tekst Arien van Ginkel
Het Reformatorisch Dagblad staat in december en januari uitgebreid stil bij het 350-jarig jubileum van de Korps Mariniers. Deze webspecial biedt u een overzicht van de hoogte- en dieptepunten van de bewogen geschiedenis van dit keurkorps.
Een oefening in het barre noorden van Noorwegen, een missie in het snikhete Mali of het enteren van een koopvaardijschip voor de kust van Somalië om het van piraten te bevrijden. Niets is te veel voor de jongens van het Korps Mariniers. Binnen 48 uur kunnen ze overal ter wereld ingezet worden: Qua Patet Orbis. Werken op de grens van land en water is hun specialiteit. Ex-mariniers bestaan niet, enkel oud-mariniers. „Eens een marinier, altijd een marinier”, zeggen de mannen zelf. Nu al 350 jaar.

Waar anderen stoppen, gaan zij door
De ijzervreters worden gesmeed in het hart van Rotterdam, op de Van Ghentkazerne. In de Maasstad zijn ze de laatste jaren steeds zichtbaarder. Wanneer de oude fietsroltrap van de Maastunnel het begeeft, zijn de jongens niet te beroerd om fietsen de trap op en af te sjouwen voor mensen die slecht ter been zijn. Maar dat is niet waar ze voor in de wieg zijn gelegd.
Een marinier gaat door waar anderen opgeven. Vorig jaar moesten de mannen bij hun laatste trainingsdag voor het eerst in de geschiedenis dwars door de stad Rotterdam sjouwen. Twee à drie dagen marcheerden ze bijna permanent. Ze gingen helemaal kapot. Letterlijk. Sommigen liepen door ondanks dat hun voet op verschillende plekken gebroken was. Het korps is dan ook een van de weinige onderdelen van de Nederlandse krijgsmacht die voor honderd procent uit beroepsmilitairen bestaan.
Een marinier stopt pas als „ het kacheltje ophoudt te branden”, zoals ze het zelf zeggen. Dat vereist niet alleen een bijzonder krachtig lichaam, maar ook een veerkrachtige geest. De mannen zijn geen moordmachines, maar ook gewoon mensen met een vrouw en kinderen, vinden ze zelf. Tijdens hun werk komen ze natuurlijk wel in aanraking met gewonden en doden vielen door hun pistool, machinegeweer of zelfs hun shotgun.

Kracht, toewijding, verbondenheid
Tegenwoordig zijn besloten Facebookgroepen een plek waar mariniers hun hart kunnen luchten bij collega’s. Het mariniersleven valt nu eenmaal niet uit te leggen aan mensen die het niet zelf meegemaakt hebben, vinden ze. Een marinier komt soms in hachelijke situaties waarin beslissingen van leven en dood genomen moeten worden en ze blindelings op hun maten moeten kunnen vertrouwen. En ook samen op de besneeuwde bergtoppen van Afghanistan in een tentje bivakkeren of insecten van het lijf houden in de jungle van Midden-Amerika, schept een band. Kracht, toewijding en verbondenheid zijn de kernwaarden van het korps, dat bestaat uit ruim 3000 mariniers. Het zijn twee basisbataljons van ieder 800 soldaten. Een bataljon kan afhankelijk van de situatie uitbreiden tot wel 1500 man. Die extra manschappen zijn bijvoorbeeld gespecialiseerd in het bouwen van kampen, het bedienen van voertuigen of het verlenen van medische hulp.

Piraten kiezen eieren voor hun geld
De verschillende special force-eenheden van de marine vallen onder de Netherlands Maritime Special Operations Forces (Marsof). Deze gespecialiseerde eenheden worden nu ingezet bij operaties voor de kust van Somalië om piraterij te bestrijden. Veel voormalige vissers zagen hun inkomen verdampen door de komst van grote westerse vissersschepen. Ze probeeren nu op een andere manier in hun levensonderhoud te voorzien. Het kapen van een koopvaardijschip om vervolgens losgeld voor schip en bemanning te eisen, bleek een lucratieve business die aangestuurd werd door een internationale criminele organisatie.
video

Oorlog in de kiem gesmoord
Twee jaar na hun oprichting in 1665 bewezen mariniers voor het eerst hun waarde. De mannen werken vandaag de dag goed samen met hun Engelse collega’s, maar het jaartal 1667 wordt nog altijd angstvallig vermeden. De Engelsen betreuren de grootste maritieme nederlaag in hun geschiedenis tot op de dag van vandaag.
Voorheen was het de gewoonte reguliere soldaten mee te laten varen met schepen. Maar het ontbrak hen aan zeebenen, entervaardigheden en koelbloedigheid. Vandaar dat raadspensionaris Johan de Wit en luitenant-admiraal Michiel Adriaenszoon de Ruyter de handen ineensloegen en een elitekorps voor land-zeesoldaten oprichtten.
In de zeventiende eeuw vochten Engeland en Holland in totaal vijf oorlogen uit. Tijdens de tweede zeeoorlog lag een groot deel van de Engelse vloot, waaronder het vlaggenschip Royal Charles, vanwege geldgebrek in de haven. Bij Chatham, een plaats langs de rivier de Theems. De opgang van de rivier werd stevig bewaakt door tientallen kanonslopen gericht op de rivier en zee, zodat geen vijandig schip zich in de buurt van de haven zou durven wagen.
De Nederlandse aanvalsvloot bleef dus ook buiten schootsafstand. Maar de mariniers niet. Zij beklommen de rotsen langs de kust vanaf de achterkant, waar nauwelijks kanonnen stonden. Ze overmeesterden de forten betrekkelijk eenvoudig, waarna de Hollandse schepen zich de rivier op durfden te wagen. Engelse schepen dobberden in de haven met te weinig mankracht en munitie. Dertien van de grootste schepen werden verbrand en twee werden als oorlogsbuit meegenomen, waaronder het vlaggenschip, de Royal Charles. ”Chatham” prijkt nog altijd op het vaandel van het korps.

