Huisarts en ondernemer

Jan Peter Peters is behalve huisarts manager van een gezondheidscentrum. beeld RD, Henk Visscher
2

De praktijkhoudende huisarts van de toekomst moet niet alleen medisch van alle markten thuis zijn, maar ook ondernemersbloed hebben. Omdat hij behalve arts manager van een gezondheidscentrum is. „Belangrijk is dat je goed je grenzen in het oog houdt.”

Gezondheidscentrum Papenberg ligt op een strategische locatie, aan de kruising van de hoofdweg door Beekbergen en de provinciale weg naar het buurdorp Loenen. Het pand werd in 1998 neergezet in opdracht van de Rabobank. Pal tegenover de ouderwetse dokterswoning van Jan Peter Peters (50), die in zijn woonhuis ook praktijk hield en er de apotheek had ondergebracht. Daarvoor was in totaal 80 vierkante meter gereserveerd.

Van 1999 tot 2006 werkte Peters samen met zijn voorganger. Toen die vertrok, zocht hij een collega in dienstverband. „Na verloop van tijd wilde ik wel associëren, maar mijn vrouwelijke collega koos daar bewust niet voor. Ze vindt het prettig om een leidinggevende rol te kunnen spelen zonder de financiële verantwoordelijkheden.”

2017-11-04-ppGEZ5-AnnemiekBos-4-FC_webDe nieuwe huisarts

In het jaar waarin hij de praktijk overnam, kreeg de huisarts uit Beekbergen voor het eerst bezoek van een vertegenwoordiger van de lokale Rabobank. De bank had niet voorzien dat het telebankieren ook op de Veluwe zo snel gemeengoed zou worden en wilde het pand weer afstoten. Of Peters er belangstelling voor had, om er een gezondheidscentrum in te beginnen. „Dat zag ik in eerste instantie helemaal niet zitten. Op financieel gebied ben ik een onbenul.” De jaren erna veranderde hij geleidelijk van gedachten. Mede door zijn broer, huisarts in Garderen, die daar een gezondheidscentrum opzette. „Dat was volgens hem niet ingewikkeld en het liep prima.”

Gezondheidscentrum

Terwijl zijn accountant de onderhandelingen over de prijs voor het pand voerde, zocht Peters partners voor het mogelijk te vormen centrum. Dat liep boven verwachting. Ook zijn financiële raadsman boekte resultaat. In juli 2011 was de vraagprijs van dien aard dat de reformatorische huisarts de knoop doorhakte. „Volgens de accountant kon het, dat was voor mij bepalend.” De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) voorzag hem van informatie over de gewenste indeling van een gezondheidscentrum. „Een aantal centra in het land dient als voorbeeld. Een dag lang ben ik met collega’s die hetzelfde van plan waren in een bus langs al die panden gevoerd. Dat was buitengewoon leerzaam.”

Op grond van de wensen van de geïnteresseerde partijen maakte een architect de tekening voor een nieuwe indeling. „Op de begane grond zijn alle tussenmuren verwijderd. Aan de bovenste etage hoefde ik vrijwel niets te veranderen.” Peters en zijn collega vestigden zich op de begane grond van het pand, waar ze nu 320 vierkante meter ter beschikking hebben. De twee huisartsen worden bijgestaan door drie doktersassistentes, drie apothekersassistentes, twee administratieve krachten en drie praktijkondersteuners, zogenaamde POH’s. Twee houden zich bezig met de secundaire en preventieve zorg voor diabetespatiënten, longpatiënten, patiënten met hart- en vaatziekten en ouderen. De derde is gespecialiseerd op het terrein van de eerstelijns geestelijke gezondheidszorg. Een van de twee POH’s voor somatiek heeft zich verder bekwaamd tot verpleegkundig specialist. „Die doet nu de kleine kwalen en ziet ook nieuwe patiënten. De assistente bepaalt wie naar haar toe gaat.”

