Aartsbisschop Vercammen is altijd op zoek naar mensen

Dr. Joris Vercammen (67) neemt zaterdag afscheid als oud-katholiek aartsbisschop van Utrecht. beeld RD, Anton Dommerholt
2

Twintig jaar gaf hij leiding aan de Oud-Katholieke Kerk in Nederland. Joris Vercammen treedt zaterdag terug als aartsbisschop van Utrecht. „Een bisschop is geen filiaalmanager. Hij treedt naar buiten, zoekt mensen op.”

Het voormalige seminarie van de Oud-Katholieke Kerk aan de Koningin Wilhelminalaan in Amersfoort oogt als een streng klooster. In het bakstenen gebouw kregen tientallen jongemannen in de jaren vijftig en zestig hun opleiding tot priester. „Onder Gods zegen bouwden de gelovigen der Oudkatholieke Kerk van Nederland in de jaren 1949-1957 dit huis”, vermeldt een marmeren plaat in de hal. Aan de muur hangen bisschoppelijke wapenschilden, groen en rood, met in steen gebeitelde Latijnse spreuken. ”Niet om gediend te worden, maar om te dienen”.

Een levensgroot olieverfportret van Philippus Rovenius siert de trapopgang naar de werkkamer van monseigneur Vercammen. Hij was aartsbisschop van Utrecht van 1620 tot 1651, ruim een halve eeuw voor het ontstaan van de Oud-Katholieke Kerk. Het Utrechtse kapittel koos in 1723 een nieuwe bisschop, Cornelius Steenoven, zonder toestemming van de paus. De kerk werd teveel vanuit Rome bestuurd, vonden sommigen. De Roomsch-Katholieke Kerk der Oud-Bisschoppelijke Cleresie wilde terug naar de Vroege Kerk, toen volgens haar alles nog goed was.

De kamer van Vercammen is ruim en licht. Een eikenhouten bureau, een tafeltje met wat stoelen, op de boekenkast een beeldje van Franciscus van Assisi. Vercammen is gekleed in paars en zwart. Een kruis op de borst.

U bent de 83e (aarts)bisschop van Utrecht, volgens de oud-katholieke telling. Dit gebouw mag geen aartsbisschoppelijk paleis worden genoemd?

Vercammen glimlacht. „Nee, een paleis hebben we nooit gehad. Ik woon in het bisschopshuis, hiernaast.”

Het seminarie is sinds 1969 gevestigd aan de universiteit van Utrecht. Er studeren twaalf studenten. „Twintig jaar geleden waren dat er twee, hooguit drie”, herinnert Vercammen zich. Het toenemend aantal studenten heeft volgens de aartsbisschop te maken met de vitaliteit van de kerk. „Veel parochies zijn naar buiten gericht. Ze zijn missionair, experimenteren met nieuwe vormen van kerk-zijn. De oud-katholieke kerk in Rotterdam staat elke middag open als stilteplek; een pastor is beschikbaar voor een gesprek. Zulke initiatieven vertalen zich niet direct in meer leden, hoewel dat ook voorkomt. Maar de kerk krijgt wel een groter oppervlak in de samenleving.”

Het uiteindelijke doel is niet zozeer om mensen het Evangelie brengen?

„Zeker wel. Het Evangelie is het beste dat mensen kan overkomen. De kerk moet laten zien dat het Evangelie met heel het leven te maken heeft. Dat is best spannend. De kerk heeft niet overal een antwoord op, maar ze moet beginnen met het toelaten van vragen. Vragen naar zingeving, naar spiritualiteit, naar levenskwaliteit. Ethische vragen ook, naar euthanasie, homoseksualiteit, huwelijk en de omgang met vluchtelingen.”

En daar dan vanuit de Bijbel een antwoord op geven.

„Ja, maar wel door samen te zoeken naar antwoorden. De Bijbel is de geloofservaring van mensen. De vraag is of wij dezelfde geloofservaring hebben. Zo trekt de Bijbel ons hart en onze geest open.”

Klinkt dat niet wat vrijblijvend?

