Gor Khatchikyan, een Armeense kaaskop met een roeping

Gor Khatchikyan. beeld RD, Anton Dommerholt Anton Dommerholt
2

Zijn eerste nacht in Nederland bracht hij buiten door, bij het Centraal Station in Den Bosch. Gor Khatchikyan was twaalf jaar oud toen hij met zijn ouders vanuit Armenië naar Nederland vluchtte. „Nederlanders denken vaak dat asielzoekers gelukszoekers zijn die alleen maar iets komen halen. Ik heb ook wat gebracht.”

Zomaar zijn levensverhaal vertellen, vindt Gor Khatchikyan niet nodig. Het wordt voor hem pas interessant als hij lessen kan doorgeven.

Hij is 28 jaar, heeft na zijn studie geneeskunde gewerkt als arts-assistent op de psychiatrieafdeling bij de crisisdienst in Woerden en is tijdelijk verzekeringsarts. Op dit moment is het zijn doel arts te worden op een spoedeisende hulp. Ondertussen is Khatchikyan ook een veelgevraagd spreker, geeft hij cursussen spreken in het openbaar onder de titel ”Geloofwaardig spreken”, is hij betrokken bij en medeoprichter van Calling Voice –een stichting die evangeliseert onder Armeniërs en charitatieve projecten ondersteunt– en werkt hij mee aan trainingsdagen van Royal Mission, een stichting die de reformatie van de kerk op het oog heeft. In het weekend gaat hij regelmatig voor in diensten in verschillende soorten gemeenten in het land.

U heeft het druk.

„Druk zijn is een hype. Ik ben niet krampachtig en lig niet wakker van een volle mailbox. Ik heb het eigenlijk nooit druk. Druk zijn is geen praktisch probleem, maar een belevingsprobleem. Als je beseft dat je het eeuwige leven hebt, dan heb je nooit haast. Ik beleef ieder moment intens. Druk zijn bestaat meestal uit het ervaren van spanning voor dat wat gaat komen. Maar als je je het hier en nu eigen maakt, ervaar je geen druk. Ik geniet van alles wat ik doe.”

Echt van alles?

„Sst...! Mijn werk is natuurlijk niet altijd een feest. Maar als het geen feest is, besef ik wel mijn verantwoordelijkheid. Toch durf ik te zeggen dat ik in 90 procent van mijn tijd dingen doe die ik leuk vind.”

Inmiddels is hij langer in Nederland dan dat hij in Armenië woonde. Toch blijft Armenië Gor Khatchikyan trekken. Dit jaar is het honderd jaar geleden dat de Armeense genocide plaatsvond. In 1915 werden er naar schatting 1,5 miljoen Armeniërs in Turkije vermoord door het regime van de zogeheten Jonge Turken. Het feit dat de genocide zo weinig aandacht heeft gekregen, steekt Khatchikyan uitermate. De toch al beweeglijke spreker gaat regelmatig verzitten en maakt brede armgebaren als hij het hier over heeft.

„Historici ontkennen het niet, dus wat dat betreft is er niets mis. Het is vooral politiek een moeilijke kwestie. De Turkse lobby is veel te sterk. Ik hoorde pas Condoleeza Rice, de vroegere minister van Buitenlandse Zaken van Amerika, spreken over „de Armeense kwestie.” Zij durft het woord genocide niet te gebruiken. Frankrijk heeft de genocide een tijdje erkend. Prompt boycotte Turkije de handel, waarna Frankrijk de erkenning introk.

Als je de Holocaust ontkent, ben je strafbaar. En terecht. Voor de Armeense genocide geldt dit niet. Terwijl er ook gruwelijk dingen gebeurd zijn. Martelingen met landbouwwerktuigen, vrouwen die verkracht werden en zich uit wanhoop met hun kinderen van de rotsen gooiden. Mensen werden als beesten afgemaakt. Ze verlangden uiteindelijk naar de kogel.”

Wat betekent de herdenking van de genocide voor u?

„De Armeniërs –meestal christenen– werden onder meer vermoord om hun geloof. Dat maakt de herdenking ook voor mij als christen actueel. We willen bijeenkomsten organiseren waarbij ook Nederlanders aanwezig zijn. De officiële herdenking heeft plaats op 24 april. Op deze dag is er een grote herdenking bij de monumenten in Assen en Almelo. Ik zou het mooi vinden als er één zondag zou komen waarop alle kerken in Nederland stilstaan bij de genocide en bij het thema rechtvaardigheid. Op die zondag zouden alle kerken hun klokken moeten luiden. Zoiets.”

