Wat zie je op de biblebelt? In deze special een blik door verschillende lenzen. Fotograaf Sjaak Verboom ziet zwaar eiken veranderen in eigentijdse interieurs. Filmmaakster Wendelien Voogd merkt dat bij de jongere generatie de angst voor de camera afneemt. En theoloog M.J. Kater treft een godsbeeld aan dat soms verdacht veel lijkt op dat van Allah in de Koran.
Deel deze pagina
Fotograaf Sjaak Verboom:
Refo-interieurs zijn vanouds nogal clichématig
Hij begon in 1978 als fotograaf bij het Reformatorisch Dagblad. De laatste jaren werkt fotograaf Sjaak Verboom als freelancer. Geregeld stapt hij in het vliegtuig, op zoek naar beelden achter de horizon. Dicht bij huis fotografeert hij christelijk Nederland: politici en predikanten, schoolgaande kinderen en ouderen.
Verboom heeft in al die jaren de reformatorische zuil steeds zichtbaarder zien worden, zegt hij. „Neem het dragen van lange broeken door vrouwen. Dat was dertig jaar geleden lang niet zo’n punt als het nu is. Je ziet dat een groep uiterlijke dingen zoekt om zich te onderscheiden.”
Hoe gaat een fotograaf daarmee om? In het RD is het altijd beleid geweest om geen foto’s met vrouwen in lange broek af te drukken.
„Sommige dingen die vroeger niet konden, kunnen nu wel. Ik weet dat ik begin jaren tachtig een stilleven had gemaakt met een gitaar erop. Dat kon toen écht niet, want een gitaar was van de ‘wereld’. Een gitaar is nu geen probleem meer. Aan de andere kant: laatst had ik een geënsceneerd beeld van een man in een korte broek. Die opname werd afgewezen, dus dat onderwerp ligt nog steeds lastig.”
Op welke manier heeft uw fotografie de reformatorische identiteit mede bepaald?
„Daar is moeilijk iets in absolute termen over te zeggen. De series die ik nu maak over de biblebelt bestaan uit verschillende onderdelen. Een ervan is de portrettenserie waarbij vrouwen in dagelijkse en in zondagse kleding worden geportretteerd. Welke hoeden zetten vrouwen op in de kerk? Als ik dat aan een jonge vrouw vraag, begint ze gelijk te lachen. Dan zegt ze, een beetje beschaamd: Ik heb geen hoed op, ik heb een báret op. Alsof dat wat anders is. Prachtig, zeg ik, dan fotografeer ik jou met een baret.”
Werken deze series over de Biblebelt beeldbevestigend, of juist andersom?
„Ik ben daar niet zo mee bezig. Ik kijk alleen maar, ik observeer en registreer. Natuurlijk regisseer ik ook wel door het ene of het andere beeld te kiezen. Maar dat doe ik niet vanuit de idee: ik wil die zuil versterken of juist belachelijk maken. Ik probeer iets vast te leggen wat er over tien jaar misschien niet meer in deze vorm is.”
Op de Wegwijsfoto’s op uw website is een soort ‘wind’ zichtbaar.
„Ik fotografeer al dertig jaar op de Wegwijsbeurs. Voor deze serie werk ik vanuit een concept. Dit keer geen mensen die voor stalletjes staan of op enorme orgels spelen. Ik zette mijn camera op een vaste plek, waar veel mensen langsliepen. Door de combinatie van flitslicht en daglicht zit er veel beweging in de foto’s. Hoe langer je ernaar kijkt, hoe meer je erin ontdekt. Zit daar ook nog een hand die een andere hand vasthoudt? Met deze techniek dring je als het ware dieper door in die wereld.”
Wat wordt het volgende project?
