De berg Athos

Het Vaticaan van het oosten

tekst René Zeeman

Al meer dan duizend jaar bevolken Grieks-orthodoxe monniken het schiereiland Athos. Vrouwen zijn er niet welkom. Maar ook voor mannen valt het niet mee om binnen te komen, als ze tenminste protestant of rooms-katholiek zijn. Niet-orthodoxe mannen worden mondjesmaat toegelaten: tien per dag welteverstaan, tegenover honderd Grieks-orthodoxe mannen.

Deel deze pagina

...

Foto’s Henk Visscher

Twintig kloosters

Dionysiou is een van de twintig kloosters die de monnikenrepubliek Athos telt. Dit in de veertiende eeuw gestichte klooster is aan Johannes de Doper gewijd. Dionysiou vormt samen met achttien andere kloosters in zekere zin het bestuur over het schiereiland. Eerder maakten twintig kloosters deel uit van dit bestuur, de zogenaamde Heilige Gemeenschap. Een van de kloosters, Esfigmenou, was het oneens met de gesprekken die de Grieks-Orthodoxe Kerk met de Rooms-Katholieke Kerk voerde en werd daarop in 2005 uit de Heilige Gemeenschap verwijderd. Wie nu langs het klooster Esfigmenou vaart, ziet op de muren een spandoek staan met daarop de tekst ”Orthodox of dood”. Voor de monniken van dit klooster is het onacceptabel dat er contact is gezocht met de Rooms-Katholieke Kerk, waarmee men sinds 1054 in onmin leeft.

Foto’s Henk Visscher

Dagelijks voedsel

In de eetzaal van het Grieks-orthodoxe klooster Vatopedia op het schiereiland Athos wordt de tafel gedekt voor het middageten. Nog een halfuur en dan nemen de monniken plaats aan de eeuwenoude tafels. Het menu kent weinig tot geen verrassingen. Het is zo ongeveer iedere dag hetzelfde: gekookte aardappelen met sperzieboontjes, brood en fruit. Met daarbij een glas water of wijn. Vlees staat er nooit op het menu, vis af en toe. De monniken verbouwen het meeste voedsel zelf. Rond het klooster liggen aardappelvelden en een groentetuin. De teelt van sperziebonen overheerst, die van tomaten, paprika’s aubergines, uien en knoflook is wat kleinschaliger. Daarnaast is er buiten het klooster een boomgaard met appel- en perenbomen. Er zijn ook monniken die wijnbouw bedrijven. De kloosters werken hierbij samen, omdat ze bijvoorbeeld niet allemaal over een kelder beschikken voor de opslag van de wijnvaten. In de keuken zijn de monniken de hele dag in touw en de dag begint al vroeg. Ze moeten na de ochtenddienst, rond vier uur ’s ochtends, een maaltijd voor de monniken en de gasten gereed hebben. ’s Avonds rond een uur of zes is de laatste maaltijd. Ze koken niet voor een paar man, maar voor meer dan honderd monniken en tientallen gasten. En dat iedere dag weer.

EU-gelden

De monnikenrepubliek Athos kent twintig kloosters. De meeste kloosters hebben dependances of, zoals de monniken zelf zeggen, skiti. De skiti Andreous ligt op slechts een halve kilometer afstand van de hoofdstad Karyes en staat onder toezicht van het klooster Vatopedi, maar overtreft dit klooster qua schoonheid. Andreous biedt onderdak aan Russisch-orthodoxe monniken. Op Athos zijn de Griekse monniken veruit in de meerderheid en is er een kleine minderheid Servisch-orthodoxe, Bulgaars-orthodoxe en Russisch-orthodoxe monniken. De kloosters en skiti zien er goed onderhouden uit. Dat heeft te maken met de toetreding van Griekenland in 1981 tot de Europese Unie. Diverse kloosters en skiti staan in de steigers. Grote borden vermelden dat de opknapbeurten kunnen plaatsinden dankzij EU-gelden. De geldstroom uit Brussel maakt het ook mogelijk de onverharde hoofdweg –er is er maar één– op het schiereiland te asfalteren. Het voordeel daarvan is dat alle kloosters vanuit de hoofdstad Karyes met een bus of taxi bereikbaar zijn. Wie echter Athos echt wil leren kennen kiest niet voor gemotoriseerd vervoer maar gaat te voet.

De dood

Ieder klooster in de monnikenrepubliek Athos kent een zogenaamd knekelhuis. Is een monnik gestorven dan wordt hij in de graftuin van het klooster ter aarde besteld. Na verloop van tijd worden de stoffelijke resten opgegraven. De schedel wordt dan volgens oud Grieks gebruik gewassen in rode wijn, genummerd en in een vitrinekast in het knekelhuis geplaatst. Op Athos wordt de dood niet weggedrukt zoals in het geseculariseerde Westen gebeurt. Het kloosterleven is een voorbereiding op de dood. „Athos is de wachtkamer van de dood”, zegt broeder Mattheus. „Wie afscheid neemt van de wereld en het klooster in gaat plant een boomzaadje op de begraafplaats.” Angst voor de dood kent broeder Mattheus niet. „Omdat wij al dood voor de wereld zijn en voor God leven, zien wij niet op tegen het sterven.” 

Tijdrekening

Monniken op de binnenplaats van het Grieks-orthodoxe klooster Vatopedi op het schiereiland Athos. Het dagelijks leven van de monniken voltrekt zich volgens de Byzantijnse tijdrekening. Als de zon ondergaat begint de Byzantijnse dag. ‘s Nachts rond de klok van drie is de vroege dienst en is het voor de monniken op Athos eigenlijk drie uur in de middag. Dan moet men zich als gast niet verbazen als er na de dienst in de vroege morgen in de eetzaal warm eten wordt geserveerd, want dan hebben de monniken er in feite al ruim een halve dag op zitten. De monniken hebben iedere dag verschillende, lange gebedsdiensten. Tussen de diensten door slaapt en werkt men. Bij elkaar kunnen de monniken per dag negen uur slapen, maar omdat de nachtrust uit verschillende korte periodes bestaat, valt het kloosterleven in combinatie met bijvoorbeeld werken op het land voor veel monniken in het begin niet mee.

Foto’s Henk Visscher

De kluizenaar

Veel toeristen die naar Noord-Griekenland gaan maken een uitstapje naar de berg Athos. Dat wil zeggen: ze nemen de boot, varen op 500 meter afstand langs de kust en vergapen zich aan de kloosters die als forten tegen de rotsachtige heuvels aan liggen gedrapeerd.  Omdat de kloosters ogen als verdedigingswerken kunnen de vaargasten de indruk krijgen dat de monniken op Athos afwijzend tegenover bezoekers staan. Maar niets is minder waar. Wie van de boot zou gaan, als dat zou mogen, wordt verwelkomd met water en anijsdrank. Overnachting en eten zijn gratis. Vanaf de boot springen minder in het oog de woningen van kluizenaars die alleen via smalle rotspaden te bereiken zijn. De kluizenaars hebben in hun onderkomen geen leiding- of bronwater maar moeten het doen met regenwater. De nabijgelegen kloosters voorzien de kluizenaars van voedsel. Afgezonderd van iedereen zoeken zij innerlijke vrede. Voortdurend bidden zij daarbij hardop of in zichzelf het Jezus-gebed: „Heere Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, arme zondaar.”

Graphic: André Dorst – bron: maps4news

Colofon

“De berg Athos” is een uitgave van het Reformatorisch Dagblad.
Redactie: René Zeeman
Beeld: Henk Visscher
Vormgeving: Ton Hoeflaak
©2015 Reformatorisch Dagblad