Feller: „Ik vind dat juist het tegendeel van vrijblijvendheid. In de Bijbel ontmoet je mensen, medegelovigen, getuigen. Dat vind ik intrigerend. Zou hun getuigenis ook mogelijk zijn in deze tijd, in een andere samenleving? Zo kun je komen tot een Godsontmoeting. Ik geloof dat dit mogelijk is, en daarom val ik over het woord vrijblijvendheid. De Bijbel openslaan en antwoorden vinden in wat er letterlijk staat, werkt niet. Dan ga je de fundamentalistische kant op.”

U werd in 1979 gewijd tot priester in het rooms-katholieke bisdom Antwerpen. Waarom maakte u de overstap naar de Oud-Katholieke Kerk?

„Ik ervoer weinig vrijheid en openheid. Het charisma van het celibaat had ik niet. En hoe kun je deze onthouding, die een gave is, verplicht stellen? Velen zien de kerk als een plek waarin veel moet en niets mag. De kerk moet niet bang zijn, maar leren om de dialoog aan te gaan.

Ik stapte over van een heel grote kerk naar een heel kleine kerk. Maar tegelijkertijd kwam ik in een grote oecumenische ruimte terecht. Niet dat de Oud-Katholieke Kerk de hemel op aarde is, hoor. Maar we hebben in onze traditie wel de principiële openheid naar mensen toe.”

Dr. Joris Vercammen (67) neemt zaterdag afscheid als oud-katholiek aartsbisschop van Utrecht. beeld RD, Anton Dommerholt

U maakte zich de afgelopen twintig jaar sterk voor de oecumene.

„Als je als christenen niet kunt laten zien dat je bij elkaar hoort, dan kun je ook niet missionair zijn. Niet dat we één grote bureaucratische organisatie moeten worden. Nee, het gaat om eenheid in verscheidenheid. Dat is spannend, dat is een kunst. We zijn anders, maar allemaal kinderen van God. Dat is het vertrekpunt.”

Overeenstemming in de leer is minder belangrijk?

„Daar moet je het zeker over hebben, maar het begint bij het geloofsgesprek, bij ontmoeten en luisteren. Dan neem je elkaar serieus en op die basis kan de leer aan de orde worden gesteld. Ik ben ervan overtuigd dat het oudkerkelijk katholicisme de toekomst van de oecumene is. Als oud-katholieken hebben we wat te bieden, bijvoorbeeld op het punt van de ambtsleer. Het ambt is een sacrament, een teken van Gods aanwezigheid, van de manier waarop de Heer Zijn kudde gelovigen voorgaat. Het is de taak van een bisschop om alle christenen bij elkaar te brengen. Hij mag zich niet opsluiten binnen de eigen kerkelijke grenzen. Een bisschop is geen manager van een filiaal.”

De Oud-Katholieke Kerk ontstond juist mede door kritiek op het ambt van de paus.

„We wijzen het centralisme van Rome af, evenals de negentiende-eeuwse dogma’s van de pauselijke onfeilbaarheid en de onbevlekte ontvangenis van Maria. De oud-katholieke beweging wilde deze nieuwigheden niet. Ze wilde katholiek zijn zoals men dat in de Oude Kerk was. In onze naam zit dus ons program.

We zijn niet tegen de paus; in de parochies wordt voor hem gebeden. Als we een voorzitter nodig hebben, zou dat best de bisschop van Rome mogen zijn. De eerste onder zijns gelijken, iemand met moreel gezag. Maar dan wel een paus als onderdeel van concilies en synodes.

Dat heb ik ook tijdens een ontmoeting met paus Franciscus in 2014 tegen hem gezegd. De paus begreep dat. In de Petrusdienst, zoals dat heet, is er in de loop der jaren veel veranderd.

Maar er zijn ook problemen bijgekomen, zoals het openstellen van de ambten voor vrouwen in de Oud-Katholieke Kerk in 1998. Voor ons is dit een dilemma, een gewetenszaak. In onze context en samenleving konden we geen ander besluit nemen. Overigens onder het voorbehoud van een algemeen concilie. Als die een andere beslissing zou nemen, dan schaffen we de vrouw in het ambt weer af. Dat is een theoretisch, maar ook principieel voorbehoud.”

