Geen smartphone als verjaardagscadeau

„Twaalfjarige kinderen hebben nog geen rem in het gebruik van de smartphone.” beeld iStock

Veel kinderen krijgen op hun twaalfde verjaardag een smartphone. Het is echter zeer de vraag of een kind in groep 8 al toe is aan de verantwoordelijkheid die daarbij hoort, betogen Meta Boogaard, Willem-Jan Joosse en Adriaan van Klinken.

Het is niet zo dat kinderen van deze leeftijd zich niet met een smartphone kunnen vermaken. Zet een twaalfjarige achter zo’n apparaatje en je hebt er geen kind aan. Ze kunnen hun hele (verjaar)dag besteden aan uitproberen, testen en instellen. En dat is dan nog maar het begin.

De reden voor dit intensieve gebruik is niet zozeer dat de smartphone voor hen nuttig is. Dit ontstaat eenvoudigweg omdat kinderen op deze leeftijd nog geen rem hebben in het gebruik van dit medium. Het is letterlijk zonder einde. En dan te weten dat dit apparaat de rest van hun leven met hen meegaat.

De smartphone heeft wellicht veel nuttige functies, biedt ook afleiding, maar zorgt eveneens voor verleiding. Zeker kinderen worden daarmee onnodig belast. Ze zijn nog niet toe aan deze verantwoordelijkheid.

De tijd die zij aan sociale media, computerspelletjes en appen besteden, gaat vaak ten koste van zaken die vandaag de dag onder druk staan, zoals (buiten)spelen en lezen. Het lijkt daarom verstandig om zulke jonge kinderen geen smartphone te geven.

Mediavisie in gezin

Als ouders mogen we onszelf de vraag stellen: wie voeden onze kinderen op? Zijn wij dat zelf, binnen de kring van gezin, kerk en school? Of zijn het de media, die ons via de telefoon de hele dag begeleiden?

Veel ouders geven een smartphone omdat ze niet willen dat hun kind wordt buitengesloten. Kinderen zijn zeker gevoelig voor groepsdruk. Maar zijn ouders dat zelf ook niet? Juist van christelijke ouders mag worden verlangd dat ze in de opvoeding zelfstandige keuzes maken, op basis van Bijbelse beginselen, los van wat andere ouders doen.

Kerkelijke ouders hebben bij de doop beloofd dat ze hun kinderen zullen (laten) opvoeden naar Gods wil. Dat uit zich onder meer in het beschermen van hen tegen gevaren van buitenaf. Het is alleen al daarom de moeite waard om in onze gezinnen een duidelijke mediavisie te ontwikkelen. Een begrip als soberheid kan daarin leidend zijn.

Zo’n beleid kan uitlopen op het uitstellen van het geven van een smartphone. Daarmee geven we het signaal dat onze kinderen niet altijd alles op zak hoeven te hebben. Het helpt daarbij natuurlijk wel als wij zelf ook terughoudend met media omgaan. Kinderen hebben daar een haarscherpe antenne voor.

Verslaafd

In een omgeving waarin veel jonge kinderen een smartphone hebben, stelt dit ons natuurlijk voor praktische vragen. Bijvoorbeeld: hoe krijgen onze kinderen dan nog de informatie die via de klassenapp binnenkomt?

Voor zulke problemen zijn wel oplossingen. Het is bijvoorbeeld mogelijk de telefoon van de moeder toe te voegen aan de groepsapp. En zo kunnen meer dilemma’s worden opgelost.

De feiten liegen er intussen niet om. Uit onderzoek van de Universiteit Utrecht bleek begin januari dat de helft van de 12- tot 16-jarigen zichzelf smartphoneverslaafd vindt. Dit uit zich onder meer hierin dat ze langer met dit medium bezig zijn dan ze eigenlijk willen en dat andere contacten daardoor in gevaar komen. Ook de jongste nieuwsbrief van Yona spreekt over verslaafd zijn aan sociale media.

Wie de media volgt, weet dat de onrust over dit onderwerp niet afneemt maar juist groeit. Onze kinderen zijn het meer dan waard dat ouders hierover welbewuste keuzes maken.

De auteurs zijn lid van oudercollectief BewustGezin Zeeland, maar spreken eveneens namens andere oudercollectieven in o.a. Amersfoort, Apeldoorn, Barneveld, Kesteren en Gorinchem.