Emmy Vestjens-Montens (97): de laatste van een kunstzinnig gezin

Emmy Vestjens-Montens (1920) houdt zich nog actief met kunst bezig. beeld RD
5

Haar man en beide kinderen heeft ze zich zien ontvallen, en zelf heeft ze de leeftijd van de zeer sterken al ver overschreden. Maar ondanks haar 97 jaren houdt Emmy Vestjens-Montens zich nog actief met haar grote hobby bezig: kunst. Net als ooit haar man en dochter.

Haar huisje laat zich lastig vinden, in de parkachtige wijk Wielewaal van het Rotterdamse stadsdeel Oud-Charlois. Geen enkele digitale routekaart heeft weet van een al jaren terug ingevoerde wegafsluiting – terwijl dit laatste een forse omweg noodzakelijk maakt. De ontsluiting van de Wielewaal lijkt voor de gemeente Rotterdam geen prioriteit meer te hebben.

Vlak na de Tweede Wereldoorlog, in 1949, brachten de vele laaggebouwde rijtjeswoningen in de wijk uitkomst in een prangende woningnood. Ook het gezin Vestjens vond er voor het eerst een eigen onderdak. Nu geven de straten een troosteloze aanblik. Tuinen zijn verwilderd, en vele ramen met planken dichtgespijkerd. Woningbouwvereniging Woonstad Rotterdam lokt in fases de huurders uit hun naoorlogse woningen.

Op termijn gaan de huisjes tegen de vlakte, en moeten er gloednieuwe appartementen en woningen verrijzen. „Onze funderingen zijn verzakt”, verklaart Vestjens. Haar Vlaamse afkomst blijkt nog altijd uit haar spraak: haar wieg stond in Leuven.

Boodschappen

De hoogbejaarde dame (1920) zit voorlopig nog in haar woning. Terwijl veel buren om haar heen al zijn vertrokken, wacht zij op een geschikt aanbod van Woonstad Rotterdam. „Ze willen mij in een bejaardenhuis stoppen. Maar dat wil ik niet. Mijn moeder zei altijd: „Emmy, als je gaat stilzitten, dan ben je pas echt oud.”” Een koopwoning wijst ze eveneens van de hand. „Aan wie moet ik het nalaten? Ik heb niemand meer.”

Vestjens kookt nog altijd zelf. Ze doet ook haar eigen boodschappen. Per rollator. Een halfuur heen, en een halfuur terug; de tijd in de supermarkt niet meegerekend. „Vroeger kostte het mij een kwartier per rit, maar nu doe ik alles héél traag.” Even uitrusten staat ze zichzelf niet toe. „Ik ga niet stilzitten. Nooit. Maar als ik thuiskom, ben ik wel bekaf.” De tumor in haar buik maakt het er haar niet gemakkelijker op.

Herrie

Enkele maanden terug had Vestjens nog een expositie in een galerie van de Zeewegpottenbakkers in Rockanje. Men had haar gevraagd. „Een oude vriend van mijn overleden zoon Wim –hij is maar 21 jaar geworden– had de deelnemende kunstenaars getipt.” Op de expositie verwisselden, naast een pentekening van haar man, twee van haar liefste kunstwerken van eigenaar. Een portret van de Nederlandse violiste Isabelle van Keulen (1966) en een van de beroemde Oostenrijkse dirigent Willi Boskofsky (1909-1991). Beide schilderijen verraden haar voorliefde voor klassieke muziek. „Mijn man had die ook. De herrie die je tegenwoordig hoort, hoefden we niet. Dat kun je geen zingen noemen.”

De twee portretten vindt Vestjens haar beste werken. „Ik kon er nooit afstand van doen. Maar ja, met de naderende verhuizing moet er langzamerhand toch wat van mijn collectie de deur uit.”

Kunstzinnig gezin

De expositie in Rockanje was bepaald niet de eerste die Vestjens hield. Wel was de laatste al enige tijd geleden. „Voordat mijn man in 2003 overleed, deden wij samen veel exposities.” Zeker zes keer deed ook hun dochter Simone mee. Zij had in Mechelen een eigen atelier. Vestjens: „Ze was heel begaafd, en zeer gezien in België.”

„Het was een kunstzinnig gezin”, knikt buurtgenoot Jan Verschure. Hij houdt tijdens het eerste deel van het gesprek een wakend oog op zijn buurvrouw, voordat hij haar met een gerust hart met de interviewer alleen laat. Vestjens vervolgt: „Mijn man Joop zei weleens tegen me: „Jij verkoopt heel wat meer werken dan ik.” Maar mijn stukken waren lager geprijsd dan de zijne, én ik had een gewild onderwerp: portretten, meestal in opdracht. Bijvoorbeeld van oma’s, bruidspaartjes en kinderen. Vooral de kinderportretten sloegen aan.” Vele fotomappen met, behalve stillevens, tal van portretten ondersteunen haar verhaal.