Bent u een Armeniër of een Nederlander?

„De laatste vier jaar ben ik meer een Armeniër geworden. Ik heb Armeense vrienden ontmoet. Daarvoor was ik een echte kaaskop. Door contacten met Armeniërs heb ik de roeping ervaren om mijn talenten in te zetten voor mijn eigen volk. Vanuit die roeping heb ik samen met anderen Calling Voice opgericht. We helpen nu onder meer 36 gezinnen in het armste deel van Armenië iedere maand met voedselpakketten.

Ook qua temperament ben ik een Armeniër. Als ik boos ben, ben ik echt boos. Als ik lief ben, ben ik echt lief. Ook vriendschappen zijn onder Armeniërs intenser. Die extremen kennen Nederlanders minder. Je moet hier gematigd zijn.

Met mijn Nederlandse kennis en kunde is het soms heel lastig voor mij om onder Armeniërs te werken. Ik ben sinds mijn twaalfde een echte polderaar geworden. Ik voel me bijvoorbeeld ongemakkelijk als ik op een Armeense bijeenkomst door anderen op een voetstuk word geplaatst. Nederlanders gaan samen voor een doel en letten minder op de verschillen. Daar houd ik van. Onder Nederlanders zijn, geeft me meer energie. Werken met Armeniërs bezorgt me soms hoofdpijn en kost me meer moeite. Ze zijn betweterig en willen allemaal leider zijn.”

U bent ook een leider.

„Ja, dat zit in mijn karakter. Ik ga voor in diensten en vind dat leuk. Maar ik leid geen gemeente. Ik heb mij wel laten trainen in leiderschap en in het spreken in het openbaar, onder andere door Martin Koornstra, de leider van Royal Mission, en door mijn voorganger Martijn Piet.”

Welke valkuilen ziet u voor zichzelf als leider?

„Ik kan arrogant worden. Eigenwijs. Denken dat ik het beter weet. Mijn karakter wordt het beste getraind als ik struikel.

Een ander gevaar is dat ik dingen doe die ten koste van anderen gaan. Dat is het gevaar van elke visionair. Ik moet mensgericht zijn en niet taakgericht. Ik weet nog dat wij een paar jaar geleden met Calling Voice een prachtige avond voor honderden mensen hadden georganiseerd in een theaterzaal. Toen we daar kwamen, bleek de zaal door een andere groep te zijn geboekt. De jongen die de reservering zou hebben geregeld, heb ik helemaal de grond ingeboord. Zo erg dat het hem speet dat hij mij überhaupt kende. Op zo’n moment ga ik mijn doel voorbij. Het contact met hem is mij veel meer waard dan zo’n avond.” Lachend: „Het is gelukkig weer goed gekomen hoor.”

U noemt zichzelf een eerstegeneratiechristen.

„Toen ik in Nederland kwam, was ik niet eens gedoopt. Dat is uitzonderlijk voor een Armeniër, de meeste Armeense kinderen worden gedoopt. Op Texel, in het asielzoekerscentrum, leerde mijn moeder een vrouw kennen die ons uitnodigde om mee naar de kerk te gaan. We gingen met zijn vieren, mijn ouders, mijn broer en ik. De kerk, een baptistengemeente, leek in de verste verte niet op de kerken in Armenië. Geen pracht en praal, geen beelden en kaarsen en stilte, maar een lelijk zaaltje met wat stoelen en een muziekbandje.

Ook al was alles anders, toch bleef bij mij hangen dat deze mensen meer hadden dan dat zaaltje. Ze zijn ook niet gek, dacht ik. Uiteindelijk heb ik me op mijn veertiende laten dopen. Discussies op school over schepping en evolutie vond ik geweldig. Uiteindelijk is Gods Woord de hoogste autoriteit in mijn leven. Daardoor ben ik gesnoeid en gevormd. Ik ging meedoen met het organiseren van jeugdkerken en gaf op die bijeenkomsten regelmatig getuigenissen. De afwachtende houding van veel christenen begreep ik eerst niet. Al hun tradities zorgden er in mijn beleving voor dat ze niet wisten waarom ze dingen wel of niet deden. Ik vroeg heel nuchtere mensen: „Waarom doe je je handen niet in de lucht als je zingt dat je God met geheven handen prijst?”

