tekst Richard Donk, foto's Henk Visscher
Fotograaf Henk Visscher en journalist Richard Donk volgden twee Joodse families die vanuit Oost-Oekraïne naar Israël emigreerden. Velen ontvluchtten de huidige oorlog in het oosten. Maar de dieperliggende oorzaak is het toenemende antisemitisme in heel Europa.


Beste wapen aan het front
Oorlog in Oost-Oekraïne. Wie hoor je daar nog over? Dat nieuws is immers allang verdrongen door aanslagen in Parijs, rellen in Geldermalsen en dalende overheidsinkomsten uit aardgas. Ga maar eens naar Marioepol. Al kilometers voor de stad heeft het Oekraïense leger controleposten ingericht. Niemand komt ongezien binnen. In Marioepol getuigen talloze kapotgeschoten panden van het recente oorlogsgeweld. En het zijn niet alleen gebouwen van hout en steen die zijn beschadigd. De gevechten hebben ook diepe sporen in de ziel van de bevolking getrokken. En het eind van de kwelling is nog niet in zicht. Want tijdens het verblijf in Marioepol klinkt regelmatig het gedreun van explosies. En op een paar kilometer afstand van de stad bevindt zich het front. Duizenden Oekraïense militairen staan daar al maanden in loopgraven tegenover separatisten en Russische soldaten. En daarom gaat een groepje predikanten een paar keer per week naar het front. Om het krachtigste wapen in te zetten: gebed.

Ruïnes van Shyrokyne
Slechts een handjevol mensen woont nog in Shyrokyne, in het oosten van Oekraïne. De rest is gevlucht. Weg voor de verwoestingen van de oorlog. Het grootste deel van het stadje ligt in puin. Toch is Shyrokyne niet verlaten. Honderden militairen hebben hun intrek in de kapotgeschoten huizen genomen. Met kunst- en vliegwerk proberen zij er in hun levensonderhoud te voorzien. Sinds enkele maanden is er een bestand in Oost-Oekraïne van kracht. Maar nog vrijwel dagelijks wordt er gevochten tussen het Oekraïense regeringsleger en pro-Russische separatisten. En dus kunnen de soldaten hun post niet verlaten. Daar staan ze, dag in, dag uit. In loopgraven en schuttersputjes – precies zoals in de tijd van de Eerste Wereldoorlog. Af en toe krijgen ze bezoek van pastor Homiak Albert. Deze Messiasbelijdende Jood bidt met de soldaten. Voor hun welzijn, voor hun gezinnen. Maar vooral om vrede. Niet alleen in het oorlogsgebied. Maar vooral in de harten van de mannen die daar hun leven voor hun land in de waagschaal stellen.

Alles is relatief
Daar sta je dan. Na uren bibberen in een loopgraaf in het oosten van Oekraïne is er toch een plekje waar je je terug kunt trekken. Weliswaar in een kapotgeschoten huis, waar de ijzige wind dwars doorheen giert – zeker nu het winter is. Maar wel met een eigen kamer en een eigen bed. Alles is relatief. Zeker in een oorlogsgebied. Oost-Oekraïne worstelt met een wankel bestand. Meestentijds zwijgen de wapens momenteel. Maar van het ene op het andere moment kan de strijd weer oplaaien. Zeker hier, in de nabijheid van Marioepol. Pro-Russische separatisten (en naar verluidt ook Russische militairen) zijn er maar wat op gebrand de strategisch gelegen stad in te nemen. Want Marioepol vormt de verbinding tussen de zelfuitgeroepen republiek Donetsk en de Krim. Om dat te voorkomen zal deze soldaat vermoedelijk voorlopig in de loopgraven moeten bivakkeren. Maar hij heeft in elk geval een eigen kamer en een eigen bed. Alles is relatief.

Op weg naar het front

„Niemand wil hier nog langer blijven”
De oorlog heeft ervoor gezorgd dat de uittocht van Joden uit Oekraïne nog nooit zo hoogwas. Het conflict in het oosten van het land heeft velen doen besluiten naar Israël te emigreren. „Niemand wil hier nog langer blijven.
Enigszins onwennig strooit Dima Prakapovitsj een beetje zout over het brood. Met een zwaar Russisch accent zegt hij de voorgezegde Hebreeuwse woorden na om de maaltijd te zegenen. Dan breekt hij het brood. Eerst voor zijn vrouw en kinderen. Daarna voor de gasten. Die onwennigheid is niet voor niets. Voor het eerst moet Prakapovitsj een sabbatsmaaltijd leiden. Onder het Sovjetregime mocht er in zijn familie nooit over hun Joodse achtergrond worden gesproken. „We veranderden onze Joodse naam zelfs in een Russische”, vertelt hij. „Anders werd je van de universiteit gestuurd.” De familie Prakapovitsj ontvluchtte het oosten van Oekraïne. Ruim anderhalf jaar lang woedde daar een oorlog tussen pro-Russische separatisten en Oekraïense regeringstroepen. Sinds enkele maanden is er een bestand van kracht, maar nog steeds doen er zich gewelddadige incidenten voor. Prakapovitsj en zijn vrouw en vier kinderen kwamen na hun vlucht uit het oosten in de hoofdstad Kiev terecht. Natalia Krizhanovskaya zwaait daar namens de Nederlandse stichting Christenen voor Israël de scepter over een opvanghuis voor Joodse vluchtelingen. „Dit voelt als een klein dorpje. Een warm thuis, dat ons welkom heette”, zegt Prakapovitsj terwijl hij de wijn inschenkt. „Sjabbat sjalom”, klinkt het uit alle monden. Volgende maand hoopt het gezin naar Israël te vertrekken. Ze hebben geen familie in het Beloofde Land, maar desondanks hoopt Prakapovitsj er een beter bestaan op te bouwen. „We willen onze kinderen goed onderwijs en een échte toekomst bieden. Het leren van de taal en het vinden van werk heeft daarom onze prioriteit.”