Hoe is uw relatie met de andere Nederlandse aartsbisschop, de rooms-katholieke mgr. W. J. Eijk?

„Het ambt van bisschop herinnert ons aan het voorgangerschap van de Heer, in Wie we een zijn. Daarom is het niet normaal dat er twee aartsbisschoppen van Utrecht zijn. Dat moet ooit in orde komen. Misschien over tweehonderd jaar, of vijftig. Maar ik zal het niet meer meemaken.”

2019-04-05-KRK16-Williams-1-FC_webVoormalig aartsbisschop Rowan Williams in Utrecht: Gastvrijheid is de business van de kerk

Uw wapenspreuk is: „Opdat zij leven hebben in overvloed” (Johannes 10:10). Waarom koos u daarvoor?

„Daar gaat het om: dat mensen tot geloof komen. Dat we van het leven mogen genieten. Niet als een consument, maar op een kwaliteitsvolle manier.”

Welke plaats neemt Christus daarin in?

„Jezus is voortdurend bezig leven te geven. „Lazarus, kom naar buiten”, zegt Hij. Toen Lazarus uit het graf kwam, was hij nog helemaal gewikkeld in doeken. Dan zegt Jezus: „Maak de windels los.” Dat moeten andere mensen doen. Ze moeten elkaar ontwikkelen en ontwinden. Een prachtig beeld, vind ik dat.

Geloven doe je in een gemeenschap, maar het is een persoonlijke keuze. Geloven is leven in de genade die werkt. En daardoor kun je openstaan voor wat het leven brengt. Dan kan er kwaad komen, maar je kunt nooit dieper vallen dan in de handen van God.”

U gaf bijna twintig jaar leiding aan de Oud-Katholieke Kerk. Na een rapport over seksueel misbruik in de kerk sprak de synode in 2018 toch het vertrouwen in u uit. Hoe heeft u die periode ervaren?

„Als heel zwaar en verdrietig.”

Wist u van het misbruik?

„Ik heb iemand een tweede kans gegeven op basis van zijn eigen informatie, en die was onvolledig. Nu zou ik dat anders aanpakken.”

U had nog drie jaar door kunnen gaan. Waarom stopt u?

„Dit is een goed moment voor de kerk. Ik sta voor een bepaalde benadering: Breek de zaak open, wees missionair, treed naar buiten. Niet alle mensen zitten daar altijd op te wachten. Het is nu aan anderen of ze daarop willen voortbouwen.”

Dr. Joris Vercammen

Joris August Odilius Ludovicus Vercammen wordt geboren op 14 oktober 1952 in het Belgische Lier. Hij wordt in 1979 gewijd als rooms-katholiek priester in het bisdom Antwerpen. Vercammen stapt in 1988 over naar de Oud-Katholieke Kerk. Hij is hulppriester in Rotterdam, pastoor in Eindhoven en rector van het seminarie in Utrecht. Vercammen promoveert in 1997 op een studie naar kerkopbouw. In 2000 wordt hij gekozen en gewijd tot bisschop van Utrecht. Zaterdag neemt hij afscheid tijdens een eucharistieviering in de oud-katholieke Gertrudiskathedraal in Utrecht. In de Geertekerk heeft vooraf een symposium plaats over ”Een bisschopsambt voor kerk en wereld”. Vercammen is getrouwd en heeft drie kinderen.

Oud-Katholieke Kerk

De Oud-Katholieke Kerk in Nederland, ontstaan in 1723, telt bijna 5000 leden. Er zijn twee bisdommen: Utrecht en Haarlem, met in totaal dertig parochies.

De Oud-Katholieke Kerk maakt deel uit van de Unie van Utrecht, een internationaal verband van vooral oud-katholieke bisdommen en hun kerken. In Europa zijn acht bisdommen met in totaal 200.000 leden. Elk bisdom is autonoom.

Over de Oud-Katholieke Kerk in Nederland verscheen onlangs het boek ”Van schuilkerk tot modern geloofscentrum” (uitg. Verloren, Hilversum), geschreven door Lia Schade van Westrum. Daarin staan de oud-katholieke kerkgebouwen en hun cultureel erfgoed centraal. Aartsbisschop dr. Joris Vercammen schreef een voorwoord.