Agnes Weston zocht het zielenheil van zeelieden

Agnes Weston temidden van ‘haar’ matrozen. beeld Wikimedia
3

Ze werd met militaire eer begraven, hoewel ze nooit in het leger gediend had. Haar hart was niet gericht op successen van het Britse leger, maar op het geestelijke en sociale welzijn van de matrozen.

De Britse marine gedenkt Agnes (Aggie) Weston (1840-1918) met eer en de zeemanshuizen in Plymouth en Portsmouth zijn stille getuigen van haar niet-aflatende ijver voor het welzijn van de ”blue jackets”. Op 23 oktober is het een eeuw geleden dat ze overleed.

Aggie Weston werd in Londen geboren als dochter van een advocaat bij de rechtbank. De Westons verhuisden naar Bath, waar Agnes een particuliere school bezocht. Ze deelde de interesse van haar vader in astronomie en geologie. Paardrijden en zwemmen waren ook favoriet bij haar. Spoedig bleek dat ze ook over muzikale gaven beschikte. Daarom werd ze leerling van Samuel Sebastian Wesley, de beroemde organist van de kathedraal van Gloucester. In de cultuur en bij het ritueel van de Kerk van Engeland voelde ze zich thuis.

De godsdienstige vorming die Agnes van thuis meekreeg, werd verdiept door de invloed van de Ierse pastor James Fleming (1830-1908). Onder diens prediking kwam ze tot een geestelijke doorbraak. Haar uiterlijke godsdienstigheid, die niet wilde buigen voor de werkelijkheid van haar zondige bestaan, leed schipbreuk. Ze leerde zichzelf kennen als een verloren zondaar die zich ten diepste al die jaren had afgekeerd van de ernst van het leven.

De vloek van de wet verschrikte haar, totdat ze door Gods Geest oog kreeg voor het verlossende Evangelie van Gods genade in Christus. Haar geschudde ziel mocht op Christus zien en geloven dat Hij tot zonde voor haar gemaakt was, opdat ze de gerechtigheid van Christus mocht omhelzen. „Toen ik geheel op de Zaligmaker rustte, viel de last van mijn zonde van mij af”, schreef ze later.

Haar leven nam een wending, waarbij het ten diepste niet meer ging over haar gaven en talenten, maar over Gods leiding waaraan ze zich mocht overgeven. Haar ouders waren zielsgelukkig toen Aggie hun vertelde wat voor grote dingen de Heere aan haar had gedaan.

Zondagsschool

Agnes wilde na haar bekering dienstbaar zijn in Gods Koninkrijk. Kerkelijke ambten stonden niet voor vrouwen open, maar er waren andere mogelijkheden voor haar. Op de zondagsschool, in het ziekenhuis en in de Bijbelklas ontvouwde ze de onnaspeurlijke rijkdommen van Christus. Ze richtte zich in eerste instantie op kinderen, zieken en stervenden.

Haar werkgebied was de oude stad Bath, waar de geestelijke en sociale nood groot was. De plaatselijke anglicaanse kerk gaf haar de ruimte om zich te ontplooien. Haar grote sociale vaardigheden gecombineerd met een bewogen hart voor verloren zondaren kwamen vanaf 1868 tot grote bloei. Het was haar liefste werk om met mensen in gesprek te komen en hen te wijzen op hun eeuwige belang.

Ook had ze de gave om op boeiende wijze in het openbaar te spreken. De zegen van boven bleef niet uit. Haar verslagen geven voorbeelden van bekeringen die voor haar een stimulans waren om op deze voet verder te gaan.

Krimoorlog

Toch was het werk in de stad niet haar levensdoel. Ze kwam in aanraking met zeelieden en met matrozen van de ”Naval”, de marine. Het Britse imperium, dat vooral onder de regering van koningin Victoria grote delen van verschillende continenten omvatte, vereiste een omvangrijke zeemacht. Deze werd niet alleen ingezet bij rebellie in de koloniën, maar ook bij dreigend oorlogsgeweld van andere mogendheden.

