellezen” is legitiem? Is de vrouw in het ambt een principieel punt (de lijn van prof. Baars en anderen) of een middelmatige zaak (de lijn van bijvoorbeeld dr. Loonstra)?

Kerkscheuring

Alleen als de landelijke vergadering een U-bocht maakt –zoals de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt in 2017 inzake hermeneutiek en vrouw en ambt– zal er binnen plaatselijke christelijke gereformeerde kerken ruimte zijn voor vrouwelijke ambtsdragers. Als de generale synode vasthoudt aan de klassieke lijn en nog eens onderstreept dat de Bijbel vrouwelijke ambtsdragers verbiedt –toen en nu–, dan zullen gemeenten zich aan de afspraken moeten houden.

Het is dan aan de classis om in gesprek te gaan met gemeenten die vasthouden aan de benoeming van vrouwelijke ambtsdragers – en om eventuele maatregelen te nemen. Dat zal veel wijsheid vergen, want niemand zit te wachten op een nieuwe kerkscheuring.