„Ik wil graag een serie voorwerpen fotograferen. Mooie stillevens. Uit interieurs kun je veel afleiden. Refo-interieurs zien er vanouds allemaal een beetje hetzelfde uit: van dat zware eiken met gebloemde bekleding, een orgel, van die tafereeltjes aan de muur, een zonsondergang, de plaat van de brede en de smalle weg, mooi ingelijst en verschoten van kleur. Er zit geen schoonheid in. Het is wel aan het veranderen. Ik kom nu vaak in gezinnen waar men heel eigentijdse, smaakvolle interieurs heeft.”
U heeft romans geschreven, en werkt weer aan een nieuw boek. Hoe ervaart u het verschil tussen woord en beeld?
„Foto’s zijn heel toegankelijk, ze zijn universeel. Een Chinees begrijpt mijn foto’s ook. Fotografie noem ik taal na Babel. Maar met woorden kun je meer diepte bereiken. Zeker met fictie. Woord en beeld zijn beide manieren om een verhaal te vertellen.”
Filmmaakster Wendelien Voogd:
Ik houd van een liefdevolle documentaire
Documentaires over de biblebelt zijn niet onomstreden. Ontstaat er voor de camera niet snel een karikatuur van de ortodohox-christelijke levenswijze? Antropologe en filmmaakster Wendelien Voogd verdiept zich in de beeldvorming rond Staphorst: „Ik houd van een liefdevolle documentaire.
Ze hield zich de laatste drie jaar voor het project ”Staphorst in Beeld” bezig met het dorp dat sinds jaar en dag model staat voor de bevindelijk gereformeerde bevolkingsgroep. Momenteel bereidt Wendelien Voogd uit Rotterdam een onderzoeksvoorstel voor over dezelfde thematiek.
In de achterliggende jaren verschenen er meerdere documentaires over Staphorst. Hoe waardeert u die?
„Emile van Rouveroy van Nieuwaal maakte twee documentaires over het dorp. De eerste, ”Staphorst in Tegenlicht”, vind ik de sterkste. Toen ik ’m voor het eerst zag, was ik bijna in trance. Ik ben geen fan van hem, maar Emile is een goede documentairemaker,
met gevoel voor drama. Hij vertelt een meeslepend verhaal dat je als kijker gelooft. Maar toen ik later zelf in Staphorst kwam, merkte ik dat het een getekend beeld was.”
Bij de andere documentaire van Van Rouveroy van Nieuwaal, ”Houdt God van vrouwen?”, heeft ze ook een paar vragen. „Aan de ene kant krijg je als kijker sympathie voor de hoofdpersoon, Hilligje. Dat is een geweldige vrouw, die eerlijk voor haar
standpunt uitkomt. Aan de andere kant is het een beetje sneaky dat de cameraploeg onaangekondigd bij een SGP-partijdag opdook. Dat is geen mooie manier van filmen, het is ook geen sterke scène geworden. Ik zou dat ook nooit zo doen, uit respect.
Het sterkste moment in die film vind ik de scène waarin de dochter van Hilligje tegen haar moeder zegt: Houd er nou eens over op. Als je je als vrouw in de kerkelijke gemeenschap niet geaccepteerd voelt, kun je toch van kerkverband veranderen?”
Er zijn ook films verschenen waar geen ophef over ontstond, zoals ”Zwart IJs” van Geertjan Lassche over drie families uit Urk en van de Veluwe en hun liefde voor het schaatsen, of de film van Kees Brouwer over het Urker Mannenkoor Hallelujah.
„Dat is een heel ander soort films. Dat is het genre waar ik van houd. Een film zonder programma. Die van Geertjan vind ik heel mooi. De bevindelijke familie Klompmaker weet hij bijvoorbeeld heel goed te vangen. Het sterkste moment in die film is als de opa van de familie in z’n hart laat kijken met zijn twijfels over zijn eigen heilszekerheid. Als je dat als filmmaker voor elkaar krijgt... Geertjan heeft ook een film gemaakt over de manier waarop Rouveen omging met Molukkers in de jaren 50 en 60. Een pijnlijk onderwerp. Toch is daar geen gedoe over gekomen. Misschien dat hij als Rouvener meer kan doen dan buitenstaanders. Misschien voelt hij het beter aan. Ook Kees Brouwer heeft in zijn documentaire over het Urker mannenkoor de ziel van deze mannen bloot weten te leggen. Heel knap. Je ziet dat hij het begrijpt, waardoor hij weet door te dringen tot de emotionele laag van het bevindelijk geloof.”
