Jonge boeren willen zich inzetten voor natuur, maar wel beloond worden

KAMERIK. Staatssecretaris Van Dam sprak donderdag met jongeren over de toekomst van het EU-landbouwbeleid.  beeld Hollandse Hoogte, Marlies Wessels

Als het aan staatssecretaris Van Dam (Economische Zaken) ligt, krijgen boeren in de toekomst minder directe subsidie. Het Europees landbouwbeleid zal meer gericht moeten zijn op maatschappelijke thema’s zoals leefbaarheid van het platteland, natuurbehoud en zorg voor het klimaat.

Het was een bont gezelschap jonge ”ondernemers en professionals uit de voedselketen”, met wie Van Dam donderdag –gezeten op strobalen in een koeienstal in Kamerik– van gedachten wisselde over de toekomst van het Europees landbouwbeleid. Boeren waren erbij, maar ook managers uit de voedingsmiddelenindustrie, vertegenwoordigers van de milieubeweging, studenten, koks en zelfs een stedenbouwkundige.

Die breedte geeft al aan dat boeren niet „op een eiland leven”, zoals Van Dam zei. Hij wilde, zo meldde de uitnodiging, van de jongeren weten hoe ze aankijken tegen de manier waarop het Europese landbouwgeld nu wordt verdeeld en op welke manier het beste gezorgd kan worden dat ons voedsel „op een duurzame en milieuvriendelijke” –en ook nog economisch haalbare– manier wordt geproduceerd.

Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) moet ervoor zorgen dat Europese burgers voldoende voedsel van goede kwaliteit kunnen kopen, tegen betaalbare prijzen, terwijl de boeren een redelijk inkomen verdienen. De subsidiepot is groot: jaarlijks vloeit er zo’n 59 miljard euro naar de 28 lidstaten, een kleine 40 procent van de Europese begroting.

Vroeger was dat aandeel nog veel groter en het zal de komende jaren verder omlaag gaan. Boeren moeten hun inkomen gewoon uit de markt kunnen halen, vindt Brussel. Nederlandse boeren doen dat al grotendeels: zij eten relatief zuinig mee uit de Brusselse ruif. Vorig jaar kregen ze 736 miljoen euro aan zogeheten directe inkomenssteun, in de vorm van een vast bedrag per hectare landbouwgrond. Daarnaast gaat er zo’n 150 miljoen euro naar projecten om de afzet van land- en tuinbouwproducten te bevorderen en 85 miljoen euro naar plattelandsontwikkeling.

Burgers hebben steeds minder begrip voor de geldstroom die naar de landbouw gaat. Het GLB, dat elke zeven jaar wordt herzien, moet daarom op de schop, was gisteren de insteek van de discussie. Maar hoe precies is nog een groot vraagteken. Enkele jongeren die meedoen aan een lesprogramma van de Youth Food Movement, een beweging die zich inzet voor een ”eerlijker en gezonder” voedselsysteem, zijn ervoor om directe inkomensondersteuning helemaal af te schaffen. Vertegenwoordigers van de agrarische jongerenorganisatie NAJK plaatsten daar kritische opmerkingen bij: „Als wij ermee stoppen, kan het niet zo zijn dat Frankrijk en Duitsland hun boeren wel blijven subsidiëren.” En: „Wij lopen in Europa al voorop met inzet voor natuur, milieu en dierenwelzijn, maar daar willen we wel voor beloond worden.”

De jongeren voelen de druk van de maatschappij. „Consumenten hebben een harde mening over hoe wij moeten produceren”, zei Anne van Rijn van de biologische boerderij Geertjes Hoeve in Haarzuilens. Zij riep de andere jongeren op om stadsmensen uit te nodigen op hun erf en met hen in gespek te gaan. „Dan gaan bij de boeren de oogkleppen af en bij de burgers de harten om.”