De Krimoorlog (1853-1856) is een goed voorbeeld van een intense machtsstrijd die vele levens eiste. De strijd ging tussen het keizerrijk Rusland en een alliantie van het Tweede Franse Keizerrijk, het Britse Rijk, het Ottomaanse Rijk en het koninkrijk Sardinië. Vele Engelse matrozen moesten huis en haard verlaten om het landsbelang te dienen. De gevechten hadden daar onder erbarmelijke omstandigheden plaats. De naam van Florence Nightingale (1820-1910), de vrouw met de lamp, is voor altijd verbonden aan de verzorging van zieken en gewonden die ook in deze oorlog bij de krijgsmacht niet de hoogste prioriteit had.

Drankprobleem

Tijdens haar bezoekwerk in Bath kwam Agnes ook in de plaatselijke legerbarakken. Ze was getuige van het drankprobleem onder het krijgsvolk, dat bij gebrek aan verantwoorde recreatieve mogelijkheden naar het glas en de fles greep. Nu waren er sinds de geestelijke opwekking in 1859, waarbij velen tot bekering kwamen, steeds meer stemmen opgegaan die om maatregelen riepen tegen het drankmisbruik. Deze zogenoemde Temperance-beweging werd voornamelijk door christenen gesteund.

Agnes was van mening dat de bestrijding van het alcoholprobleem bij de krijgsmacht alleen zin had als er alternatieve vormen van gezelligheid en ontspanning beschikbaar kwamen. Zo rijpte bij haar en haar compagnon en zuster in het geloof Sophia Wintz (1847-1929) het plan om zich helemaal in te zetten voor het geestelijke en sociale welzijn van de zeemacht, zowel te land als ter zee.

Een eerste stap was de uitgave van een maandelijkse nieuwsbrief, de Blue Backs, die ontstond vanuit correspondentie met matrozen. De brieven werden van schip naar schip verspreid. Op deze wijze raakte Agnes bekend met de nood van velen die eenzaam hun weg gingen. In haar maandblad benadrukte ze steeds dat alleen Christus de ware rust en vrede kan schenken. Ze verbloemde daarbij de diepe val van de mens niet. Zonde en genade, dood en leven bepaalden de inhoud van haar meditaties.

De reacties op haar boodschap waren talrijk. Ontroerende brieven van hen die om raad vroegen en van hen zich aan Christus hadden overgegeven bereikten haar brievenbus.

Zeemanshotel

In Plymouth, een belangrijke Engelse marinehaven, werkten twee vrouwen onder de matrozen. Zij zochten naar faciliteiten om hen op te vangen en zelfs logies aan te bieden. Agnes vond dat deze hulp op kleine schaal professioneel moest worden aangepakt. Zo rijpte bij haar het plan om gebouwen te stichten om zeelieden gezelligheid te bieden en ook slaapgelegenheid.

Maar het belangrijkste vond ze om daarbij zaalruimte te creëren voor godsdienstige samenkomsten en Bijbelonderwijs. Deze waren niet bedoeld om de taak van de kerken over te nemen, maar hadden een ondersteunende functie voor de geestelijke vorming van zeelieden.

De geestelijke activiteiten moesten volgens Agnes gescheiden worden van de sociale, maar wel in hetzelfde gebouw plaatshebben. Voor de eet- en ontmoetingsruimten golden uiteraard ook ethische regels. Lectuur moest verantwoord zijn, maar het christelijke geloof moest niet worden opgedrongen. Wel werden de aanwezigen uitgenodigd om naar de ‘kerkzaal’, de Gospel Hall, te komen.

De fondsen voor een Sailors’ Rest and Institute werden spoedig bijeengebracht. Zo kon in 1876 in Plymouth het eerste zeemanshotel worden geopend, met slaapgelegenheid voor 600 man. In Portsmouth volgde in 1881 een vergelijkbaar gebouw. Later kwam daar Agnes’ woonplaats Devonport bij. Behalve een betaalde staf werden ook vrijwilligers aangetrokken. De Temperance-beweging had in deze tehuizen de gelegenheid om het drankprobleem onder zeelieden aan te pakken. Drie c’s, (coffee, comfort en company) gaven aan dat hier geen alcohol werd geschonken.

Aan boord

In dezelfde jaren werd de National Temperance League, opgericht die zich speciaal op alcoholverslaving bij de Royal Navy richtte. Agnes was ook hierachter de drijvende kracht. Deze stichting werkte niet alleen aan de wal, maar wilde ook op de schepen mensen aanspreken. Daar was wel toestemming van hogerhand voor nodig. Ook Agnes ging aan boord, waarbij ze wel bescherming genoot in geval men zich tegen haar zou keren. Ze betrok het drankprobleem op de gevallen staat van de mens, wat niet door iedereen werd geaccepteerd.

