Geloof in voorzienigheid belangrijkste reden voor afwijzing vaccinatie

Vaccinatie

„Al wat een mens heeft, zal hij geven voor zijn leven.” Maar is deze opmerking van de satan over Job wel zo’n wijze les? Of staat die haaks op het geloof in Gods voorzienigheid, die alles bestuurt, ook ziekte en gezondheid?

Geld maakt niet gelukkig. De man die vorige week aan de voordeur stond met een envelop van de postcodeloterij, begreep niet waarom hij die niet kon slijten. Iedereen wil toch rijk worden? Uit onderzoek blijkt keer op keer dat mensen niet geld boven aan hun verlanglijstje zetten, maar gezondheid. En schort het daaraan, dan hebben ze er al hun geld voor over om hun gezondheid weer terug te krijgen.

Mag of moet een mens ten koste van alles streven naar een gezond leven? Of is het juist nuttig om ziek te zijn en, zo ja, waarom dan? Hoe verhoudt zich de persoonlijke verantwoordelijkheid ten opzichte van het vertrouwen in Gods leiding?

Dat zijn geen eenvoudige vragen, maar de antwoorden hierop zijn van groot belang nu de discussie over vaccinatie weer is opgelaaid. Het onderwerp komt niet alleen aan de orde in consistories en klaslokalen, maar ook op Facebook en internetfora. De vragen zijn nu echter fundamenteel anders dan bij epidemieën van polio en mazelen in de vorige eeuw. Toen overheerste vooral het onbegrip over die achtergebleven boeren in Staphorst, nu staan die op één rij met antroposofen uit Amsterdam.

Het gevolg is dat de reacties in de media minder gericht zijn op de principiële bezwaren van christenen die vaccinatie afwijzen. De discussie gaat nu over kinderdagverblijven die, als ze niet-gevaccineerde kinderen toelaten, een besmettingshaard kunnen zijn voor jonge kinderen die nog niet ingeënt kunnen worden.

Media gooien geen modder meer naar de Biblebelt, maar het draait nu om het eigenbelang van tweeverdieners die hun peuter aan geen enkel risico willen blootstellen. Dat leidt tot de eigenaardige opvatting dat bezwaarde ouders over de streep gehaald moeten worden om hun kinderen te laten inenten, zodat zij het collectieve belang dienen.

Daarmee is de discussie niet minder heftig geworden. Er zijn kinderdagverblijven die niet-gevaccineerde kinderen weigeren, ook al is dat wettelijk niet toegestaan. In Den Haag, maar ook in opiniestukken en commentaren van de Volkskrant, NRC en Trouw klinkt de oproep tot een verplichting, in elk geval voor kinderen die kinderdagverblijven bezoeken. Lezers gaan nog een stap verder, blijkt uit een opsomming in De Telegraaf: „Kinderen hebben geen keuze en die zijn slachtoffer van de idioterie van hun ouders.” „Wat mij betreft verplichten! En anders kinderen die niet geënt zijn, weigeren op kinderdagverblijven en scholen.” „Geen vaccinatie, dan geen kinderbijslag.”

Abortus

Nu de messen worden geslepen om gewetensbezwaarden met drang of dwang aan het vaccin te krijgen, kan het christenen helpen zich weer eens te verdiepen in de achtergrond van die bezwaren. Door de druk van ‘buiten’, of die nu van sociale media, politici of consultatiebureaus komt, gaan de hakken dieper in het zand. Dat leidt tot een uiteenlopende reeks aan bezwaren. De een begint over de invloed van de farmaceutische industrie op het Rijksvaccinatieprogramma. De ander wijst vaccinatie af omdat er in de jaren zestig twee keer een geaborteerd embryo is gebruikt om de productie van vaccins mogelijk te maken. Een derde zegt dat kinderziektes juist goed zijn om weerstand op te bouwen. Een vierde wijst op het hogere risico op wiegendood en autisme. En zo is er nog een reeks aan bezwaren: er zit kwik en aluminium in de vaccins, gevaccineerde kinderen kwakkelen met hun gezondheid, borstvoeding beschermt beter dan een vaccin, enzovoort.

Los van de vraag of bovengenoemde beweringen kloppen of niet, is er een ander probleem: de vermenging van deze medische argumenten met het religieuze bezwaar vertroebelt de discussie over vaccinatie. Die hebben namelijk weinig tot niets met elkaar te maken. Sla er twee eeuwen aan brochures op na, van Abraham Capadose tot de predikanten Steenblok, Moerkerken en Weststrate: zij hameren allereerst op het geloof in Gods voorzienigheid als belangrijkste reden om vaccinatie af te wijzen. Ze beschrijven vaccins als het schild waarmee de hoogmoedige mens het oordeel van God wil afwenden in plaats van zich onder Zijn slaande hand te vernederen en te bekeren.

Bliksemafleider

Om dezelfde reden gingen (en gaan) bezwaren tegen vaccinatie vaak samen met bedenkingen tegen het verzekeringsstelsel en sociale voorzieningen als AOW en kinderbijslag. In 1918 verscheen een boekje met de titel: ”De assurantie en de vaccinatie onverenigbaar bevonden met het geloofsleven van Gods volk”. Soortgelijke bezwaren waren (en zijn) er tegen het gebruik van voorbehoedsmiddelen, bliksemafleiders, kunstmest, bestrijdingsmiddelen en beregening. Al deze voorbeelden illustreren dat de gewetensbezwaren niets te maken hebben met angst voor bijwerkingen van een vaccin, maar met het besef van afhankelijkheid van Gods albestuur. Zelfs over de kleinste dingen: „Geen regendruppel valt, tenzij op Gods bevel” (Calvijn).

Uiteraard zijn in het verleden ook wel medische gevaren van vaccins benoemd –vooral in de beginperiode– maar dan om te bewijzen dat dit ongeoorloofde middelen zijn die strijden met het geloof in Gods voorzienigheid. Dat geloof moet ertoe dienen dat wij „in alles dat ons nog toekomen kan, een goed toevoorzicht hebben op onze getrouwe God en Vader.” De Heidelbergse Catechismus leende deze zin van Calvijn, die een nog sterkere uitdrukking gebruikt: „Als wij dit beseffen, volgt daar noodzakelijk uit dat wij (...) voor de toekomst ook een onvoorstelbaar vertrouwen zullen hebben” (Institutie I, hoofdstuk 17-7). Een eerdere vertaling spreekt hier over „ongelofelijke onbekommerdheid.”

Die onbekommerdheid maakte in deze eeuw vol technologie plaats voor overmatige bezorgdheid, samen met een streven naar perfecte gezondheid en maximale veiligheid. Heeft de duivel toch gelijk dat een mens alles wat hij heeft, zal geven voor zijn leven? Calvijn wijst daarbij een andere weg. Weliswaar vindt hij dat de mens de beschikbare middelen moet gebruiken, maar hij moet daarbij zijn gedachten steeds op Gods voorzienigheid gericht houden. En zendt God tegenspoed, dan is dat een vloek van Hem om ons tot berouw aan te sporen. Daarbij past dus geen vaccinvrees. „Dit inzicht zal ons bevrijden van roekeloosheid en ongegrond zelfvertrouwen en ons ertoe drijven voortdurend God aan te roepen, maar het zal onze zielen ook met goede hoop sterken, zodat wij vol moed en vertrouwen de gevaren die ons omringen van gering belang durven achten.”