Accordeons bij de pastorie van Hendrik de Cock

Afscheiding 1834
De H. de Cockstraat in Ulrum, met op de achtergrond de pastorie. Foto RD RD

ULRUM – Bij de witgepleisterde pastorie van Hendrik de Cock in Ulrum klinkt accordeon­muziek. Op de stoep staan twee veldwachters, compleet met sabel. Uit de deur van de kerk stapt de dominee, in zondags ambtsgewaad.

Het Groningse dorp Ulrum ging zaterdag terug in de tijd, terug naar 1834, het jaar van de Afscheiding. De nieuwe Stichting Ulrum 1834 organiseerde voor de eerste maal het evenement Ulrum 1834. „Dit voelt alsof de geschiedenis zich herhaalt.”

In de Kerkstraat spelen buurtbewoners op mandoline en gitaar. Met de Afscheiding hebben ze weinig, zeggen ze, en met Hendrik de Cock hebben ze niets. „We spelen alleen graag volksmuziek met elkaar.” 
Een vrouw in oude dracht dopt boontjes. Er staat een poffertjeskraam en er is een visserskraam uit Zoutkamp. Draaiorgel De Vrijheid draait deun na deun uit de oude doos. De straten zijn aangekleed in de stijl van 1834.

De kerk van Ulrum, de kerk van De Cock, zit ’s morgens om tien uur al helemaal vol. Het orgel speelt. „Het is weer net als vroeger”, zegt iemand in een opwelling van weemoed.

Er worden lezingen gehouden. Die van dr. H. Veldman uit Zuidhorn springt er nogal uit. Hoe was het toch mogelijk, vraagt dr. Veldman zich af, dat een dorpje in een verre uithoek van Nederland in staat was een kerkelijke scheur te trekken die zelfs tot in Amerika en Zuid-Afrika merkbaar was? Het zat vast, zo blijkt, op verandering 
in de preken van de Ulrumse predikant, ds. De Cock. „Door het lezen van Calvijns Institutie en van de Dordtse Leerregels veranderde zijn theologisch denken. Zijn preken trokken steeds meer mensen. Sommigen hadden er wel veertien uur lopen voor over, zoals mensen uit Smilde.”

Religie heeft volgens dr. Veldman een krachtige sociale functie. „Maar als een religieuze stroming zich vergrijpt aan de grondwettige vrijheden van een volk, dan geldt dat men daartegen weerstand biedt.”

In het kerkelijk bedrijf kunnen tolerantie en intolerantie elkaar wel eens raken. Waarmee Veldman aangetoond wilde zien dat religie een sociale factor is, die uitsluitend met een verfijnd gevoel voor juiste verhoudingen een positief resultaat laat zien. „Laten we in 2010 proberen om via zoiets als een nationale synode met elkaar weer te zoeken naar kerkelijke eenheid.”

Kan het zijn, zo kwam er een vraag uit de kerk, dat kerkelijke breuken niet het gevolg zijn van religieuze of theologische overwegingen, maar vooral voortkomen uit maatschappelijke verschillen van inzicht? „Men was het vaak domweg niet eens met elkaar in sociale zin, zonder dat daar veel theologie aan te pas kwam.”

Dr. Veldman vond het merkwaardig dat theologische geschillen gewoon doorgeschoven worden in de richting van een maatschappelijk conflict. „Als het gaat om repeterende breuken in de kerkgeschiedenis lagen daar toch vooral theologische overwegingen aan ten grondslag.”

Er volgde nogal wat commotie over de vraag wat de ware kerk is. Iemand weet te vertellen: „Hoe hoger de toren, hoe valser de kerk.” Waarop iemand roept: „Ik ben vrijgemaakt. En vrijgemaakten hebben geen kerktorens.”

Buiten staat Klaas Hoekstra uit Nijkerk. Vindt hij dit een mooie dag? „Ik ben er een beetje verdrietig van. De Afscheiding was, na de Reformatie, de eerste scheur in de vaderlandse kerkgeschiedenis. Daarna zijn er nog vele scheuren gevolgd. Er is zo veel wat verbittert, wat teleurstelt. Ik zou zo van harte wensen dat we weer zouden begrijpen waar het in de kerk om gaat. Om de eer van God.”

Hans Fidom bespeelt het orgel van Lohman. Wat hij speelt, is van Bach. Het preludium klinkt bedaard en kamermuzikaal. Het slot van de fuga klinkt, in het volle werk, in G groot, als een relikwie uit lang vervlogen tijden.