Agnes wilde de tehuizen ook openstellen voor de ”merchant seamen”, zeelieden die niet tot de marine behoorden. Wel gaf zij de matrozen aparte zitvertrekken, omdat de cultuurverschillen met de andere zeelui te groot waren om ze bij elkaar te plaatsen.

Agnes was voor de zeelieden een moederfiguur die vertrouwen en gezag uitgestraalde. In kleding en gedrag was ze eenvoudig. Iedereen kon bij haar aankloppen. In een breder verband vormde ze fondsen om weduwen en wezen van hen die bij een scheepsramp waren omgekomen te ondersteunen. Maar ten diepste ging het Agnes om het heil van onsterfelijke zielen. Haar uitstraling was een bewijs van haar christen-zijn. Vele jaren gaf zij al haar krachten aan haar levenswerk.

Haar autobiografie, die een jaar na haar dood werd uitgegeven, getuigt van een leven dat getekend was door liefde en barmhartigheid. In dit opzicht was Christus haar voorbeeld. Zij zocht geen eer van mensen, maar wilde niets liever dan Hem navolgen.

Onderscheiding

Ook buiten haar werkterrein was Agnes bekend. In juni 1918, aan het einde van de Eerste Wereldoorlog, werd ze vanwege haar werk voor de Royal Navy benoemd tot ”Dame Grand Cross of the Order of the British Empire”. Ze overleed in hetzelfde jaar in de leeftijd van 78 jaar in Devonport. Een monument houdt de gedachtenis aan haar en aan haar compagnon Sophia Wintz levend.

Bereid om heen te gaan

„Een officier werd in de Krimoorlog dodelijk gewond. Hij viel achterover in de armen van zijn soldaten en sprak: „Gedankt zij God dat ik bereid ben!” Zo ging hij heen. Wat maakte hem dan bereid om te sterven? Niets in zichzelf, maar alleen het eenvoudige geloof in wat Jezus voor hem gedaan had. Dat was Zijn grote offer, toen Hij door Zijn bloed betaald had voor allen die in Hem geloven. Luister naar de woorden van God en merk op wat voor een heerlijke ruil dat is: „Hij Die geen zonde gekend heeft, heeft Hem [Jezus] tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.” O, geloof deze grote waarheid, opdat u mag weten dat uw zonden vergeven zijn.”

(Uit een brief van Agnes Weston)

Een onverschillig gehoor

„Bij een zekere gelegenheid waren ongeveer 200 marinejongens bij elkaar. Ik moest hen toespreken. Met het zingen waren zij nog rustig, maar toen kwam de Schriftlezing en de meditatie. Ik had toen niet die ervaring die nodig is om met jonge zeelieden om te gaan en vergat dat ik eerst hun aandacht moest zien te krijgen. Ik opende mijn Bijbel en zocht het hoofdstuk op dat ik voor zou lezen. Maar mijn gehoor bleek niet geïnteresseerd te zijn en haakte af. Ik hoorde een geruis, keek op en zag hoe het hele gehoor in beweging kwam. Sommigen sprongen als katten over de achterkant van de banken en anderen kropen eronderdoor. In minder dan een minuut was de zaal leeg, behalve een twaalftal op de voorste rij dat zich niet zo gauw uit de voeten kon maken.”

(Uit: ”Our blue jackets”, biografie van Agnes Weston, beschreven door een tijdgenoot)

Voeden met kaf

„Er is veel kaf in de wereld en het spijt me te moeten zeggen dat dit ook zo onder christenen is. Velen voeden zich met het kaf van amusement, zonde, drank en dergelijke. Als hij plotseling in het aangezicht van de dood wordt gebracht, voelt hij dat hij een verloren, sterfelijke ziel heeft.

Er zijn ook christenen die zich met kaf voeden. Ze gaan van kerkdienst naar kerkdienst, ze lezen goede boeken, maar ze hebben geen gemeenschap met Christus. Ze voeden zich niet met Zijn Woord. Kerkdienst en boeken zijn op zich goed, maar ze zijn kaf als ze de plaats van Christus en van de Bijbel innemen.”

(Uit een ”Monthly Letter” of ”Blue Back”, van maart 1878)