Korte lijntjes

De rest van het pand, met een totaal vloeroppervlak van 1200 vierkante meter, is onderverhuurd aan de partners: een fysiotherapiepraktijk, een diëtist, een registerpodoloog, een psycholoog, een logopedist, een huid- en oedeemtherapeut, een ergotherapeut, een medisch pedicure, een Beter Horen Audicien, een vestiging van Virenze Kinder- en Jeugd psychologie en psychiatrie, het lokale Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) en Stimenz Maatschappelijk werk. Ook Gelre Ziekenhuizen maakt gebruik van Papenberg. Laboranten komen er op vastgestelde tijden prikken. De verloskundigen van het ziekenhuis houden er regelmatig spreekuur.

Alle partijen zijn volgens Peters content met de nieuwe huisvesting. „De meeste kwamen van een achterkamer of een verbouwde garage. Van die 1200 vierkante meter zijn nog maar twee kamertjes onbezet.” De huisarts uit Beekbergen is van mening dat hij ook maatschappelijk zinvol bezig is. „Hoe meer we in de eerste lijn kunnen afhandelen, hoe betaalbaarder we de zorg houden.”

De zorgpartners binnen het pand kunnen met elkaar over patiënten communiceren via een beveiligde medische app. „Om de zes weken heb ik met alle huurders een teamvergadering waarin we de organisatorische zaken bespreken. Eén keer per jaar gaan we met z’n allen uit eten. Dat vergemakkelijkt de samenwerking. Je kent elkaar en de lijntjes zijn kort. Soms vraagt iemand van boven, zoals de huid- en oedeemtherapeut of de medisch pedicure, of ik even mee wil kijken. Dat gaat in zo’n centrum heel eenvoudig.”

Efficiënt

Een aantal onderzoeken waarvoor patiënten voorheen naar het ziekenhuis moesten, zoals longfunctieonderzoek en doppleronderzoek van de bloedvaten, doet Peters nu in zijn eigen praktijk. „Mijn assistentes kunnen ook bloedprikken, op de tijden dat de laboranten van het ziekenhuis hier niet zijn. Zo zullen er in de toekomst nog wel meer zaken bij de huisarts terechtkomen.”

Voor de patiënt wordt de gang naar het ziekenhuis door deze ontwikkeling zeldzamer. Keerzijde van de medaille is dat de huisarts zijn brede medische deskundigheid moet combineren met organisatorische taken. „We worden steeds meer in de rol van manager geduwd”, constateert Peters. „Waarbij anderen de zorg verlenen en wij er zijn voor de coördinatie en een tweede view bij lastige gevallen.” Toch blijft hij zich primair huisarts voelen. „Prima als we de zorg zo efficiënt mogelijk organiseren, maar de patiënt moet daarbij centraal staan. De verzakelijking van de zorg en het spreken erover in termen van producten stuit me tegen de borst.”

Belangrijk bij het opzetten en runnen van een gezondheidscentrum zijn volgens de huisarts goede adviseurs. Het staat voor hem vast dat dit soort centra de toekomst heeft in de eerstelijnszorg. „Alle partijen zijn erbij gebaat, zowel de patiënten als de zorgaanbieders. Wel moet je als huisarts goed je grenzen in het oog houden, en geen dingen gaan doen waar je weinig ervaring in hebt.”

Dit is het laatste deel van een tweeluik over de positie van de hedendaagse huisarts. Het eerste deel verscheen vorige week zaterdag.

„Ik weet me betrokken op mijn patiënten, maar ook op mijn zaak”

Zijn ideaal om tropenarts te worden zag Mark Pul (46) verdampen door het nieuwe overheidsbeleid op het terrein van ontwikkelingssamenwerking. Na een periode van heroriëntatie koos hij voor de huisartsgeneeskunde. Vanuit de wens vrij man te zijn. Hij vond een geschikte praktijk in Doornspijk, die hij met zijn collega in eigendom heeft.

„We vormen een maatschap en werken allebei vier dagen. Onze waarnemer, een vrouwelijke collega, neemt de honneurs waar als wij er niet zijn. Daarnaast hebben we een huisarts in opleiding. Die hebben we wel nodig, want deze praktijk telt 5100 patiënten.”