Reactie Wendelien Voogd:
„De documentaire ”Staphorst in Tegenlicht” van Emile van Rouveroy van Nieuwaal vind ik de sterkste van de twee die hij over Staphorst maakte. Toen ik ’m voor het eerst zag, was ik bijna in trance. Ik ben geen fan van hem, maar Emile is een goede
documentairemaker, met gevoel voor drama. Hij vertelt een meeslepend verhaal dat je als kijker gelooft. Maar toen ik later zelf in Staphorst kwam, merkte ik dat het een getekend beeld was.”
Reactie Wendelien Voogd:
„Bij deze documentaire van Emile van Rouveroy van Nieuwaal heb ik een paar vragen. Aan de ene kant krijg je als kijker sympathie voor de hoofdpersoon, Hilligje. Dat is een geweldige vrouw, die eerlijk voor haar standpunt uitkomt. Aan de andere
kant is het een beetje sneaky dat de cameraploeg onaangekondigd bij een SGP-partijdag stond. Dat is geen mooie manier van filmen, het is ook geen sterke scène geworden. Ik zou dat ook nooit zo doen, uit respect. Het sterkste moment in die film
vind ik de scène dat de dochter van Hilligje tegen haar moeder zegt: Houd er nou eens over op. Als je je als vrouw in de kerkelijke gemeenschap niet geaccepteerd voelt, kun je toch van kerkverband veranderen?”
Reactie Wendelien Voogd:
„Van dit soort films houd ik. Een film zonder programma. Geertjan Lassche weet bijvoorbeeld de bevindelijke familie Klompmaker heel goed te vangen. Het sterkste moment in deze film is als de opa van de familie in z’n hart laat kijken over zijn
twijfels over zijn eigen heilszekerheid. Als je dat als filmmaker voor elkaar krijgt... Misschien dat hij als Rouveener meer kan doen dan buitenstaanders. Misschien voelt hij het beter aan.”
Toch blijft het een lastige combinatie: de bevindelijk gereformeerde bevolkingsgroep en het medium film.
„Dat klopt. Sowieso omdat de mensen zelf vaak zeggen: Ik hoef niet zo nodig in het middelpunt te staan. Ze willen niet ijdel zijn, staan bescheiden in het leven. Daarnaast is het in Staphorst lastig om bijvoorbeeld in en rond de hersteld hervormde gemeente te filmen. Dat roept weerstand op. Terwijl de zondagse kerkgang wel een essentieel onderdeel van hun leven is. De film blijft inderdaad een lastig medium bij deze bevolkingsgroep. Het wachten is op de jongere generatie. Die groeit op met internet en filmpjes. Daar is de angst voor de camera duidelijk minder. Als bijvoorbeeld een meisje dat zelf uit de bevindelijke kring komt een documentaire over zichzelf zou maken, heb je echt een portret van binnenuit. Een ode aan haar eigen nest, bij wijze van spreken.”
M. J. Kater:
Ons godsbeeld lijkt verdacht veel op dat van Allah
Wat de buitenwereld zéker niet snapt aan bevindelijk-gereformeerden, is dat hun ogenschijnlijk nauwgezette leefwijze samengaat met een soms levenslange onzekerheid over hun persoonlijk heil. Dr. M. J. Kater is stellig: „Ons godsbeeld lijkt soms verdacht veel op dat van Allah in de Koran.”
Nee, dr. Kater ziet weinig in een zalvend gesprek over de kerkelijke en geestelijke atmosfeer in de gereformeerde gezindte. De universitair hoofddocent gereformeerde praktische theologie en apologetiek aan de Theologische Universiteit Apeldoorn van de Christelijke Gereformeerde Kerken laat liever iets van zijn hart zien, zo blijkt in zijn werkkamer aan de universiteit. Waarbij hij van dat hart geen moordkuil maakt.