Langzamerhand ging ik me, net als veel christenen in Nederland, schamen om mijn geloof. Dat was puur aangeleerd gedrag. Ik dacht dat dat hoorde bij het christen-zijn. Totdat ik die Bijbeltekst las waar Jezus zegt dat als ik me voor Hem schaam, Hij Zich voor mij zal schamen als Hij terugkomt met de engelen. Dat is toch het laatste wat je wilt? Ik sterf nog liever dan dat Christus Zich voor mij moet schamen bij Zijn wederkomst. Wij hoeven niet gespannen te zijn als christenen. Het christendom is een ontspannen geloof. We komen bij Christus als we moe zijn, niet om moe te worden.”

Was er nooit twijfel?

„Jawel. Met name in de moeilijkheden, toen het erop leek dat we geen verblijfsvergunning kregen. Een niet-gelovige zegt vaak: Ik begrijp dat jouw geloof je steun geeft op moeilijke momenten. Maar het tegendeel is waar. Juist als het moeilijk is, begrijp ik God niet.

Tegelijk leer ik meer en meer dat die moeilijkheden horen bij een leven met God. God gooit je leven overhoop. De overste van deze wereld is God niet, dus is er altijd strijd tussen licht en duisternis. Soms spreek ik jongeren, ook reformatorische jongeren, die zeggen dat geloven saai is. Nou, vraag dat maar eens aan christenen in het Midden-Oosten. Als je ervoor kiest om alleen te leven binnen de kaders van wat je geleerd hebt, dan is het saai. Dan laat je God buitenspel staan.

Ik sprak pas een voorganger van een protestantse gemeente in Armenië. Zij hebben het daar heel zwaar, want de Reformatie wordt daar onderdrukt. Hij zei: „Bid alsjeblieft niet dat de vervolging ophoudt, want dan worden we lui en gaat de kerk ten onder.””

Zou u dan liever christen zijn in Armenië?

Na lang nadenken: „Je kunt ook vragen: Wil je hier in Nederland vervolging meemaken? Niet dat we moeten gaan bidden: „Heer, geef ons vervolging”, maar als ik moet kiezen tussen vervolging of een dood geloof dan kies ik het eerste. Want wat heb je aan een dood geloof?”

In 2012 won u de talentenjacht ”Premier gezocht”. Heeft u nog politieke ambities?

„Jozef is mijn grote voorbeeld. Hij werd onderkoning op Gods tijd. Hij had zichzelf ook naar voren kunnen werken door Potifars vrouw te scoren en zo vriendjes met de farao te worden. Alle verleidingen waar een man gevoelig voor is, kwamen op hem af: seks, macht en geld. En op de korte termijn zou hij er ook nog beter van geworden zijn als hij daarop ingegaan was. Maar het resultaat van zijn trouw was de gevangenis. Totdat God hem riep op Zijn tijd.”

Eind vorig jaar strandde het huwelijk van Gor Khatchikyan met een Armeense. Ze waren een jaar getrouwd. Hij zegt erover: „Ze is vertrokken naar Duitsland en is nu met een andere man. Tegen mijn wil. Dit druist in tegen alles waar ik voor sta en wat ik geloof.”

U werkte op een psychiatrieafdeling. Dat was het niet helemaal?

„Ik werkte bij de crisisdienst en op de gesloten afdeling. Psychiatrie is een heftig vak. Het is niet mijn wereld en toen ik begon, wist ik al dat ik het niet voor lange tijd zou doen. Ik wil als arts werken op een spoedeisende hulp. De psychiatrie gaat me te langzaam. Herstel zet moeizaam of helemaal niet in. Psychiatrische patiënten zijn vaak patiënt voor het leven.”

Die ontdekking stelde u teleur?

„Nou, mijn geduld raakte op. Dat klinkt raar, maar ik kan daar gewoon niet tegen. Daarom koos ik voor wat anders. Het volgen van je roeping en het bereiken van je bestemming is een dynamisch proces.”


Levensloop Gor Khatchikyan

De 28-jarige Gor Khatchikyan is geboren in Armenië. In 1999 kwam hij met zijn ouders en jongere broer naar Nederland. Hij studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en ging aan de slag als arts in de psychiatrie. Op dit moment werkt hij als verzekeringsarts. Khatchikyan gaat hij regelmatig voor in (met name evangelische) gemeenten in Nederland. Hij traint samen met Paulien Vervoorn sprekers onder de naam ”Geloofwaardig spreken”. Verder is Khatchikyan betrokken bij Calling Voice, een hulporganisatie die onder Armeniërs werkt, en bij de stichting Royal Mission, die onder leiding staat van Martin Koornstra. Khatchikyan woont in Utrecht en is lid van de Levend Evangelie Gemeente te Aalsmeer.