Naast zijn werk in de praktijk is Pul druk met zijn taken als voorzitter van de regio Zwolle van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en palliatief consulent. „Al met al maak ik toch wel zo’n zestig uur in de week.” De Doornspijkse huisartsen worden bijgestaan door een praktijkondersteuner somatiek, twee praktijkondersteuners ggz, een diabetesverpleegkundige, vier assistentes en een assistente in opleiding. Een van de assistentes volgde de hbo-opleiding voor praktijkmanager. „Die neemt ons veel regelwerk uit handen.”

Bij het verdelen van de ondernemerstaken kreeg Pul de zakelijk-innovatieve onderwerpen toebedeeld. Zijn collega Hupkens is verantwoordelijk voor de boekhoudkundige zaken. De ondernemerskant van een moderne huisartsenpraktijk ervaart Pul als een boeiende bijkomstigheid van het werk. „Een deel van de zorg voor chronisch zieken is tegenwoordig ondergebracht bij zogenaamde ketenzorgorganisaties. Het financieel rendement bepaalt voor mij of we daaraan deelnemen of voor een programma van de zorgverzekeraar kiezen. Ook de onderhandelingen met de verzekeraar en het overleg met de burgerlijke gemeente vallen onder mijn pakket. De gemeente wil dolgraag dat het Centrum voor Jeugd en Gezin onder ons dak komt. Dat vraagt een verbouwing. Die moet genoeg opleveren, anders begin ik er niet aan. Ik weet me betrokken op mijn patiënten, maar ook op mijn eigen zaak. Die moet ik net zo goed gezond zien te houden. We kunnen hier reizigersadvisering gaan doen, longfunctieonderzoek, echo’s, oogmetingen, ecg’s en nog veel meer, maar voor mij is doorslaggevend wat we er onder de streep aan overhouden.”

Soms schuurt het gevoel voor ondernemerschap met de drive die een huisarts voor zijn patiënt dient te hebben. „Onze overheid ziet zorg als een product op de zorgmarkt. Moreel kun je daar vragen bij stellen, maar het is een realiteit waarmee we als huisartsen te maken hebben. We zijn in die hoek gedrongen. Dan bepaal ik omgekeerd wat ik wel en niet doe. Als huisarts mag ik sterilisaties bij mannen uitvoeren, maar afgezet tegen de kosten zijn de inkomsten mij te gering. Dus stuur ik deze patiënten door naar het ziekenhuis.”

Als regionaal voorzitter van de LHV voert de huisarts uit Doornspijk de contractbesprekingen met zorgverzekeraar Zilveren Kruis. De gesprekken hebben een adviserend karakter. „Als ik ongelukkig ben met het uiteindelijke contract, mag ik dat van de overheid niet tegen collega’s zeggen. Dat wordt gezien als beïnvloeding en kartelvorming. Dat maakt de zogenaamde marktwerking in de medische wereld tot een wassen neus, zeker voor huisartsen. De verzekeraars hebben de macht in handen.”

Wie een hekel heeft aan ondernemen, managen en het voeren van onderhandelingen moet geen praktijk overnemen, maar huisarts in dienst van een huisarts worden, stelt Pul vast. De zakelijke kant van het vak dient naar zijn overtuiging een veel grotere plaats in de opleiding te krijgen.

„Als de overheid de praktijkhoudende huisarts als ondernemer ziet, moet dat ook aan het curriculum van de studie geneeskunde te zien zijn. Anders wordt het steeds lastiger om mensen te vinden die een praktijk willen overnemen. Sinds een huisartsenpraktijk als gewoon bedrijf wordt gezien, vallen we ook onder de Europese wet- en regelgeving. Je wilt niet weten wat dat allemaal aan verplichtingen met zich meebrengt. Bij mij zit ondernemen in het bloed, maar dat geldt niet voor alle huisartsen. Het merendeel moet erin worden geschoold. Zeker als we bedenken dat de verzakelijking alleen maar zal toenemen. Ook in de zorg wordt werkelijk álles in geld uitgedrukt.”