Weg uit Europa
Naar Israël nu het nog kan. De oorlog in Oekraïne en de aanslagen in Europa vormen voor veel Joden de zoveelste spoorslag om naar Israël te vertrekken. Directeur Nathan Sharansky van het Joods Agentschap: „Kom hierheen nu het nog mogelijk is.
Het hoofdkwartier van het Joods Agentschap in de Israëlische hoofdstad oogt als een fort. De ramen zijn smal en zitten hoog in de dikke muren, die uit de befaamde Jeruzalemsteen zijn opgetrokken. De receptionist draagt een serieus uitziend pistool – niet bepaald een alledaags beeld in de ontvangstruimte van een doorsneekantoor. We zijn in een heel bijzonder gebouw, steekt Nathan Sharansky meteen van wal in zijn riante werkkamer. Boven het bureau van een van de bekendste oud-Sovjetdissidenten prijken de portretten van premier Benjamin Netanyahu en president Reuven Rivlin. „In 1929 hebben Ben Gurion en Weizman hier het Joods Agentschap opgericht. Het doel was enerzijds zo veel mogelijk mensen van Israël naar de Joodse gemeenschappen te brengen, en aan de andere kant zo veel mogelijk Joden naar Israël te halen. Sinds die tijd zijn 3,5 miljoen Joden met onze hulp op ”aliyah” (Hebreeuws voor opgaan/emigratie, RD) gegaan.” De laatste jaren is de uittocht van Europese Joden naar Israël weer fors toegenomen. Frankrijk spant de kroon. Maar sinds de strijd in Oekraïne is losgebarsten, is vanuit dat land eveneens een flinke stroom van Joodse emigranten op gang gekomen. In Nederland daalde het aantal immigranten juist. Sharansky kan de bezorgdheid van Europese Joden goed begrijpen. „Steeds meer Joden voelen zich ongemakkelijk in Europa. Hun gevoel van onveiligheid wordt in belangrijke mate bepaald door de groeiende moslimgemeenschappen.” De directeur van het Joods Agentschap legt eveneens in het bijzonder de vinger bij de situatie in Frankrijk. Hij wijst op een grote wereldkaart aan de muur van zijn kantoor. „In 2012 emigreerden 1200 Franse Joden naar Israël. In 2014 is dat aantal tot 7000 gestegen en dit jaar verwachten een toename tot minimaal 10.000. Twaalf jaar geleden kon je in Parijs al niet meer met een keppeltje over straat. In Moskou heb je daar geen last van.” De afgelopen decennia is het liberale Europa steeds meer anti-Israël geworden, constateert Sharansky. Ook dat heeft tot een toename van de Joodse emigratie naar Israël geleid, en dus tot overuren bij het Joods Agentschap. „Wij beschouwen het als een verplichting dat iedereen die hierheen wil komen die mogelijkheid ook krijgt.”

Joodse gezinnen achterna, op aliyah naar Israël
Het contrast kan bijna niet groter zijn. Het ene moment ontmoeten we de families Tzarenko en Pleshkov nog in het door oorlog verscheurde Oekraïne. Een paar dagen later tonen de gezinnen vol trots hun nieuwe onderkomen in een kibboets in de Israëlische Negevwoestijn. Tussendoor is er natuurlijk het nodige gebeurd. Het pakken van de koffers – drie stuks per persoon. Afscheid nemen van de familie die achterblijft. Met alle emoties van dien. Oma zwaait vanaf het balkon naar haar vertrekkende geliefden. Opa laat een traan als het moment van vertrek daar is. Wachten op een vliegtuig dat maar niet komt. Omdat de luchthaven van Dnepropetrovsk door hardnekkige mist wordt geteisterd. En dan eindelijk aan boord, op weg naar een nieuwe en vooral onbekende toekomst die deze ”aliyah” hun zal brengen. De eerste stappen op de bodem van het nieuwe vaderland. Gevolgd door een warm welkom van het ministerie van Absorptie. Om ten slotte de zonsopgang mee te maken in de Negevwoestijn. Voorlopig hun eerste onderkomen in het Beloofde Land.

Zonsondergang boven de Negev.
Voor twee Joodse families uit Oekraïne sinds kort hun nieuwe thuis.
De oorlog hebben ze achter zich gelaten.
Maar ook in Israël is geweld nooit ver weg.
is een uitgave van het Reformatorisch Dagblad.
Redactie: Richard Donk
Beeld: Henk Visscher
Vormgeving: Ton Hoeflaak
©2016 Reformatorisch Dagblad