Handhaver in de koloniën
Nederlands-Indië was ”the place to be” voor mariniers. Honderden, ja duizenden eilandjes vielen vanaf het einde van de 16e eeuw tot in 1947 onder Nederlands gezag. Het koloniale tijdperk was niet mogelijk geweest zonder een stevige vloot. Mariniers waren verantwoordelijk voor het handhaven en uitbreiden van het Nederlandse gezag vanaf 1815. De Verenigde Nederlandse Oostindische Compagnie (VOC) was opgeheven. Het Koninkrijk der Nederlanden werd geboren en kreeg de verantwoordelijkheid voor het handhaven van het gezag.
Ieder eiland moest worden veroverd en dat gebeurde onder leiding van de mariniers. De vlootcommandant vertelde welk eiland hij wilde hebben. De mariniers gingen met landingsdivisies aan land en gaven daarbij leiding aan de gewone matrozen. Zo’n landing was niet zonder risico. Maar de meeste slachtoffers eiste het –voor westerlingen– moordende klimaat. De Japanners veroverden de Nederlandse kolonie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zij wakkerden de nationalistische gevoelens onder de lokale bevolking aan. Toen Nederland na de oorlog het gebied weer wilde claimen, stuitte dat op weerstand. In 1949 werd Indonesië onafhankelijk.

Van brute kracht naar spionage en verkenning
Steeds meer tijd en mankracht wordt na de Tweede Wereldoorlog besteed aan vredesmissies, zoals tegenwoordig in Mali. Het Afrikaanse land heeft nog steeds te maken met terrorisme en criminaliteit. Ook trekken veel vluchtelingen door Mali. Zo’n 450 militairen spitsen zich toe op het inlichtingenwerk. De mariniers leveren met hun special forces een belangrijke bijdrage aan de VN-vredesmissie.
Vredesmissies waarbij mariniers worden ingezet, kwamen na de Tweede Wereldoorlog veelvuldig voor. De allereerste vredesmissie was echter al voor WOII in het Duitse Saargebied. Onze Oosterburen moesten na de Eerste Wereldoorlog veel grondgebied afstaan. De bevolking van sommige streken, waaronder het Saargebied, mochten zich na een aantal jaar uitspreken bij welk land ze wilden horen. Twee marinierscompagnieën zorgden ervoor dat de verkiezingen vredig en rustig verliepen.
video

Taaie jongens
Mariniers bleken tijdens de Tweede Wereldoorlog al taaie jongens. De 450 mannen waren gedeeltelijk nog in opleiding, maar stopten de Duitse opmars bij de Rotterdamse Maasbrug.
De Duitsers hadden die brug nodig om in het hart van Nederland binnen te dringen. Op 13 mei, drie dagen na de landing van Duitse zweefvliegtuigen en parachutisten, begonnen de mariniers zelfs een tegenaanval nadat ze al drie volle dagen gevochten hadden. De aanval mislukte, maar Duitsland werd wel vertraagd in zijn plannen. De felle weerstand van de mariniers was mede de aanleiding om de Maasstad te bombarderen, waarna Nederland capituleerde.
video

De antiterreureenheid bij uitstek
Het Korps Mariniers is ook de ideale antiterreureenheid. De meest grootschalige terreuractie na de Tweede Wereldoorlog was de Molukse treinkaping bij De Punt. Mariniers doodden daarbij zes gijzelnemers en twee gijzelaars.
De trein stond al dagen stil en de regering begon zich steeds meer zorgen te maken over de gezondheid van de gijzelaars. Uiteindelijk besloot de premier om militair in te grijpen. De locaties van gijzelnemers waren met afluisterapparatuur in kaart gebracht. Die plekken werden doorzeefd met kogels terwijl straalvliegtuigen laag over de trein vlogen zodat iedereen in de trein door het geluidsgeweld verstijfde. Daarna bliezen mariniers de deuren op en drongen naar binnen. Ze bevrijden de gijzelaars en namen verschillende overlevende gijzelnemers gevangen, of doodden hen. Vooral vanuit Molukse hoek klinkt het geluid dat de gijzelnemers geëxecuteerd zijn. Eind 2014 stelde Defensie daarom opnieuw een onderzoek in naar de gang van zaken in 1977. Mariniers beslissen over leven en dood. In één ogenblik moeten ze schieten – of ze worden geschoten.
video

350 jaar Mariniers is een uitgave van het Reformatorisch Dagblad.
Redactie: Arien van Ginkel
Beeld: André Dorst, Mariniers Museum, ANP, Wikimedia
Vormgeving: Ton Hoeflaak
©2015 Reformatorisch Dagblad
