Expert: Inbraakpreventie nog steeds ondergeschoven kindje

Foto Fotolia
2

Het aantal woninginbraken is vorig jaar voor het vijfde jaar op rij toegenomen. Niet meer dan circa 10 procent van de inbraken wordt opgelost.

Laptops, televisies, sieraden en geld. Niets in particuliere woningen is veilig voor de dieven. Maar wie zijn de inbrekers? Het lijkt vooral om gelegenheidsdaders te gaan die op basis van persoonlijke drijfveren een inbraak plegen, zegt Nicolien Kop, lector criminaliteitsbeheersing en recherchekunde aan de Politieacademie. „Tegelijk zijn er steeds meer georganiseerde groepen die op grote schaal inbraken plegen. Zij zitten niet vast aan een bepaalde straal rondom hun eigen woning –omdat ze de omgeving goed kennen– maar zijn actief door het hele land.”

Steeds vaker zijn inbrekers overdag op pad, signaleert Kop. „Populair is een tijd tussen negen en twaalf uur in de ochtend. Dan zijn veel tweeverdieners aan het werk en hebben inbrekers de minste kans om overlopen te worden. In buurten waar ook veel ouderen wonen, zullen ze wat voorzichtiger moeten zijn, omdat die bewoners heel goed in de gaten houden wat er overdag in de buurt gebeurt.”

Kop pleit ervoor om op lokaal niveau speciale woninginbraakteams in te stellen. „Zij kennen de buurt erg goed en kunnen incidenten aan elkaar koppelen. Door hun kennis en ervaring kunnen zij bepaalde patronen van inbrekers herkennen en daarop inspelen.”

Spulletjes

Het is volgens Kop „verbazend” dat inbraakpreventie nog steeds een ondergeschoven kindje is. Gemeenten, woningbouwverenigingen en verzekeraars zouden meer met elkaar moeten samenwerken om het aantal woninginbraken te beperken. Inbrekers keren bijvoorbeeld vaak na enige tijd terug naar dezelfde woning, omdat ze ervan uitgaan dat hun slachtoffer intussen alweer nieuwe spulletjes heeft aangeschaft met het door de verzekeraar uitgekeerde geld. Iedereen heeft er belang bij dat de inbraken stoppen. Vooral het slachtoffer, omdat een woninginbraak vaak een enorme impact op slachtoffers heeft.”

Preventie hoeft, in tegenstelling tot wat sommige burgers denken, niet erg ingewikkeld te zijn. „Uit onderzoek blijkt dat een waakhond of een buitenlamp met bewegingssensor enorm helpt. Nog simpeler is de maatregel dat burgers in alle gevallen gewoon even hun deur op slot moeten draaien als ze van huis gaan. Je maakt het een inbreker wel heel gemakkelijk als je zelfs dat niet meer doet.”

Bij de opsporing zou de politie meer gebruik moeten maken van burgers, meent Kop. „Burgers nemen steeds vaker zelf hun verantwoordelijkheid door de instelling van bijvoorbeeld buurtwachten. Het gebruik van sociale media door de politie blijft echter achter. Internationaal onderzoek laat zien dat sociale media bij een juiste inzet ervan een grote rol kunnen spelen in de opsporing.”

Inbrekers kunnen hun gestolen goederen nog steeds veel te gemakkelijk kwijt, meent Kop. „Sieraden en edelmetalen zijn weinig tot niet geregistreerd waardoor ze simpel doorverkocht kunnen worden. Verplichte, centrale registratie van dat soort spullen zou dat kunnen voorkomen.”

Psychische problemen

Voor slachtoffers van woninginbraken kan het delict soms leiden tot psychische problemen. „Hun gevoel van veiligheid is geschonden en er is een inbreuk op hun privacy gemaakt”, zegt Amal Boukarfada van Slachtofferhulp Nederland. „Hoe hard de schok aankomt is voor iedereen verschillend. Dat hangt ervan af of de inbraak bijvoorbeeld gepaard ging met geweld tegen een slachtoffer, van eerdere ervaringen en van de reacties uit de omgeving.”