Stilletjes

Al vroeg in haar jeugd trokken mensen de artistieke belangstelling van Emmy Montens, zoals ze toen nog heette: „Met tekenen was ik de beste van de klas. Eens heb ik een portret van de Duits-Amerikaanse actrice en zangeres Marlene Dietrich getekend. Dat heeft jaren boven de entree van de school gehangen.”

Ook tijdens andere lessen kon zij het portrettekenen niet nalaten. „Bij handwerken sprak ik weleens met meisjes af dat zij stilletjes hun gezicht zó zouden houden dat ik hen kon natekenen. Maar dat liep een keer fout. Toen had ik het wel verkorven bij de handwerkleerkracht. Zij gaf ook tekenles; en bij haar kreeg ik altijd een 9,5 of een 10. Dat was héél hoog. Maar sindsdien gaf zij mij een paar keer een 8, om mij af te straffen.”

Grappige kopjes

Graag had Vestjens naar de kunstacademie in Leuven gewild. Ze had zich al ingeschreven, en alle benodigdheden aangeschaft. Maar toen brak de oorlog uit, en ging de academie niet door.

Na haar huwelijk met de Nederlander Joop Vestjens besloot ze voor haar gezin te kiezen. „Toen heb ik mijn kunstactiviteiten geminimaliseerd. We leefden echt voor onze kinderen. We hadden een fijn gezin; een góéd gezin.”

Ze ontdekte echter al snel dat haar man eveneens artistieke talenten bezat. „Hij tekende eens van al zijn collega’s grappige kopjes. Cartoons, noem je die geloof ik. Ze waren heel herkenbaar.” Ook tekende hij bloemetjes na, zo met een potlood. „Héél fijn en precies. Ik zag dat hij het kon. Niet om hoogmoedig te doen, maar ik heb Joop naar de kunstacademie in Rotterdam gedúwd. Eerst wilde hij niet, maar later heb ik hem met zijn chef laten praten, en die gaf hem elke week een dag vrij om naar de academie te gaan. Hij kon toen mooi de spullen gebruiken die ik zelf voor de Leuvense academie had gekocht.”

Olieverf

Omgekeerd stimuleerde haar man haar ook, toen Vestjens zich, rond haar zestigste, weer meer met kunst ging bezighouden. Na twee jaar wekelijkse dagdelen kunstles op de Volksuniversiteit te Rotterdam te hebben gevolgd, en enkele jaren beeldende kunst aan de Vrije Academie. Vestjens: „Ik tekende altijd met pastel; bijvoorbeeld die fruitschaal aan de muur. Mijn man werkte altijd met olieverf, maar dat durfde ik niet. Op een dag zette mijn man al zijn spullen klaar, en zette mij erachter. Hij zei: „Emmy, nu ga je olieverf proberen.””

Na wat tegenstribbelen toog Vestjens ermee aan het werk. Meerdere vingeroefeningen later resulteerde dit onder meer in een portret van haar dochter Simone, in 1988. Het siert nog steeds Vestjens woonkamer. Ook werken van Simone zelf trekken er de aandacht. Zoals een portret dat zij van haar vader maakte, in 1994. Simone Vestjens overleed vier jaar geleden. Ze was 57 jaar oud. Van het gezin bleef Emmy Vestjens als enige over.

Kunstclub

Aan achteroverleunen weigert Emmy Vestjens nog altijd te denken. Ze geeft zelfs nog wekelijks les aan een tekenclubje ”Het verhaal”. „Er mogen maximaal tien mensen tegelijk komen. Dat zijn echt mijn vrienden. Wij komen elke donderdagmiddag samen in een zaaltje dat de kunstclub huurt van de rooms-katholieke Sint-Bavokerk in de Rotterdamse wijk Pendrecht, waar ik lid ben. Dan geef ik hun les in schildertechnieken in pastel, olie en aquarel.

Vestjens zelf heeft het penseel voor onbepaalde tijd neergelegd. De laatste keer dat ze schilderde is ongeveer een jaar geleden. „Sinds ik gevallen ben, ben ik niet meer aan schilderen toegekomen. Ik heb er geen tijd meer voor: na onderzoeken die volgden, bleek dat ik die tumor had. Sindsdien bemoeit iedereen zich met mij. Ik word een beetje geleefd, nu. Maar ik ben God heel dankbaar dat ik al zo oud heb mogen worden, en toch nog zo sterk ben.”