Wat ziet u op dit moment als dé grote theologische punten in reformatorisch Nederland? „In bevindelijke kring blijft de toe-eigening van het heil bovenaan staan. Tegelijk wordt
dat punt verbreed door de confrontatie met refobaptisten, waardoor de discussie over verbond en doop weer oplaait. Een derde thema is de plaats van de prediking. Natuurlijk vinden we dat er goed en lang gepreekt moet worden, maar we zien dat
het voor een deel van de achterban steeds moeilijker wordt om naar die preken te luisteren.
Er is nog een onderwerp wat mij zelf tegen de borst stuit en ook pijn doet. Dat is dat we heel goed alle punten en komma’s weten te plaatsen bij de diverse leerstellingen, terwijl het geheel van het leven uit het zicht verdwijnt. Ik constateer
meer en meer een tegenstelling tussen natuur en genade. Genade heeft nauwelijks nog met het leven van alledag te maken. Ergens van genieten lijkt bijna zondig te zijn. Dan vraag ik me af: is onze identiteit werkelijk in Christus of hebben
we ten diepste een sociologische identiteit?”
Als eerste kenmerkende thema noemt u de toe-eigening van het heil. Geldt dat vooral nu, of was dat altijd zo sinds de Reformatie?
„Het persoonlijke karakter van het geloof is nauw verbonden met de Reformatie. Denk maar aan de worstelingen van Luther. Maar ik zeg er direct bij dat er later allerlei akelige onderscheiden bij zijn gekomen, zoals tussen natuur en genade en tussen object en subject. Je komt in de Bijbel helemaal geen objectieve waarheid tegen zonder een subjectieve kant.”
Hoe schriftuurlijk is het thema van de toe-eigening?
Hij zet z’n bril af, wrijft in z’n ogen. „Ben ik Zijn eigendom of ben ik het niet?”, mompelt hij voor zich uit. Dan: „Als je kijkt naar de Psalmen, wordt daar veel geworsteld, geroepen, geklaagd. Maar het zijn gelóvigen die dat doen, mensen die
ondanks alles toch bij God horen.”
Hij wrijft nog eens over zijn gezicht. „Wat is dat, hè?”
Bedoelt u dat het kenmerkende punt van de gereformeerde gezindte eigenlijk niet terugkomt in de Bijbel?
„Ik zeg liever dat we het onder een vergrootglas hebben gelegd. Lees Efeze 2. God geeft het geloof, dat gaat over toe-eigening. Maar wedergeboren zijn zonder in Christus te zijn, dat soort onderscheidingen kent de Bijbel niet.
Voor mij persoonlijk is het vooral een vraag wat de prediking hiermee doet. Is het nog écht de levende verkondiging van het Woord? We noemen de prediking nog keurig de bediening der verzoening, maar laten we het bloed nog druppelen? Of zijn
we bang dat het teveel wordt en praten we maar een eind weg langs de vaste routes?”
Om van die routes af te wijken, is moed nodig.
„Jazeker, maar juist de gereformeerde leer zou ons van zoveel kramp kunnen bevrijden. Ik denk dat er een koninklijke onafhankelijkheid voor nodig is, en tegelijk een kinderlijke afhankelijkheid. Zonder dat laatste wordt het eerste al gauw hoogmoedig. Trouwens, niet alleen dienaren van het Woord hebben die twee zaken nodig, maar ten diepste iedere christen.”
Colofon
Blik op de Biblebelt
is een uitgave van het Reformatorisch Dagblad.
Tekst: Jacob Hoekman, Jan-Kees Karels, Jaco van der Knijff
Beeld: Sjaak Verboom
Productie en techniek: Gijsbert Bouw, Ton Hoeflaak
© 2014 Reformatorisch Dagblad