Slachtoffers van woninginbraak worden de eerste weken na de inbraak niet zelden geplaagd door slapeloosheid, geïrriteerdheid, plotselinge huilbuien, nare dromen, gevoelens van schuld en schaamte en afwezigheid. „Daarna nemen deze stressreacties meestal af”, aldus Boukarfada. „Als mensen zich realiseren dat ze een heel normale reactie vertonen op een abnormale gebeurtenis, helpt hen dat vaak in hun verwerkingsproces. Daardoor nemen gaandeweg ook de lichamelijke en emotionele klachten af. Het kan zijn dat iemand over de gebeurtenis wil praten, maar het kan ook zijn dat hij meer behoefte heeft aan ontspanning, zoals sporten of schilderen. Er zijn mensen die het prettig vinden dat er iemand voor hen is die hen praktisch en emotioneel ondersteunt, anderen lossen het liever zelf op of met hulp van familie, vrienden of bekenden.”

Het is volgens Boukarfada in elk geval van belang dat het slachtoffer zo snel mogelijk de draad van het dagelijks leven en werk weer oppakt. „Als iemand het gevoel heeft weer grip te krijgen op het leven geeft hem dat zelfvertrouwen en controle.”

Kinderen

Ook voor kinderen heeft een woninginbraak gevolgen. „Het delict tast het gevoel van veiligheid van een kind aan. Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat een kind, als hij de inbraak heeft gezien, het gaat naspelen. Ook stressreacties zijn een kind niet vreemd. Het kan plotseling vaak in bed plassen, slaap- en concentratieproblemen hebben of geen zin meer hebben om in de speeltuin te spelen.”

Om te zorgen dat kinderen snel weer de draad van hun leven kunnen oppakken, is het volgens Boukarfada belangrijk om niet af te wijken van routine. „Het kind thuishouden van peuterspeelzaal of school werkt niet. Een paar nachtjes bij papa en mama in bed is niet verboden, maar probeer het kind daarna weer zo snel mogelijk aan het eigen bed te wennen.”


„Veel mensen denken dat een woninginbraak hun niet zal overkomen”

Het aantal inbraken is vooral in de politieregio’s Oost, Midden en Rotterdam gestegen, zo zou volgens de NOS blijken uit cijfers waarmee het ministerie van Justitie deze week komt. Zes vragen aan Anton de Ronde, persvoorlichter in de regio Oost.

Welke typen inbrekers onderscheidt u?

„Bij lokale inbrekers gaat het vaak om drugs-, drank- of gokverslaafden. Daarnaast zijn er de zogeheten reizigers, daders die in dorpen langs de snelwegen hun slag slaan. En er zijn mobiele inbrekers die vanuit andere delen van het land naar bijvoorbeeld de Veluwe komen om een kraak te zetten.”

Wat is hun werkwijze?

„Ze proberen zo snel mogelijk iets buit te maken. In sommige gevallen bellen ze eerst aan om te kijken of er iemand thuis is. Als er geen reactie komt, proberen ze vaak via een deur of raam dat niet zichtbaar is vanaf de openbare weg binnen te komen. Soms weten ze zich met een smoesje naar binnen te praten. Daardoor zijn vooral veel oudere mensen slachtoffer.”

Waarom neemt het aantal woninginbraken in uw regio toe?

„Het blijft altijd lastig om de toename in bepaalde gebieden te verklaren. Wel is duidelijk dat bewoners van het platteland soms nog onzorgvuldig omgaan met het afsluiten van de woning.”

Er zijn geruchten dat de groei van het aantal Oost-Europeanen op met name het platteland zorgt voor meer inbraken.

„Dat zijn inderdaad geruchten. Van de inbrekers die wij hebben aangehouden, is inderdaad een deel van Oost-Europese komaf. Maar we hebben in onze regio net zo goed lokale verdachten en lieden die afkomstig waren uit het westen opgepakt.”

Moeten burgers zich meer zorgen maken?

„Nee. Ze kunnen zelf de nodige preventieve maatregelen in en rond hun woning nemen om het inbrekers moeilijk te maken. Helaas maken we het regelmatig mee dat burgers onvoldoende maatregelen nemen om de dieven dwars te zitten. Veel mensen denken dat een woninginbraak hun niet zal overkomen. De diefstal van je flatscreen of andere apparatuur is meestal niet zo erg. Als er echter spullen zijn ontvreemd waaraan je emotioneel gehecht bent, zoals sieraden van een overleden partner, dan blijkt hoeveel impact een inbraak op mensen heeft. Het idee dat iemand in je woning is geweest, is zeer onprettig.”

In hoeverre zijn sociale media de oorzaak van woninginbraken?

„Wij waarschuwen mensen al tijden om voorzichtig te zijn met wat ze op sociale media als Twitter of Facebook plaatsen. Ook figuren met verkeerde bedoelingen lezen soms mee.”